Taalontwikkeling

Kinderen ontwikkelen hun taal door te praten met andere taalgebruikers. Zo leren ze nieuwe woorden en correcte formuleringen te gebruiken. Als kinderen graag iets willen vertellen en niet zelf de juiste woorden of woordvormen weten, gaan ze extra goed letten op hun gesprekspartner. Zodra ze de juiste woorden horen, nemen ze die over in hun eigen taalgebruik. Zo ontwikkelen ze tegelijkertijd hun begrip van de taal en het actieve gebruik van de taal. Voor kinderen die thuis weinig Nederlands horen is het des te belangrijker dat er op andere plaatsen, zoals op de kinderopvang, goed taalaanbod is en dat zij daardoor de gelegenheid krijgen om zo hun Nederlands te ontwikkelen.

Kinderen tussen 4 en 6 jaar

Deze kinderen zijn nog volop bezig met hun taalontwikkeling. Zij zijn nog bezig hun basiswoordenschat op te bouwen – dat zijn de woorden die het meest voorkomen in het dagelijks taalgebruik – en zij maken nog steeds fouten bij het vormen van woorden en zinnen. Zij kunnen nog niet lezen en zijn daarom voor hun taalontwikkeling afhankelijk van de mondelinge taal van anderen. Je kunt de kinderen helpen door veel met ze te praten, tijdens spel maar ook tijdens rustmomenten en bijvoorbeeld tijdens het opruimen. Het is goed om aldoor te benoemen wat je doet, wat de kinderen doen, wat je in je handen hebt, waarnaar je wijst, et cetera. Je bent een goed taalmodel voor kinderen als je eigen taalgebruik daarbij duidelijk en correct is. Om jonge kinderen ook in contact te brengen met andere taal dan spreektaal, is het goed om veel voor te lezen en de kinderen te laten kijken naar films van bijvoorbeeld prentenboekverhalen en naar muziek te laten luisteren.

Je bent een goed taalmodel voor kinderen als je eigen taalgebruik duidelijk en correct is

Kinderen tussen 7 en 9 jaar

Op deze leeftijd leren kinderen zelf lezen. Dat is een enorme bron voor de ontwikkeling van hun taal. Als kinderen eenmaal goed kunnen lezen, leren ze tijdens het lezen heel veel nieuwe woorden en uitdrukkingen. In de periode tussen 7 en 9 jaar zijn de basiswoordenschat en het zelfstandig lezen nog in ontwikkeling. Voor deze kinderen is het goed als ze op hun gemak kunnen oefenen met lezen, met eenvoudige leesboekjes, tijdschriften en strips voor beginnende lezers. Daarnaast blijft het belangrijk om veel met de kinderen te praten en veel voor te lezen. Ook kunnen deze kinderen een actieve rol spelen in activiteiten als toneel en poppenkast.

Kinderen tussen 10 en 12 jaar

Op deze leeftijd kunnen kinderen vaak goed zelfstandig lezen en hebben zij een basiswoordenschat van ongeveer 6000 woorden. Voor deze kinderen zit de uitdaging in woorden die wat minder vaak voorkomen. Die woorden leren ze uit verhalen, tijdschriften, informatieve boeken en films. Maar ook voor hen blijft de mondelinge taal belangrijk, want ook zij leren door te praten en te luisteren. Naast gewone gesprekken, kun je voor hen ook meer uitdagende praatactiviteiten organiseren, zoals vertellen, presenteren, of debatteren.

Tips

Als kinderen fouten maken in hun taalgebruik, benadruk dan niet de fout. Het is beter om de zin van het kind op de juiste wijze en eventueel met een uitbreiding in je antwoord te herhalen. Bijvoorbeeld, een kind zegt: “Bas in de plas geloopt”. Je zegt dan niet: “Nee, je moet zeggen, Bas heeft in de plas gelopen”, maar “Ja, Bas heeft in de plas gelopen”. Kinderen voelen zich dan bevestigd en zullen vanzelf de correcte vorm overnemen.

Als je kinderen een nieuw woord wilt leren, vraag dan niet “Wie weet wat dit is?” of “Wie weet wat een … is?”. Dat is pedagogisch ongewenst, want de taalsterke kinderen worden zo iedere keer beloond, terwijl de taalzwakke kinderen steeds worden benadeeld. Door de ruis die ontstaat wanneer kinderen gaan raden, gaat er ook veel tijd verloren. Hierdoor krijgen kinderen minder gelegenheid om nieuwe woorden te leren. Geef daarom zelf direct het nieuwe woord en praat vervolgens met de kinderen over hun eigen ervaringen met het betreffende voorwerp. Zo kunnen alle kinderen het woord meteen gaan gebruiken en verbinden met de ervaringen in de groep.

Stimuleren van de taalontwikkeling

  • Zorg ervoor dat je eigen taalaanbod duidelijk en correct is.
  • Zorg voor een uitdagende taal- en speelomgeving.
  • Stimuleer kinderen om veel te praten: hoe meer ze praten, hoe meer ze leren.
  • Verbeter het taalgebruik van een kind door een fout geformuleerde zin correct te herhalen.
  • Stimuleer samen spelen: kinderen ontwikkelen hun taal in interactie met anderen.
  • Benoem voorwerpen, handelingen, spelregels e.d. Hoe vaker kinderen woorden horen, hoe beter.
  • Vraag niet: “wie weet wat een … is?”. Geef zelf het woord en vraag de kinderen naar hun eigen ervaringen ermee, zodat ze het woord direct gaan gebruiken.