Activiteit

Doe mij maar na!

Vooraf

Maak een ruimte vrij waarin je vrij kunt bewegen met de kleuters.

Deze activiteit duurt ongeveer 30 minuten of zolang als de kinderen het leuk vinden.

Speluitleg

Vertel de kinderen dat ze samen met jou een spel gaan doen. Het is een spel waarin je elkaar nadoet! Weten de kinderen wat elkaar nadoen is? Vraag een kind een beweging te maken en doe de beweging na. ‘Kijk, nou doe ik Sabine na!’ (praten en uitleggen).

Spelbegeleiding

Laat de kinderen in een halve kring zitten. Ga zelf in het midden op de grond zitten. Zeg: ‘Doe mij maar na! Wat doe ik?’. Maak een gebaar dat de kinderen gemakkelijk na kunnen doen. Zwaai of wijs bijvoorbeeld naar de kinderen, of lach overdreven hard: ‘Hahaha!’. De kinderen mogen je nadoen. Vraag daarna hoe je gebaar of je geluid heet. Bepaal samen met de kinderen hoe je het gebaar of het geluid het beste kunt noemen: ‘zwaaien’, ‘wijzen’, of ‘hard lachen’.

Herhaal het spel met een ander gebaar. Zeg: ‘Doe mij maar na! Wat doe ik?’. Maak het gebaar of het geluid. Vraag dan: ‘En hoe heet dat?’. Bedenk weer met de kinderen wat een goede naam voor het geluid of het gebaar is.

Snappen alle kinderen hoe het spel gaat (structureren en grenzen stellen)? Laat daarna om de beurt een kind in het midden gaan zitten. Ga zelf tussen de andere kinderen zitten. Nu mag het kind zelf een gebaar of geluid bedenken (respect voor autonomie). Het kind in het midden zegt: ‘Doe mij maar na! Wat doe ik?’. Het kind mag een gebaar of geluid verzinnen; alle andere kinderen doen hem na. Daarna zegt het kind ‘En hoe heet dat?’. Hij bedenkt met de andere kinderen een naam voor het gebaar of geluid (begeleiden van interactie tussen kinderen).

Zorg ervoor dat de kinderen je spelbegeleiding goed verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen)? Geef de kinderen complimentjes tijdens het spel: ‘Wat doen jullie Ivana goed na!’ (sensitieve responsiviteit).Help de kinderen een stukje op weg wanneer het spel een beetje vastloopt, bijvoorbeeld als het kind in het midden niks kan verzinnen of als de groep geen naam weet voor het gebaar of geluid.

Afsluiting

Zijn alle kinderen een keer aan de beurt geweest en/of wil je stoppen met het spel? Geef op tijd aan dat nog een of twee kinderen aan de beurt komen en dat het spel daarna afgelopen is (structureren en grenzen stellen).

Bespreek de activiteit even na met de kinderen. Vonden ze het een leuk spel (sensitieve responsiviteit)? Was het grappig om elkaar na te doen? Welke gebaren/geluiden vonden de kinderen gemakkelijk om na te doen en welke vonden ze juist moeilijk? Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Je kunt dit spel zowel binnen als buiten doen. Zorg voor genoeg ruimte, dan kunnen de kinderen zich vrij bewegen.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Je hebt voor deze activiteit geen materiaal nodig.

Ontwikkeling

Tijdens dit spel letten de kinderen goed op elkaar. Welk gebaar of geluid maakt het kind in het midden? Door goed te kijken naar het kind in het midden, kunnen de kinderen het gebaar of het geluid nadoen (sociale ontwikkeling, motorische ontwikkeling). Daarnaast is het een spel dat de saamhorigheid vergroot; gezellig met elkaar iets doen vinden de kleuters altijd leuk!

Sommige kinderen vinden het misschien een beetje eng om in het midden te gaan zitten en een gebaar of geluid voor te doen (emotionele ontwikkeling). Laat eerst de kinderen aan de beurt komen die wel durven. Durft een verlegen kind het daarna nog niet? Besteed er niet te veel aandacht aan. Misschien durft hij de volgende keer wel!

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook in een kleine groep doen.

Materiaalgebruik:

Je kunt de kinderen ook spelmateriaal laten gebruiken tijdens het nadoen-spel. Bijvoorbeeld ballonnen, ballen of hoepels.

Spelvariatie:

- De kinderen kunnen het spel ook lopend doen. Laat de kinderen in een rijtje achter elkaar staan. Het kind dat voorop loopt, mag iets voordoen. Het kind kan bijvoorbeeld hinkelen, huppelen, springen …  Alle andere kinderen doen het kind na. Na het vaststellen hoe de beweging heet (‘En hoe heet dat?’) sluit het kind achteraan in de rij aan. Het kind dat voorop staat, is nu aan de beurt om een gek loopje voor te doen!

- Je kunt het spel ook op muziek doen; de kinderen kunnen dan bijvoorbeeld dansbewegingen voor- en nadoen. Welke dansbewegingen verzinnen de kinderen?

Leeftijd:

Je kunt deze activiteit ook met oudere kinderen doen. Zowel met kinderen van 7 -9 jaar als met kinderen van 10 -12 jaar. De oudere kinderen kunnen steeds moeilijkere bewegingen maken. Ze kunnen ingewikkelde danspassen doen, handstanden, breakdancebewegingen…  De kinderen kunnen zelf bepalen hoe moeilijk ze het maken (respect voor autonomie)!

Achtergrondinformatie

Bron: Gebaseerd op het spel Iedereen doet wat … doet, op pagina 62 van het boek uit het boek Activiteiten voor basisschoolkinderen door Tini Bouwman, W. M. F. M. Oehlen en Thérèse van Tiel (Utrecht: Thieme Meulenhoff, 2003).

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Sociale ontwikkeling

Spelgebied: Expressie

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 20 - 40 kinderen

Leeftijd: 4 - 6 jaar

Door: SamenspelopdeBSO