Sociale ontwikkeling

Onder de sociale ontwikkeling valt onder andere de identiteitsontwikkeling, het vermogen om contacten te leggen en vriendschappen aan te gaan, sociale onafhankelijkheid, morele ontwikkeling, impulscontrole, het ik-bewustzijn in een sociale context, het sociaal inschattingsvermogen, sociale vaardigheden, de relatie tot autoriteit en sociale aspecten van de seksuele ontwikkeling. Een groot scala aan deelgebieden. Belangrijk is vooral dat kinderen zich als individu ontwikkelen en met elkaar leren omgaan in een groep. Ze worden zich bewust van sociale verhoudingen en ontwikkelen een sociale identiteit. Daarnaast worden vriendschappen ontwikkeld.

Stimuleer samenspel door het organiseren van activiteiten waarbij kinderen moeten samenwerken

Het is belangrijk dat kinderen voldoende mogelijkheden krijgen om sociale vaardigheden te oefenen. Het is dus goed dat zij omgaan met leeftijdgenoten maar dwing dit niet af. Stimuleer samenspel door het organiseren van activiteiten waarbij kinderen moeten samenwerken en wissel regelmatig qua samenstelling van de groepjes. Sport en spelactiviteiten zijn een leuke en geschikte manier daarvoor: kinderen zijn lichamelijk bezig in teamverband. Maar denk ook aan andere activiteiten waarbij andere talenten worden aangesproken. Zorg daarnaast dat er genoeg tijd en ruimte is om bewust iets alleen of samen met vrienden te doen.

Kinderen tussen 4 en 6 jaar

Kinderen tussen vier en zes jaar kunnen zich aardig redden in een grote groep en kunnen zich houden aan een groot aantal vaste regels. Het belangrijkste is misschien wel dat een kleuter besef krijgt over wat goed en fout is. Er kan nu dus ook een schuldgevoel ontstaan. Het voorbeeld van anderen is daarbij heel belangrijk. Kleuters zijn ook steeds meer in staat om samen te gaan spelen en op deze leeftijd ontstaan vriendschappen. Een vriend is belangrijk omdat hij dingen doet die jij gedaan wilt hebben. Naast echte vriendjes hebben (jonge) kinderen soms een (tijdelijk) fantasievriendje. Dit hoeft niet negatief te zijn. Een fantasievriendje helpt het kind de wereld beter aan te kunnen. Het hebben van een fantasievriendje kan ook een positieve factor zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Zij zijn daardoor minder agressief, creatiever, nieuwsgieriger en dergelijke. Vraag jezelf wel af waarom het kind een fantasievriendje heeft (een gemis van een broertje bijvoorbeeld, of verlegenheid). Zorg dat je weet wat er speelt onder kinderen en help een kind dat minder sociaal vaardig is, maar wel wil meedoen in de groep, om contacten te leggen.  

Naast echte vriendjes hebben (jonge) kinderen soms een (tijdelijk) fantasievriendje

Kinderen tussen 7 en 9 jaar

Op deze leeftijd worden vriendschappen steeds belangrijker. Juist de omgang met leeftijdgenoten en gedragscodes in de groep zijn bepalend voor het gedrag. Kinderen willen erbij horen en door leeftijdgenootjes geaccepteerd worden. Daarnaast zijn ze vooral bezig om zichzelf te leren kennen. Daarbij vergelijkt het kind zich vooral met anderen. Ze brengen nu in hun spel vaak een competitie-element in.

Als kinderen in een groepje zitten ontstaat er een groepscultuur. Dit houdt in dat je als groep dingen normaal gaat vinden. Er zijn bepaalde meningen in de groep. Bijvoorbeeld: de hele groep vindt ineens dat tekenen stom is, of dat Kees maar een sukkel is. Keerzijde van het bij de groep willen horen en de behoefte aan competitie is het risico op pesten. Wees alert op dit soort processen en bespreek het met de kinderen. Speelt een kind voortdurend alleen, dan is het goed om gerichte activiteiten te organiseren waarbij kinderen onderling moeten samenwerken en waarbij de mogelijkheid bestaat vriendschappen te sluiten.

