Activiteit

Schimmenspel maken

Vooraf

Zoek een verhaal uit dat de kinderen aanspreekt. Je kunt een verhaal kiezen dat aansluit bij een thema waarmee je op dat moment werkt.

Let erop dat de figuren uit het verhaal niet te moeilijk zijn om uit te knippen. Zorg voor figuren met duidelijke lijnen, die niet te gedetailleerd zijn. De figuren uit de verhalen van Rindert Kromhout (Kleine Ezel), Max Velthuijs (Kikker), Ingrid en Dieter Schubert (Beer en Egel), Hanna Kraan (De boze heks of Domper, Krik en Melle) lenen zich hier bijvoorbeeld goed voor. Maar je kunt natuurlijk ook de figuren gebruiken uit een (prenten)boek dat je zelf graag voorleest!

Teken de omtrek van de figuren uit het verhaal op karton over. Zorg dat je voor elk kind tenminste een figuur hebt.

Knip eventueel zelf een figuur uit en plak hem op een rietje of satéprikker.

Deze activiteit duurt ongeveer 45 tot 60 minuten, of zolang de kinderen het leuk vinden.

Speluitleg

Vertel de kinderen dat ze schimmenspel gaan maken. Vraag of de kinderen weten wat dat is? Doe ter illustratie even het licht uit. Pak de figuur die je hebt gemaakt. Schijn met de zaklamp op enige afstand op je figuur, en maak er zo een schaduw van op de muur. Als je geen figuur hebt gemaakt, kun je ook met je hand een schaduw op de muur maken. Bijvoorbeeld van een konijn, of van een vogel. Vertel dat de kinderen nu een schim op de muur zien. Laat de kinderen goed naar je figuur kijken. Zo’n figuur gaan de kinderen ook maken. Vertel uit welk boek de figuren komen; laat de figuren ook even in het boek zien.

Laat daarna de figuren zien die je op karton hebt overgetrokken, en vertel dat de kinderen deze figuren uit mogen knippen. De kinderen plakken de figuren op een satéprikker of rietje. Zijn alle figuren klaar? Daarna wordt de ruimte donker gemaakt en een lamp opgesteld zodat de kinderen schimmen op de muur kunnen maken met hun figuren. Daarna kan een verhaal voorgelezen worden, terwijl de kinderen ondertussen meespelen met de schaduwen van hun figuren (praten en uitleggen).

Zorg ervoor dat de kinderen je uitleg goed kunnen verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen)?

Spelbegeleiding

Geef elk kind een kartonnen vel met een figuur erop. Laat de kinderen de figuren uitknippen. Loop rond en help als dat nodig is, of vraag of een (ouder) kind wil helpen (begeleiden van interactie tussen kinderen). Complimenteer de kinderen met hun werk: ‘Wat ben jij netjes aan het knippen, goed zo!’ (sensitieve responsiviteit). Knip of snijd eventueel zelf kleine onderdelen uit, zoals ogen of veren.

Als de figuren uitgeknipt zijn, mogen de kinderen ze met plakband op de rietjes of satéprikkers plakken en het verhaal naspelen terwijl jij het voorleest. Onderbreek af en toe het verhaal om de kinderen te complimenteren met hun opkomst of bewegingen (sensitieve responsiviteit). Je kunt eventueel ook aanwijzingen geven: ‘Goed zo Son Lee, nu komt Egel er aan!’

Afsluiting

Geef op tijd aan wanneer de kinderen op moeten houden (structureren en grenzen stellen).

Laat de kinderen tot slot de knutselspullen opruimen. Bedenk met de kinderen waar jullie de figuren gaan bewaren. Dan kunnen de kinderen vaker met de figuren spelen!

Bespreek de activiteit na met de kinderen. Vonden ze het leuk om een schimmenspel te maken? En was het leuk om het verhaal na te spelen met de schimmen (sensitieve responsiviteit)? Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Doe dit spel binnen. Zorg dat je het verhaal naspeelt in een ruimte waar je het donker kunt maken. Je hebt een witte muur nodig; je kunt ook een wit laken voor een muur hangen. Test van tevoren uit op welke plek je een lamp neer moet zetten voor een goed resultaat. Je kunt eventueel ook een (ouder) kind met een zaklantaarn laten schijnen (begeleiden van interactie tussen kinderen).

