Activiteit

Proefjes met ijsbergen en vulkanen

Vooraf

Leg de benodigde spullen klaar. Maak van tevoren (verschillend) gekleurde ijsblokjes. Meng hiervoor in een bakje een beetje kleurstof met water; gebruik verschillende bakjes als je meerdere kleuren ijsblokjes wilt maken. Giet het gekleurde water in een ijsblokjeshouder en maak ijsblokjes in de diepvries.

De voorbereiding van deze activiteit duurt ongeveer 20 minuten. Er is een wachttijd van ongeveer 4 uur (om de ijsblokjes te laten bevriezen). De uitvoering van deze activiteit duurt ongeveer 45 minuten.

Speluitleg

Vertel dat de kinderen twee proefjes gaan doen:

  1. Ze gaan zelf een vulkaan maken die uitbarst.
  2. Ze gaan onderzoeken wat er gebeurt met een ijsberg die smelt.

Ze doen de proefjes op verschillende plekken in de ruimte.

Verdeel de kinderen in twee groepen van ongeveer acht kinderen. Binnen de twee groepen werken de kinderen in tweetallen samen aan een proef. De tweetallen gaan zoveel mogelijk zelfstandig aan de slag (respect voor autonomie). Zorg dat elke groep begeleid wordt door iemand. Bijvoorbeeld door een pedagogisch medewerker, of door een ouder kind (begeleiden van interactie tussen kinderen). Deze begeleider kan de kinderen natuurlijk ook helpen. Ga met elke groepje naar een andere hoek van de ruimte. Doe in elke hoek een proefje. Tijdens de proef kijken de kinderen goed wat er gebeurt. Als echte wetenschappers schrijven ze op wat ze zien. Als de kinderen klaar zijn met hun proefje wisselen de groepen van plek. Elke groep gaat vervolgens de andere proef doen (structureren en grenzen stellen, praten en uitleggen).  

Proefje 1: De ijsbergproef.

Vertel dat het eerste proefje over ijsbergen gaat. Leg uit dat de kinderen misschien wel weten dat ijsbergen op de Noordpool op het water drijven. IJs is lichter dan water, daarom blijft het drijven. Het gesmolten ijswater is kouder dan het water waar het in drijft (praten en uitleggen). Wat gebeurt er met dat koude smeltwater? Vertel dat de kinderen dat gaan onderzoeken. Laat de kinderen een grote kom of bak met (warm) water vullen. Dat is het water bij de Noordpool. Haal de ijsblokjeshouder met de gekleurde ijsblokjes uit de diepvries. Elk tweetal mag een aantal gekleurde ijsblokjes in het water laten vallen. Nu liggen er (gekleurde) ijsbergen in het water. Laat de kinderen observeren wat er gebeurt. Zorg dat ze ook van de zijkant in de bak kijken. Wat gebeurt er met de kleine ijsbergjes? Zinken ze of blijven ze drijven? Wat gebeurt er als het ijs smelt? Laat de kinderen in tweetallen op een blaadje of in een schriftje schrijven wat ze zien (respect voor autonomie). Help als dat nodig is, of laat de kinderen elkaar helpen (begeleiden van interacties tussen kinderen).Leg tot slot kort uit wat er gebeurt: ijs is lichter dan water. Daarom blijft een ijsberg op het water drijven. Als ijs smelt, wordt het water. Koud water is zwaarder dan warm water. Het gesmolten ijswater is dus zwaarder dan het (warmere) water in de bak. Daarom zakt het zware, koude water naar beneden (praten en uitleggen).

Proefje 2: De vulkaanproef.

