Activiteit

Fotoverhaal

Vooraf

Stel een digitale fotocamera beschikbaar die de kinderen mogen gebruiken, stel een computer beschikbaar en leg pen en papier neer.

Deze activiteit duurt minimaal een dagdeel.

Speluitleg

Leg de activiteit uit aan de kinderen. De kinderen gaan een verhaal bedenken en dat vervolgens uitbeelden en vastleggen met de fotocamera. Ze moeten het verhaal naspelen met alleen gebaren en gezichtuitdrukkingen, waarbij het uitdrukken van emoties een belangrijke rol speelt (ontwikkelingsstimulering). De foto’s worden door de kinderen zelf gemaakt (respect voor autonomie, ontwikkelingsstimulering). Bespreek van tevoren met de kinderen wat emoties zijn, of ze er een paar kunnen noemen, en of ze er een paar kunnen uitbeelden (praten en uitleggen), bijvoorbeeld: boos, vrolijk, verdrietig, bang, enthousiast, teleurgesteld, verheugd, sip, verliefd, zenuwachtig. Praat met de kinderen over gebeurtenissen die een bepaalde emotie oproepen, en laat ze hun eigen ervaringen vertellen: wanneer was je voor het laatst boos?  Is er iemand die zich ergens op verheugt? Hoe ziet iemand eruit die verliefd is? Na de bespreking kan het spel beginnen. Vertel de kinderen dat ze samen een verhaal gaan bedenken dat ze uit kunnen beelden. Het verhaal schrijven ze op. Voor het uitbeelden is het belangrijk dat het verhaal uit korte zinnen bestaat, die telkens één scenario uitdrukken. Bijvoorbeeld:  

  1. Karel zit rustig een boek te lezen [foto].
  2. Ondertussen zijn Karels kinderen een gemeen plannetje aan het bedenken [foto].
  3. Ze vullen bekers met water [foto].
  4. Ze gaan giechelend achter Karel staan, met de bekers in hun hand [foto].
  5. Dan gooien ze de bekers met water in één keer over Karels hoofd leeg [foto].

De kinderen beelden ieder scenario uit, en maken er steeds een foto van. Als alle foto’s gemaakt zijn, mogen de kinderen ze op de computer zetten en uitprinten (ontwikkelingsstimulering). Als de foto’s uitgeprint zijn, vormen ze in de juiste volgorde het verhaal. Hier kan een boekje van gemaakt worden of bijvoorbeeld een spel (zie spelvariatie). De foto’s kunnen ook op de computer worden bewerkt, als kinderen dat leuk vinden (zie ook spelvariatie). Laat kinderen als ze dat willen zelf aan de gang gaan op de computer (respect voor autonomie, ontwikkelingsstimulering).

Spelbegeleiding

De kinderen zijn oud genoeg om het spel zonder begeleiding te spelen. Laat ze zoveel mogelijk zelf organiseren. Ze mogen zelf weten welke rol ze willen hebben: willen ze op de foto of willen ze alleen foto’s maken, of willen ze juist na afloop met de foto’s aan de slag? Laat de kinderen zelf kiezen en zelf met ideeën komen (respect voor autonomie). Houd wel in de gaten of iedereen bij het spel betrokken wordt (sensitieve responsiviteit).

Afsluiting

De kinderen zijn klaar wanneer ze het eindproduct afhebben dat ze voor ogen hadden. Maak de kinderen bewust van de tijd, zodat ze niet plotseling hoeven te stoppen, en spreek eventueel met ze af wanneer ze er verder aan mogen werken (respect voor autonomie).Na afloop wordt het eindproduct met de groep besproken (praten en uitleggen). Bespreek met de kinderen wat ze ervan vonden: was het leuk? Was het moeilijk? Is het gelukt? Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit). Leg het eindproduct ergens neer waar de kinderen het aan hun ouders kunnen laten zien. Aanwijzingen voor het gebruik van de ruimte

Maak voldoende ruimte vrij waar de kinderen hun verhaal kunnen uitbeelden. Ze moeten bijvoorbeeld kunnen schuiven met stoelen en banken, en de fotograaf moet op een gunstige afstand kunnen staan.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • een digitale fotocamera
  • een computer
  • pen en papier
  • diverse materialen om het verhaal uit te beelden

Omgang met risico’s

Maak de kinderen ervan bewust dat een fotocamera duur is, dat ze er zuinig op moeten zijn.

Ontwikkeling

De kinderen denken na over verschillende soorten emoties. Tijdens het uitbeelden moeten ze zich inleven in de emoties van de figuur die ze naspelen (emotionele ontwikkeling).Ze bedenken zelf een verhaal en ze bedenken zelf hoe ze hun fotoverhaal naderhand willen vormgeven (creatieve ontwikkeling). Ze leren een gestructureerd verhaal te schrijven: het verhaal moet begrijpelijk zijn, een goede opbouw hebben, en in bondige zinnen worden verteld zodat het kan worden uitgebeeld (taalontwikkeling).Door zelfstandig aan de slag te gaan met de fotocamera en de computer (voor uitprinten en eventueel bewerken van de foto’s) verrijken de kinderen hun technische vaardigheden (cognitieve ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Het spel kan in een kleine en in een grote groep gespeeld worden.

Materiaalgebruik:

Het is leuk als de kinderen hun foto’s mooi kunnen afwerken, bijvoorbeeld door ze te plastificeren of door met stevig karton een kaft voor een boek te maken.

Spelvariatie:

- Van de foto’s kan een spel gemaakt worden door van de foto’s en van de bijbehorende tekst aparte kaartjes te maken. Het spel bestaat eruit om de juiste tekst bij de juiste kaartjes te leggen én het verhaal in de juiste volgorde te leggen.

- In windows moviemaker (o.a.) kunnen foto’s worden ingeladen en bewerkt tot een korte film. Door tekst toe te voegen en de foto’s oud te maken, krijg je een zogenaamde stomme (zwijgende) film van vroeger. Vertel kinderen over de stomme film van vroeger (praten en uitleggen), laat ze eventueel een kort filmpje zien via internet, en bespreek hoe je zelf ook zo’n stomme film kunt maken met de gemaakte foto’s.

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Emotionele ontwikkeling

Spelgebied: Techniek en wetenschap

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 5 - 10 kinderen

Leeftijd: 10 - 12 jaar

Door: SamenspelopdeBSO