Emotionele ontwikkeling

In de Wet op de Kinderopvang is het ‘bieden van emotionele veiligheid’ opgenomen als een van de belangrijkste opvoedingsdoelen van de kinderopvang. Een omgeving waar een kind zich veilig voelt is een voorwaarde voor een goede emotionele ontwikkeling. Daarom is je basishouding warm en belangstellend. Je geeft ieder kind het gevoel dat het welkom is. Je toont oprechte belangstelling voor wat de kinderen doen en maken, je prijst de kinderen als zij iets gepresteerd hebben en je aarzelt niet om een kind een knuffel te geven of even op schoot te nemen. Daarnaast geef je kinderen een gevoel van veiligheid en zekerheid door te zorgen voor vaste, herkenbare patronen in je gedrag en een vaste (herkenbare) structuur bij activiteiten. Pas ook regels consequent toe (bijvoorbeeld: bij schilderen altijd een schort aan).

Kinderen zijn meer dan volwassenen geneigd om hun emoties te tonen door hun lichaamstaal. Een kind dat het hoofd gebogen houdt voelt zich waarschijnlijk somber of verdrietig; een kind dat je niet wil aankijken heeft misschien iets te verbergen of is boos; een kind dat opvallend langzaam loopt of hangerig is, is misschien moe, maar kan ook verdrietig of bezorgd zijn; een kind dat onrustig om zich heen kijkt is mogelijk gespannen, maar kan ook verveeld zijn. Je hebt oog voor dit gedrag en je speelt erop in.

Kinderen zijn meer dan volwassenen geneigd om hun emoties te tonen door hun lichaamstaal

Kinderen tussen 4 en 6 jaar

In deze leeftijd wordt de interactie in de groep belangrijk. Kinderen leren op school om mee te doen in de groep. Ze moeten de regels van de groep leren en moeten die zich helemaal eigen maken, zodat ze de regels ook volgen als ze even niet de aandacht van de volwassene hebben. Hierdoor ontwikkelen ze hun geweten. Ze leren bijvoorbeeld dat liegen niet mag. Kinderen die toch op liegen betrapt worden, kunnen rekenen op een flink standje. Wees je er echter bewust van dat jonge kinderen niet in staat zij om de waarheid bewust te manipuleren op de manier die volwassenen liegen noemen. Voor jonge kinderen is de grens tussen fantasie en werkelijkheid nog niet zo duidelijk en soms herinneren ze zich gewoon niet of iets wel of niet is gebeurd. Pas rond een jaar of zes gaan ze leugentjes om bestwil gebruiken, bijvoorbeeld om geen straf te krijgen of om een ander kind te beschermen. Ook het zelfvertrouwen ontwikkelt zich in deze periode. De kinderen tonen vaak hun trots als ze iets hebben geleerd: “ik kan al zelf …”. De jongste kinderen in deze leeftijdsgroep zijn nog niet altijd taalvaardig genoeg om hun emoties onder woorden te brengen. Daarom benoem je emoties die je waarneemt en zelf ervaart, bijvoorbeeld: “Ik zie een traan, ben je verdrietig?” Ook lees je voor uit – en praat je met de kinderen over – prentenboeken waarin emoties aan de orde komen. Het is belangrijk om kinderen te leren hun emoties te verwoorden. Hierdoor kunnen ze het een plek geven en leren ze hun emoties onder controle te krijgen en minder impulsief te reageren. Die emotionele onafhankelijkheid is van belang om initiatieven te kunnen nemen en de wereld te ontdekken.

Het is belangrijk om kinderen te leren hun emoties te verwoorden

Kinderen tussen 7 en 9 jaar

Deze kinderen kunnen hechte vriendschappen aangaan en zijn in staat om de standpunten van anderen te begrijpen. Ze krijgen hun emoties meer onder controle en zijn steeds minder impulsief. Ze kunnen hun gevoelens onder woorden brengen. De groep wordt steeds belangrijker. Dit is ook de periode waarin het ‘echte’ schoolse leven is begonnen. Voor sommige kinderen kan dat betekenen dat zij bij bepaalde vaardigheden die van hen verwacht worden minder zelfvertrouwen hebben, omdat zij weten dat zij die niet zo goed beheersen als anderen (bijvoorbeeld lezen of tekenen). Als je dit waarneemt, kun je het kind helpen om meer zelfvertrouwen op te bouwen door het de gelegenheid te geven om met deze vaardigheden te oefenen en te experimenteren zonder de ‘druk’ van de schoolse verwachtingen.

Kinderen tussen 10 en 12 jaar

De zelfstandigheid van de kinderen neemt toe. Ze kunnen spelen zonder toezicht van een volwassene en passen zelf de regels van het spel toe. De kinderen zijn steeds meer aanspreekbaar op hun gedrag en ze stellen zelf inconsequent gedrag van volwassenen aan de orde. Je kunt een beroep doen op de eigen verantwoordelijkheid van de kinderen wanneer je hun gedrag wilt bijsturen. Binnen de groep is acceptatie belangrijk: de kinderen zijn zich bewust van de hiërarchie in de groep en zijn zeer gevoelig voor uitsluiting of pesterij. Voor sommige kinderen begint aan het einde van deze fase de puberteit. Verschillen in lichamelijke ontwikkeling worden zichtbaar en dat kan leiden tot gevoelens van onzekerheid en veranderingen in de omgang tussen kinderen.

Tip

Als je ziet dat een kind wat stil is, of zich terugtrekt, dan hoeft dit niet direct een reden voor bezorgdheid te zijn. Vaak hebben kinderen na de drukke schooldag even behoefte om zichzelf te zijn en helemaal niets te doen. Ingrijpen is dan niet nodig. Gedraagt een kind zich over een langere periode heel anders dan je gewend bent, dan is het zaak om hierover te praten met het kind en, zo nodig, met de ouders. Geef kinderen ruimte voor initiatief en zelfstandigheid, maar geef ook duidelijk de grenzen aan. Stimuleer zelfstandigheid door kinderen kleine taakjes te geven. Denk aan het (samen) ronddelen van de snack ’s middags. Laat jonge kinderen hiermee eerst oefenen in spelvorm.

Stimuleren van de emotionele ontwikkeling

  • Wees warm en belangstellend voor alle kinderen.
  • Wees consequent in je gedrag, daardoor geef je kinderen een gevoel van veiligheid en zekerheid.
  • Zorg voor een vaste structuur bij activiteiten en pas de regels consequent toe.
  • Stimuleer zelfstandigheid door kinderen kleine taakjes te geven. Laat jonge kinderen hiermee eerst oefenen in spelvorm.
  • Prijs de kinderen om hun gedrag, hun prestaties en hun producten.
  • Heb oog voor de lichaamstaal van kinderen: emoties zijn soms beter waar te nemen in houding en gedrag dan in taal.
  • Geef kinderen ruimte voor initiatief en zelfstandigheid, maar geef ook duidelijk de grenzen aan.