Inleiding training

Een inleiding voor leidinggevenden en trainers op de training Samenspel op de BSO

Bij het activiteitenboek op deze site is een training ontwikkeld. Het doel van deze training is om bso-instellingen handvatten te geven om hun pedagogisch medewerkers ondersteuning te geven en hun vaardigheden te vergroten.

In de activiteiten staan diverse verwijzingen naar ontwikkelingsgebieden van de kinderen en interactievaardigheden van de pedagogisch medewerkers. In de handleiding wordt achtergrondinformatie over deze ontwikkelingsgebieden en interactievaardigheden gegeven. In de training gaan we dieper op deze onderwerpen in, gericht op hoe je hier in de praktijk mee om gaat en op in kunt spelen.

Het doel van deze training is om bso instellingen handvatten te geven om hun pedagogisch medewerkers ondersteuning te geven en hun vaardigheden te vergroten

Hoe de training te gebruiken?

De training kan gegeven worden door managers van de kinderopvang organisatie. Alle stappen zijn duidelijk uitgelegd en kunnen ook door onervaren trainers uitgevoerd worden. Bij het schrijven van de training is er wel uitgegaan dat degene die de training geeft voldoende management vaardigheden heeft, de stof zelf voldoende beheerst en bij voorkeur zelf ervaring heeft in de bso.

Indien ondersteuning gewenst is voor degenen die de training gaan geven (een train-de-trainer) of indien gewenst is dat de training door ervaren trainers gegeven wordt, kunt u contact opnemen met de ontwikkelaars.

De training kan gebruikt worden voor één team maar ook voor een samengestelde groep, bestaande uit pedagogisch medewerkers van verschillende teams door elkaar. Beide manieren hebben voordelen. Met één team krijg je alle neuzen dezelfde kant op en leren de medewerkers elkaars sterke kanten en misschien ook minder sterke kanten kennen, zodat ze elkaar goed kunnen aanvullen. Bij een training van een samengestelde groep kunnen de medewerkers veel van elkaars werkwijze leren.

De volledige training bestaat uit 4 bijeenkomsten van 3 uur. Het is ook mogelijk om een keuze te maken uit de verschillende opdrachten en zo een eigen training samen te stellen. Let er dan wel op dat het een afwisselend programma blijft, zodat je de aandacht van de deelnemers vasthoudt.

Bij een training van een samengestelde groep kunnen de medewerkers veel van elkaars werkwijze leren

Voorbereiding

Ter voorbereiding van de training is het aan te raden de stof zelf een keer goed door te nemen. Daar waar je de stof zelf niet goed beheerst en de uitleg in de training en de handleiding niet voldoende is, kun je nog extra informatie opzoeken. Het goed beheersen van de stof maakt dat je zekerder voor de groep staat, de stof goed kunt uitleggen en vragen kunt beantwoorden. Indien er toch vragen komen die je niet kunt behandelen kun je kijken of iemand anders het antwoord wel weet of het antwoord na de bijeenkomst opzoeken en hier later op terugkomen.

Indien mogelijk is het goed de deelnemende pedagogisch medewerkers een paar keer te observeren. Dan weet je wat de sterke en minder sterke kanten van je deelnemende pedagogisch medewerkers zijn. Aan de hand daarvan kan je de training samenstellen en weet je op wie je je kunt beroepen om het goede (praktijk)voorbeeld te geven bij bepaalde onderwerpen.

Bij de voorbereiding van de bijeenkomsten is het belangrijk de juiste materialen te verzamelen. Bij iedere bijeenkomst is aangegeven wat er nodig is. In het algemeen is dit een laptop met beamer en scherm (of witte muur) voor de presentatie en flap-overs met stiften. Daarnaast de werkbladen en eventueel aanvullende materialen. Indien het geven van de presentatie niet mogelijk is kan eventueel gebruik gemaakt worden van hand-outs.

Van de deelnemende pedagogisch medewerkers wordt verwacht dat zij vooraf de stof lezen die in de betreffende bijeenkomst behandelt wordt. Deze kunnen ze zelf op de website in de handleiding vinden. Geef voor de eerste bijeenkomst en bij het huiswerk van de iedere bijeenkomst de leesstof voor de volgende keer op.

Belangrijk: De deelnemers moeten naast het voorbereiden van de theorie regelmatig opdrachten opzoeken voor hun huiswerkopdrachten. Ze hebben dus regelmatig toegang nodig tot de website.

Het goed beheersen van de stof maakt dat je zekerder voor de groep staat en de stof goed kunt uitleggen

Opbouw van de training

De training bestaat uit de volgende vier bijeenkomsten:

  1. Kinderen en hun ontwikkeling in de bso
  2. Iedereen is anders
  3. Spel en spelontwikkeling
  4. Gebruik van de ruimte

In de eerste bijeenkomst wordt begonnen met een inleidend gesprek. Daarin komen de (eigen) doelstellingen van de bso naar voren, maar ook de verwachtingen van de training.

Iedere bijeenkomst bevat verschillende onderwerpen waarbij geprobeerd is een zo afwisselend mogelijk programma te bieden, waarin alle aspecten aan bod komen. Vooral door discussie en gesprekken met elkaar, maar ook met enkele confronterende en creatieve opdrachten, wordt de stof behandeld.