Kinderen tussen 10 en 12 jaar

Vriendschappen worden gesloten op basis van gemeenschappelijke interesses en worden nog belangrijker. Kinderen willen vooral geaccepteerd worden door de groep en passen zich dus aan, aan de groepsnormen. Tegelijkertijd worden persoonlijke belangstellingen ontwikkeld en willen ze zichzelf ook profileren binnen de groep. Dat maakt het soms lastig voor kinderen. Daarbij zul je ook zien dat sommige kinderen buiten de groep gehouden worden, of erger: gepest worden. Dit kan zijn omdat hij er anders uitziet, maar het kan ook gaan om helemaal niets. Kinderen in de groep zullen dan meedoen aan deze pesterijen om zelf goed in de groep te liggen en zeker van zichzelf te zijn. Zorg voor een gedifferentieerd aanbod van activiteiten waarbij verschillende talenten worden aangesproken. Zo zorg je ervoor dat niemand buiten de boot valt. Denk dus niet alleen aan teamsport of een ander spel, maar ook bijvoorbeeld aan het gezamenlijk organiseren van een speelgoedmarkt, het maken van een tentoonstelling of een voorstelling voor de kleinere kinderen. Laat kinderen samenwerken en binnen de groep hun eigen rol verder ontwikkelen op basis van hun interesse en vaardigheden. Zo kan ieder kind zijn of haar talent benutten en dat leidt tot succeservaringen. Houd er rekening mee dat kinderen tussen negen en twaalf jaar zelfstandiger worden. Dit betekent dat je rol als begeleider kleiner wordt. Je bent minder sturend en meer op afstand aanwezig. Bevestig kinderen in hun zelfstandigheid en betrek hen bij het bedenken en organiseren van groepsactiviteiten. Zorg voor duidelijke regels en grenzen en stel (samen met de kinderen) gedragregels op: ‘hoe gaan we met elkaar om op de bso’.

Tips

Benader de kinderen niet alleen als lid van de groep, maar ook als individu. Vraag hoe het op school gaat, of thuis, lees een verhaal voor, of speel bijvoorbeeld met een kind een gezelschapsspel. Zorg dat kinderen het idee hebben dat ze gezien worden en dat er naar hen geluisterd wordt. Wees alert op veranderingen of spannende gebeurtenissen op school en thuis. Een geboorte van een broertje of zusje, maar ook een ontslag van een vader of een overleden huisdier kan spanningen oproepen bij kinderen waardoor het gedrag van een kind (hij luistert niet of is heel druk) al snel verklaard kan worden. 

Laat kinderen gerust zelf kiezen met wie ze spelen, maar wees niet bang zelf ook groepjes samen te stellen en maak duo’s of groepjes die niet direct voor de hand liggen. Komen kinderen van meerdere scholen, benut dit dan! Kinderen zijn geneigd om vooral te spelen met klasgenoten of bekenden, terwijl de bso ook een andere sociale context biedt waar kansen liggen voor vriendschappen en andere rollen / verhoudingen. Bedenk een manier waarop nieuwe (jonge) kinderen snel een plek in de groep krijgen. Bij de wat oudere kinderen is het goed om in het begin van het jaar extra aandacht te besteden aan activiteiten waardoor kinderen kennis met elkaar maken en elkaar wat beter leren kennen.

Stimuleren van de sociale ontwikkeling

  • Geef voldoende ruimte aan kinderen om alleen, in duo’s of in groepen te spelen.
  • Stimuleer samenspel door het organiseren van verschillende soorten activiteiten waarbij verschillende talenten worden aangesproken en kinderen moeten samenwerken en luisteren naar elkaar.
  • Wissel regelmatig qua samenstelling van de groepjes.
  • Wees alert op groepsprocessen waarbij kinderen worden buitengesloten of gepest en bespreek het met de kinderen.
  • Zorg voor duidelijke regels en grenzen en stel samen met de kinderen gedragregels op: ‘hoe gaan we met elkaar om op de bso’.