Activiteit

Doorgeefverhaal schrijven

Vooraf

Schrijf in een schrift of bloknoot een begin van een verhaal, of schrijf een stukje over uit een leuk boek. Kies een beginstuk van een verhaal uit dat de kinderen erg aanspreekt: het verhaal moet meteen spannend, verdrietig, grappig of…. zijn. Leg het doorgeefverhaal klaar.

Deze activiteit duurt ongeveer een half uur.

Speluitleg

Laat het doorgeefverhaal aan het kind zien. Vertel dat het kind het verhaal mag lezen. Bespreek kort waar het verhaal over gaat. Wie is de hoofdpersoon? Wat gebeurt er met de hoofdpersoon? Is hij boos, blij, verdrietig of moet hij lachen? Hoe komt dat? Vertel dat het kind zelf mag bedenken hoe het verhaal verder gaat. Wat gebeurt er precies? Laat het kind zelf aan de slag gaan (respect voor autonomie). Hij schrijft zijn vervolgstuk eerst in het klad, dan in het net. Als hij klaar is geeft hij het doorgeefverhaal aan jou.

Spelbegeleiding

Laat het kind zelf schrijven. Help het kind een beetje op gang als dat nodig is. Help hem bijvoorbeeld door vragen te stellen hoe het verhaal verder gaat. ‘Waar gaat de hoofdpersoon nu naar toe denk je? Wat gaat hij doen? Waarom doet hij dat? Wat denk je dat … daarvan vindt?’ (ontwikkelingsstimulering). Kinderen van deze leeftijd hebben vaak een rijke fantasie. Stimuleer de kinderen dan ook deze fantasie te gebruiken. Steun hem in zijn ideeën (sensitieve responsiviteit).Daar worden de doorgeefverhalen vast heel spannend/vrolijk/grappig van!

Afsluiting

Is het kind klaar met zijn verhaal? Lees samen door wat het kind ervan gemaakt heeft. Complimenteer het kind met zijn vervolgstuk (sensitieve responsiviteit). Wat is het een spannend/verdrietig/grappig/vrolijk verhaal geworden!

Bespreek de activiteit nog even na met het kind: vond hij het leuk om een stuk aan het verhaal te schrijven? Vertel ook wat er nu met het doorgeefverhaal gaat gebeuren. Wie mag er verder aan gaan schrijven? (begeleiden van interacties tussen kinderen). Vertel wanneer het verhaal waarschijnlijk helemaal af is, en wat er dan mee gebeurt (structureren en grenzen stellen). Gaan jij of de kinderen het verhaal voorlezen aan de ouders? Houd de nabespreking kort maar zorg wel dat kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Laat de kinderen deze activiteit aan een tafel, of achter de computer doen.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Kladpapier en een pen.
  • Een schrift om de verhalen in te schrijven.
  • Een begin van het verhaal. Je kunt het zelf verzinnen, of je kunt een stuk gebruiken uit een boek.
  • Eventueel illustratiemateriaal, zoals potloden, stiften, plaatjes, tijdschriften, et cetera.

Ontwikkeling

De kinderen schrijven individueel aan het verhaal, maar toch werken ze samen met een ander. Ze moeten verder schrijven aan een verhaal waar een ander al mee begonnen is (sociale ontwikkeling). Ook kan een ander weer verder gaan met het verhaal en hebben ze zelf geen invloed meer op de inhoud. Voor sommige kinderen zal dat best moeilijk zijn (emotionele ontwikkeling). Ze worden gestimuleerd om hun fantasie te gebruiken (creatieve ontwikkeling). Om een goed lopend verhaal te maken moeten ze hun fantasie omzetten in woorden (taalontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt de kinderen ook in duo’s een vervolg laten schrijven. Samen bedenken ze een vervolg, waarna een van de twee kinderen het vervolg opschrijft. Je kunt daarbij kinderen die niet zo gemakkelijk schrijven koppelen aan taalvaardige kinderen (begeleiden van interactie tussen kinderen).

Materiaalgebruik:

Je kunt de kinderen hun verhaalstuk ook op de computer laten typen. Laat hen dan hun stukje uitprinten, en onder het vorige stuk plakken.

Spelvariatie:

Je kunt het begin van het verhaal aan laten sluiten op een eventueel thema waaraan je werkt. Of de kinderen zich aan het thema houden, is natuurlijk wel de vraag….

Je kunt de kinderen hun verhaal laten illustreren met tekeningen, plaatjes of foto’s.

Is het verhaal af? Lees het dan voor aan de hele groep. Zo kunnen alle kinderen van de groep horen hoe het verhaal geworden is!

Ook de ouders vinden het misschien leuk om het verhaal te horen tijdens een voorleespresentatie. Maar je kunt het verhaal ook in een nieuwsbrief plaatsen, in een muurkrant verwerken, of op de deur plakken.

Niet alle kinderen kunnen al even goed schrijven in deze leeftijdsgroep. Maak er dan een doorgeefprentenverhaal van, waarin de kinderen delen van een verhaal tekenen in plaats van schrijven.

Leeftijd:

Je kunt deze activiteit ook goed doen met kinderen van 10-12 jaar. Voor deze leeftijdscategorie kun je er ook voor kiezen om een verhaal met e-mails of brieven te schrijven. Je kunt bijvoorbeeld van tevoren aangeven dat het boek over drie of vier hoofdpersonen gaat die elkaar steeds een e-mail of brief schrijven. Ieder kind schrijft dan een nieuw e-mailbericht of brief in het schrift. Daarin kunnen ze reageren op de vorige e-mails/brieven. Je kunt de kinderen eventueel een boek van Francine Oomen als voorbeeld laten zien; in haar ‘Hoe overleef ik-boeken’ komen ook veel e-mails en brieven voor.

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Sociale ontwikkeling

Spelgebied: Expressie

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 1 - 2 kinderen

Leeftijd: 7 - 9 jaar

Door: SamenspelopdeBSO