Activiteit

Dierenstrip maken

Vooraf

Verzamel boeken over de natuur en leg ze klaar. Vooral boeken met foto’s en tekeningen van dieren zijn handig. Zorg er ook voor dat de kinderen internet kunnen gebruiken om plaatjes van dieren te zoeken.

Leg verschillende stripboeken klaar; dan kunnen de kinderen zien hoe de stripverhalen eruit zien. Leg tekenspullen klaar. Maak eventueel zelf eerst een dierenstripverhaal; dat kun je het kind als voorbeeld laten zien.

Deze activiteit duurt 45 minuten, of zolang als de kinderen het leuk vinden.

Speluitleg

Leg de activiteit uit. Het kind gaat een dierenstripverhaal tekenen. Het verhaal moet gaan over de emoties van een dier. Bijvoorbeeld een dier dat boos wordt, of bang of verliefd is. Het dier moet er zo ‘echt’ mogelijk uitzien, dus het kind moeten goed kijken hoe een dier eruitziet als hij boos, bang of verliefd is. Heeft hij bijvoorbeeld een dikke staart als hij boos is (een poes)? Of rolt hij zich op als hij bang is (een egel)? Of zet hij zijn staart op als hij indruk wil maken (een pauw)?

Bespreek eventueel eerst samen over welk dier het kind een stripverhaal gaat maken. Help bedenken welke emotie leuk is voor het verhaal. Wordt het dier boos, bang of verliefd? Hoe ziet het dier er dan uit?

Het kind mag zelf weten over welk dier hij een stripverhaal wil maken (respect voor autonomie). Laat hem eventueel in de boeken bladeren om inspiratie op te doen. Zo ziet het kind hoe het dier eruit ziet. Hij mag het boek er natuurlijk bijhouden als hij gaat tekenen! Laat het kind ook even in de verschillende stripboeken kijken. Zo kan een stripverhaal eruit zien! Heeft het kind een keuze gemaakt? Laat hem dan lekker zelf aan de slag gaan.

Spelbegeleiding

Laat eventueel andere kinderen die ook een dierenstrip gaan maken meepraten (begeleiden van interactie tussen kinderen). Bekijk samen plaatjes over dat dier in de boeken of op internet.

Weet het kind wat hij gaat tekenen, en op welke manier? Complimenteer hem dan met zijn keuzes (sensitieve responsiviteit). En laat hem zelf aan de slag gaan (respect voor autonomie)!

Kijk af en toe of het kind hulp nodig heeft, of laat andere kinderen helpen (begeleiden van interacties tussen kinderen). Complimenteer tussentijds het kind met zijn tekening (sensitieve responsiviteit). Wat wordt de strip mooi/levensecht/grappig!

Afsluiting

Kondig kort voor het eind aan dat de activiteit bijna afgelopen is (structureren en grenzen stellen). Bespreek wat het kind na deze activiteit kan gaan doen.

Bespreek de activiteit eventueel na met het kind: wat vond het kind leuk en wat minder leuk? Wat ging er goed en wat minder goed? Was het moeilijk om een stripverhaal te tekenen? En was het moeilijk om een dier zo ‘echt’  mogelijk na te tekenen? (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen). Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat het kind kwijt kan wat hij kwijt wil (sensitieve responsiviteit).

Ruim de boeken en gebruikte materialen weer op met het kind.

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Doe deze activiteit aan een tafel. Gaat het kind met inkt werken? Laat hem dan een schort aantrekken.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Tekenpapier.
  • Tekenspullen: (kleur)potloden, stiften, inkt (voor de lijnen), gum, een liniaal.
  • Natuurboeken of internet om te bekijken hoe dieren eruit zien.
  • Stripboeken om te bekijken hoe een strip eruit kan zien.
  • Eventueel een schort.

 Ontwikkeling

- Voor deze activiteit hebben de kinderen een goede fijne motoriek nodig. Niet elk kind kan even goed ‘natuurgetrouw’ natekenen. Je kunt hierop inspelen door een kind dat (nog) niet zo goed (na) kan tekenen te stimuleren een ‘makkelijker’ dier te nemen. Stimuleer het kind bijvoorbeeld een schildpad na te tekenen in plaats van een egel of een pauw (motorische ontwikkeling).

- Levert het natekenen toch frustraties op bij het kind? Leg dan de nadruk op de vorm van de strip. Het is ook belangrijk dat de strip grappig of spannend is! Stimuleer het kind het toch te proberen, ook als het niet meteen lukt. Oefening baart kunst! En complimenteer het kind vooral met wat hij juist goed doet. ‘Ik vind het verhaal heel grappig, en zijn snuit is heel goed gelukt!’ (emotionele ontwikkeling). 

- De kinderen verdiepen zich in emoties (emotionele ontwikkeling) en zoeken op hoe dieren emoties, zoals boosheid of angst uiten (cognitieve ontwikkeling). 

 Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook in een kleine groep doen.

Spelvariatie:

- Je kunt de kinderen het dier zo natuurgetrouw mogelijk na laten tekenen, maar je kunt hen ook hun fantasie laten gebruiken. Ze kunnen bijvoorbeeld andere kleuren gebruiken dan in het ‘echt’.

- Je kunt de kinderen ook een fantasiedier laten tekenen. Met emoties!

- Je kunt de kinderen ook emoties laten tekenen die vooral bij mensen zichtbaar zijn. Een ruziemakende slang bijvoorbeeld, of een huilende cavia. De nadruk van de strip ligt dan meer op de emoties dan op het natuur-aspect.

- Hebben meerdere kinderen een strip gemaakt? Je kunt een boek maken van alle stripverhalen, of de tekeningen ophangen. Bijvoorbeeld in de vorm van een tentoonstelling.

- Je kunt deze activiteit combineren met andere activiteiten over emoties.

Leeftijd:

- Je kunt ook met jongere kinderen (7-9 jaar) een dierenstrip maken: Besteed minder aandacht aan het ‘echt’ natekenen van dieren; ga vooral in op de emoties van dieren. Hoe kun je zien dat een pauw trots is, een schildpad bang of een poes tevreden? Stimuleer het kind die emotie in zijn verhaal terug te laten komen.

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Emotionele ontwikkeling

Spelgebied: Natuur

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 1 - 4 kinderen

Leeftijd: 10 - 12 jaar

Door: SamenspelopdeBSO