Het is raadzaam om de bijeenkomsten eens in de 2 tot 4 weken te geven. In bijeenkomst 1 tot en met 3 worden huiswerkopdrachten gegeven die in de bijeenkomsten 2 tot en met 4 besproken worden. Om deze huiswerkopdrachten goed te kunnen uitvoeren is een week net te kort.

Zeker indien de training met het gehele team gedaan wordt is er voldoende tijd nodig om de opdrachten uit te voeren zonder de groep te overbelasten. Indien nodig kan de leidinggevende helpen bij het inplannen van deze opdrachten.

Bij een groep met deelnemende pedagogisch medewerkers uit verschillende teams kan het observeren van elkaar lastig worden. Kijk of mensen een keer samen kunnen draaien of wellicht dat een andere collega kan observeren. Filmopnamen kunnen ook een uitkomst bieden.

In de laatste bijeenkomst wordt in de afsluitende opdracht een voorzet gegeven voor hoe deze training geborgd kan worden. Hierbij kun je als organisatie verschillende afspraken maken met de medewerkers over bijvoorbeeld ondersteuning om de vaardigheden verder te kunnen ontwikkelen (dit kan bijvoorbeeld door coachingstrajecten, verdere opleiding of maatjes die elkaar ondersteunen).

Tips

Let op je tijd. Vooral in bijeenkomst 4 zitten een paar opdrachten die erg leuk gevonden worden, waardoor je kans hebt op uitloop. Bekijk van tevoren waar je ruimte verwacht om uit te lopen of in te lopen en wat je eventueel kunt laten vallen.

Het is zeer leerzaam om tijdens de loop van training een keer filmopnamen te maken op de groepen, ter ondersteuning van het observeren, en deze opnamen met de medewerkers te bespreken achteraf. Hiervoor kun je gebruik maken van de kwaliteitsmonitor kinderopvang van het NCKO.

In de kwaliteitsmonitor kinderopvang 0-4 jaar van het NCKO worden tips gegeven hoe filmopnamen gemaakt kunnen worden ter ondersteuning van het observeren en het bespreken achteraf. Let bij dit bespreken vooral op dingen die goed gaan, maak ze daar attent op en geef indien nodig een paar tips hoe ze andere dingen beter kunnen doen.

In de eerste bijeenkomst wordt een inleidend gesprek gehouden over de doelstellingen van de bso. Deze opdracht zou een jaarlijks terugkerend item kunnen zijn op de agenda van het teamoverleg. Het geeft de teamleider samen met de pedagogisch medewerkers op deze manier de kans om de neuzen dezelfde kant op te krijgen en te kijken wat ervoor nodig is om de doelstellingen te bereiken.

Het inleidende gesprek tijdens bijeenkomst 1 wordt afgesloten met het uitspreken van de verwachtingen. Aan de hand van deze verwachtingen kan gekeken worden of de training aangepast moet worden aan de eigen behoeften. Sommige onderwerpen uit bijeenkomst 2, 3 of 4 kunnen wellicht vervallen en andere onderwerpen moeten wellicht meer nadruk krijgen.

In de vierde bijeenkomst wordt in opdracht 7 een ontwerp voor de (eigen)bso gemaakt. Aan de hand van dit ontwerp kan de eigen inrichting van de bso eens nader bekeken worden. Wellicht dat er met enige (kleine) aanpassingen een meer aantrekkelijke ruimte voor de kinderen en de pedagogisch medewerkers ontstaat. Geef de pedagogisch medewerkers hier ook ruimte voor.

Ter aanvulling van de diverse onderwerpen kunnen ook videofragmenten gezocht worden. Deze kunnen de stof verduidelijken en zijn een goede afwisseling tijdens de bijeenkomsten. Je kunt hiervoor zelf toepasselijke videofragmenten zoeken op youtube. Voor de interactievaardigheden kan eventueel gebruik gemaakt worden van de filmpjes uit het NCKO kwaliteitsonderzoek voor de BSO. Dit onderzoek wordt in 2011 afgerond en zal dan ook beschikbaar komen. Vanuit het NCKO kwaliteitsonderzoek voor de dagopvang zijn al filmpjes beschikbaar waarin goede en minder goede voorbeelden gegeven worden van interactievaardigheden.

Vraag in discussies en bij het bespreken van theorie door op wat de deelnemende pedagogisch medewerkers zeggen. Vraag waarom ze dat denken en of ze voorbeelden kunnen geven.

Gebruikte literatuur:

  • Janssen-Vos, F. (2004). Spel en ontwikkeling. Assen: Van Gorcum.
  • Schreuder, L. en Hoex, J. van het Nederlands Jeugd Instituut en Boogaard, M. en Fukkink, R. van het Kohnstamm Instituut Amsterdam (2010).
  • Pedagogisch Kader Kindercentra 4-13 jaar – Springplank naar een gefundeeerde aanpak in de buitenschoolse opvang. Utrecht/ Amsterdam: www.stichtingbkk.nl.
  • Valck M. de (2010). Wat mag…? Wat kan…? Dilemma’s bij het spelen. Amsterdam: Elsevier Gezondheidszorg.