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Een verhaal uit een voorleesboek.
  • Voor elk kind een figuur op een karton.
  • Kinderscharen en plakband.
  • Rietjes of satéprikkers.
  • Een lamp of een zaklantaarn.
  • Eventueel een scherpe schaar of stanleymes voor jou.
  • Eventueel een wit laken.

Omgang met risico’s

De kinderen knippen figuren uit. Laat hen met kinderscharen werken. De moeilijke, kleine stukjes kun je zelf met een scherpere schaar of een stanleymes uitknippen/uitsnijden. Knippen is nog moeilijk voor kleuters; houd dus goed in de gaten of het lukt! Het is niet de bedoeling dat de kinderen gefrustreerd raken! 

Sommige kinderen zijn bang in het donker. Je kunt eventueel een lampje aanhouden, zodat het niet helemaal donker wordt. Je kunt ook naast een bang kind gaan zitten, zodat hij zich toch veilig voelt.

Ontwikkeling

De kinderen knippen figuren uit die ze kennen uit een verhaal. Daarna spelen ze mee als je voorleest. Ze moeten daarvoor goed luisteren naar het verhaal (taalontwikkeling). Daarnaast moeten ze goed samenwerken bij deze activiteit. Wie is er aan de beurt? Wie moet er opkomen? Wat moet hun figuur doen samen met een ander figuur? (sociale ontwikkeling). Tot slot knippen de kinderen figuren uit. Dat is behoorlijk lastig voor kleuters (motorische ontwikkeling). Schat van tevoren in of het uitknippen moeilijkheden op gaat leveren bij de kinderen. Niet elk kind kan al even goed knippen! Geef een kind dat nog niet zo goed kan knippen een eenvoudiger figuur dan een kind dat motorisch al verder ontwikkeld is. Help de kinderen als dat nodig is, of vraag een ouder kind om te helpen.

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte: 

Je kunt deze activiteit ook in tweetallen of individueel doen.

Materiaalgebruik: 

- De kinderen kunnen een verhaal ook naspelen met poppenkastpoppen.

- De kinderen kunnen de figuren ook met een prikpen ‘uitknippen’. Zorg in dat geval voor voldoende prikpennen.

Spelvariatie: 

- Je kunt de kinderen ook zelf figuren laten tekenen. Bijvoorbeeld fantasiefiguren, of dieren die ze leuk vinden. Ze kunnen vervolgens zelf een verhaal verzinnen om mee te spelen.

- De kinderen kunnen ook andere voorwerpen die een rol spelen in het verhaal uitknippen. Bijvoorbeeld een bal, een huis of een boom.

- Je kunt de uitgeknipte figuren ook op een groot vel papier plakken. De kinderen maken dan een soort collage van de kartonnen figuren.

Leeftijd: 

Je kunt deze activiteit ook met oudere kinderen doen.

- 7-9 jaar: Laat de kinderen van deze leeftijd zelf een verhaal uitkiezen. Van welk verhaal willen ze figuren uitknippen?

- 10-12 jaar: Ook de oudste kinderen kunnen zelf bepalen welk verhaal ze willen gebruiken voor het schimmenspel. Ze kunnen ook in groepjes figuren maken uit verschillende verhalen. Daar kunnen ook stripverhalen bij zitten! De kinderen kunnen zelf een verhaal verzinnen en het schimmenspel daarna voor elkaar opvoeren (ontwikkelingsstimulering). De kinderen van deze leeftijd kunnen tot slot ook (delen van) het verhaal zelf voorlezen.

Achtergrondinformatie

Bron: Gebaseerd op de activiteit ‘Nachtwezens’ op pagina 112 van Het grote Activiteiten en Spelletjesboek (vertaald door Gea Scheperkeuter, redactie Eveline Deul. Veltman Uitgevers, 2002).

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Taal ontwikkeling

Spelgebied: Kunst en knutselen

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 2 - 10 kinderen

Leeftijd: 4 - 6 jaar

Door: SamenspelopdeBSO