Inleiding stage opdrachten

Een korte inleiding bij de stageopdrachten van Samenspel op de BSO 

Op basis van het activiteitenboek zijn 25 stageopdrachten ontwikkeld voor stagiaires die een PW3 of PW4 opleiding volgen en stage lopen in de buitenschoolse opvang. De opdrachten kunnen worden opgenomen in het opdrachtenmagazijn van ROC’s en kinderopvangorganisaties. De opdrachten kunnen leerlingen en werkbegeleiders gebruiken tijdens de stage periode in de kinderopvang.

De opdrachten kunnen worden opgenomen in het opdrachtenmagazijn van ROC’s en kinderopvangorganisaties

De opdrachten slaan terug op de kennis opgedaan en beschikbaar gemaakt in het activiteitenboek en de handleiding. Onderdeel van de opdrachten voor de stagiaires is een toelichting voor de praktijkbegeleider en verwijzingen naar het activiteitenhandboek. Op deze manier leren ook nieuwe pedagogisch medewerkers gebruik te maken van het activiteitenboek en de kennis toe te passen in de praktijk. Door het uitvoeren van de opdrachten krijgen stagiaires aanwijzingen voor het in de praktijk brengen van interactievaardigheden, inzicht in verschillende gebruiksmogelijkheden van spel- en ontwikkelingsmateriaal, concrete tips voor de inrichting en gebruik van de ruimte, achtergrondinformatie over de ontwikkeling van kinderen tussen 4 en 12 jaar en aanwijzingen hoe deze gestimuleerd kan worden, aanwijzingen over de specifieke aanpak die verschillende leeftijdscategorieën vragen en achtergrondinformatie over veiligheidsaspecten.

De opdrachten slaan terug op de kennis opgedaan en beschikbaar gemaakt in het activiteitenboek en de handleiding

De opdrachten hebben allemaal een aansluiting op kerntaken, leerlijnen, ontwikkellijnen en competenties die te maken hebben met de PW-opleiding. Daardoor kun je deze opdrachten prima combineren of aanvullen met opdrachten die je vanuit de opleiding doet.

Reflectie

Wanneer je een stageopdracht van 'Samenspel op de BSO' uitvoert, bespreek deze opdracht grondig door met je werkbegeleider, zowel vooraf als achteraf. Reflecteren kun je bijvoorbeeld doen aan de hand van de STARRT-methode. Het doel van het uitvoeren van het STARRT-stappenplan is dat je kritisch kijkt naar de situatie: Wat heb je gedaan? Wat voor resultaat had dat? Was dit het resultaat dat je wilde, dat je verwachtte? Als het de volgende keer net zo moet gaan, of als het juist heel anders moet gaan, wat kun je dan doen om dat te bereiken?

Het is aan te raden te reflecteren aan de hand van de STARRT-methode

Bij elk punt in het STARRT-stappenplan staan vragen. Je kunt elke vraag afzonderlijk beantwoorden, of een samenhangend verhaal maken waarin alle antwoorden terugkomen. Zorg er in ieder geval voor dat je elk van de zes STARRT-punten een duidelijk kopje geeft, zodat je bijvoorbeeld je 'Taak' en je 'Actie' duidelijk van elkaar kunt onderscheiden:

  • Situatie: Het omschrijven van de situatie waarbinnen je laat zien dat je een competentie beheerst.
  • Taak: Wat is je taak en rol binnen deze situatie?
  • Actie: Welke actie heb je ondernomen om de activiteit uit te voeren? Planning: Hoe heb je de activiteit voorbereid? Waarom deze aanpak? Was er voldoende overleg met je werkbegeleider? Uitvoering: Hoe heb je de taak aangepakt? Welke problemen kwam je tegen? Welke hulpmiddelen heb je gebruikt?
  • Resultaat: Is wat je gedaan hebt van goede en passende kwaliteit? Welke reactie heb je gekregen op jouw actie?
  • Reflectie: Is er verschil tussen jouw evaluatie en die van betrokkenen? Bescrhijf wat je hebt geleerd. Op welke punten is verbetering mogelijk? Formuleer nieuwe leerpunten/doelen
  • Transfer: In hoeverre kun je wat je geleerd hebt toepassen bij een nieuwe/andere activiteit?

Nieuwe leerdoelen

Op basis van de evaluatie op basis van de STARRT-methode, kun je nieuwe leerdoelen formuleren voor jezelf. Dit kun je doen aan de hand van de SMART-methode, waarbij je zogenoemde SMART-doelen opstelt. SMART-doelen geven aan welk doel wanneer moet worden bereikt. Door een doel SMART te formuleren is de kans groter dat er in de praktijk ook werkelijk behaald wordt.

SMART-doelen geven aan welk doel wanneer moet worden bereikt

Je begint door, op basis van de refelectie, vast te stellen wat je wilt bereiken en wilt verbeteren bij het uitvoeren van een volgende activiteit. Vervolgens kun je deze verbeterpunten omzetten naar specifieke leerdoelen. Deze doelen kun je zelf opstellen en/of in overleg met je werkbegeleider. Bij het opstellen van de doelen houdt je rekening met de 5 SMART-punten:

  • Specifiek: Je stelt zo helder mogelijjk vast wat je doelen zijn. Dus niet 'de kinderen moeten beter luisteren' maar 'als ik de activiteit uitleg is het stil en praten de kinderen niet door mij heen'
  • Meetbaar: Wanneer je je doel helder hebt kun je verder gaan door het te meten. Zo kun je je werkbegeleider vragen er op te letten of het bijvoorbeeld daadwerkelijk stil is wanneer je een activiteit aan het uitleggen bent.
  • Acceptabel: Bekijk je doelen goed. Is er voldoende draagvlak voor? Kan je werkbegeleider zich erin vinden?
  • Realistisch: Doelen moeten uitdagend zijn, maar niet te uitdagend. Het beste is om doelen te stellen die motiveren, maar wel haalbaar zijn
  • Tijdgebonden: Stel een tijdlimiet voor je doelen. Spreek bijvoorbeeld met je werkbegeleider af om in de (groeps)agenda te zetten wanneer je je doel wilt behalen. Nu je doelen staan moet je er nog wel naar handelen. Hoewel SMART-doelen stellen belangrijk is, is concrete actie uiteindelijk waar het om gaat.

Verslaglegging

Het meeste leer je van deze opdrachten door ze te doen en vervolgens een mooi verslag te maken aan de hand van de reflectie en de SMART-leerdoelen. Dit helpt je verder in je leerproces ongeacht welk niveau je doet of in welk leerjaar je zit.

Verslaglegging ondersteunt het leerproces

Toelichting voor de werkbegeleider

De opdrachten worden gedeeltelijk door de werkbegeleider ingevuld. Je kunt je handtekening zetten op de formulieren wanneer een opdracht uitgevoerd is. Ook kunnen de opdrachten volgens de bijgevoegde criteria beoordeeld worden met een onvoldoende, voldoende of goed. Verder kun je feedback toevoegen op het opdrachtenblad.            

Heel veel plezier en succes met het doen van deze opdrachten!