Geef elk tweetal een klein plastic of glazen flesje. Laat de tweetallen een beetje (rode) voedingskleurstof in de fles gieten via een trechter. Laat de kinderen er ook wat azijn bij gieten. Zijn alle tweetallen geweest? Laat een kind dan de trechter omwassen en afdrogen. Daarna mogen de tweetallen 1 á 2 lepeltjes zuiveringszout in een ander flesje gieten via de trechter. De kinderen zetten de fles met zout op een bord voor zich op tafel. Laat hen er samen een echte vulkaan van maken. De zijkant van de fles bestrijken ze met lijm. Daarna scheppen ze zand om de fles en tegen de fles aan. Het zand blijft kleven aan de lijm op de fles. Zorg ervoor dat er geen zand in de fles komt! De kinderen moeten de flesopening vrijhouden. Dat is de krater van de vulkaar. Laat de tweetallen wat gekleurde azijn door de trechter in het flesje met zuiveringszout gieten. Daarna moeten ze de trechter vlug weghalen. Wat gebeurt er? De vulkaan barst uit! Laat de kinderen goed kijken. Ze kunnen in tweetallen aantekeningen maken in hun schrift. Is de vulkaan klaar met uitbarsten? Dan kunnen de kinderen in de fles roeren en er nog een beetje azijn bij gieten. Dan gaat de vulkaan weer uitbarsten! Help als dat nodig is, of laat de kinderen elkaar helpen (begeleiden van interacties tussen kinderen). Leg kort uit wat er gebeurt: als je zout mengt met azijn, ontstaat er gas (kooldioxide). De luchtbellen van het gas zorgen ervoor dat de azijn in de fles gaat borrelen. En zo gaat de vulkaan uitbarsten (praten en uitleggen).

Zorg ervoor dat de kinderen je uitleg goed kunnen verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen)?

Spelbegeleiding

De begeleider van ieder groepje vertelt stapsgewijs wat de kinderen gaan doen en begeleidt de handelingen van de kinderen. Ook legt de begeleider uit wat er precies gebeurt (praten en uitleggen). De begeleider zorgt er ook voor dat de kinderen de instructies goed opvolgen en de materialen op de juiste manier gebruiken (structureren en grenzen stellen).

Afsluiting

Hebben de kinderen de proefjes gedaan? Ruim dan gezamenlijk de spullen op. Complimenteer de kinderen: ‘Wat hebben jullie goed samengewerkt tijdens de proefjes!’ (sensitieve responsiviteit).  

Bespreek de activiteit nog even na met de kinderen. Vonden de kinderen het leuk om de proefjes te doen? Welk proefje vonden ze het leukste om te doen? Wat gebeurde er precies met de ijsbergjes en de vulkaan (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen)? Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Je doet deze activiteit binnen, op twee verschillende plekken. Doe bijvoorbeeld in elke hoek van de ruimte een proefje. Zet in beide hoeken een tafel neer die groot genoeg is voor alle kinderen uit een groep. Zet op de ene tafel de spullen klaar voor de ijsbergproef, op de andere tafel de spullen voor de vulkaanproef. 

Suggestie: je kunt ook een ‘laboratoriumhoek’ inrichten. In deze hoek kun je verschillende materialen neerleggen die de kinderen kunnen gebruiken voor proefjes. Je kunt hier ook boeken neerleggen met voorbeelden van proefjes. Of een map met uitdraaien van internetpagina’s. Afhankelijk van de proefjes die de kinderen willen doen, kun je andere materialen verzamelen (of ze kopen). Een dergelijke hoek hoeft overigens niet vast te zijn, je kunt de materialen voor de proefjes ook verzamelen in een kist of een doos. Op die manier kun je de hoeken steeds anders inrichten.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal voor de ijsbergproef:

  • IJsblokjeshouder; elk tweetal heeft 3 á 4 ijsblokjes nodig.
  • Plastic potje om het gekleurde water in te mengen.
  • (Rode) voedingskleurstof om de ijsklontjes mee te kleuren.
  • Een lepel om het gekleurde water in de ijsblokjeshouder te lepelen.
  • Voor elk tweetal een doorzichtige kom met warm water.

Benodigd materiaal voor de vulkaanproef:

  • Voor elk tweetal een bord waarop de vulkaan kan staan.
  • Azijn.
  • Zuiveringszout (te koop bij een drogist).
  • Voedingskleurstof.
  • Een trechter.
  • Voor elk tweetal twee flesjes (van glas of van plastic): in de ene komt azijn; in de andere zuiveringszout.
  • Kinderlijm.
  • Zand.
  • Een stokje om in de vulkaan te roeren als hij klaar is met uitbarsten.

Omgang met risico’s

Voor de ijsbergproef hebben de kinderen een bak met warm water nodig. Zorg ervoor dat de kinderen zich niet branden aan de warme kraan. Eventueel kunnen de begeleiders de bakken warm water neerzetten. Verder kunnen de handen van de kinderen vastplakken aan een koude ijsblokjeshouder. Doop de houder even in water om dat te voorkomen. Zorg ook voor toezicht bij de diepvries. 

De uitbarsting van de vulkaan is het gevolg van een chemische reactie. Het gas dat geproduceerd wordt is kooldioxide. Dit gas is niet gevaarlijk. Bovendien komt er maar weinig gas vrij met deze hoeveelheden azijn en zuiveringszout. Houd wel toezicht op de proef, zodat je kunt voorkomen dat de kinderen morsen.

Ontwikkeling

De kinderen doen proefjes met ijsblokjes en azijn en zuiveringszout. De kinderen doen de proefjes in tweetallen en ze helpen elkaar als dat nodig is (sociale ontwikkeling). Daarnaast ontdekken de kinderen dat ijs drijft, maar dat ijswater zinkt omdat het zwaarder is dan warm water. Verder ontdekken ze dat zuiveringszout en azijn een chemische verbinding aangaan, waarbij kooldioxide vrijkomt. Dat laat de azijn borrelen (cognitieve ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook individueel of in een kleinere groep doen.

Materiaalgebruik:

- In plaats van voedingskleurstof kun je ook een beetje limonadesiroop of ecoline gebruiken om de ijsblokjes te kleuren.

- Je kunt de vulkaanproef verder aankleden door de kinderen ook een boom te laten maken op het vulkaaneiland. De kinderen kunnen daar gekleurd karton voor gebruiken.

Spelvariatie:

- Je kunt de kinderen de gekleurde ijsblokjes ook zelf laten maken. Laat hen de kleurstof door het water roeren, en in de ijsblokjeshouder lepelen. Na ongeveer 4 uur wachten zijn de gekleurde ijsblokjes klaar.

- Je kunt de ijsbergproef uitbreiden met de onderwaterfonteinproef: Vul daarvoor een plastic flesje met warm water; doe daar een beetje kleurstof bij. Zet het flesje langzaam in een grote kom met (kouder) water. De fles moet helemaal in de kom passen. Zet de fles rechtop op de bodem. Laat de kinderen observeren wat er met het gekleurde warme water gebeurt. Blijft het in de fles? (nee). Waar stroomt het naar toe? Uitleg: het warme water is lichter dan het koude water. Het gekleurde (warme) water gaat dus als het goed is boven drijven; het koudere doorzichtige water ligt eronder.

- Je kunt voor elk kind een soort stempelkaartje maken dat ze om hun nek kunnen hangen. Op het kaartje geef je met twee tekeningetjes in twee vakken de verschillende proefjes aan. Heeft een groep een proefje gedaan? Dan zet je een kruis door dat vak. Zo zien de kinderen welk proefje ze al gedaan hebben, en welke ze nog gaan doen (structureren en grenzen stellen).

- Je kunt foto’s maken van de kinderen als ze de proefjes doen. Leuk voor de website!

- Je kunt de kinderen als verwerking ook een tekening laten maken van een proefje.

- Je kunt de groepen laten begeleiden door oudere kinderen. Je kunt dan zelf rondlopen en de grote lijn bewaken.

Leeftijd:

Je kunt deze activiteit ook met oudere kinderen doen. Oudere kinderen hebben minder begeleiding nodig. Oudere kinderen zullen de uitleg van het (chemische) proces beter begrijpen; daar kun je dan ook wat meer tijd aan besteden (ontwikkelingsstimulering).

Achtergrondinformatie

Bron: Gebaseerd op de activiteit ‘Ballonnensneeuwstorm’, pagina 130-131 (ijsbergproef) en pagina 134-135 (vulkaanproef) van Het grote Activiteiten en Spelletjesboek (vertaald door Gea Scheperkeuter, redactie Eveline Deul. Veltman Uitgevers, 2002).

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Cognitieve ontwikkeling

Spelgebied: Techniek en wetenschap

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 14 - 18 kinderen

Leeftijd: 7 - 9 jaar

Door: SamenspelopdeBSO