Activiteit

Gezichten trekken

Vooraf

Zet een (grote) spiegel klaar.

De activiteit duurt ongeveer 10 minuten.

Speluitleg

Vertel dat het kind samen met jou boze of blije gezichten gaat trekken voor de spiegel. Hoe boos of hoe blij kan het kind kijken (praten en uitleggen)? Zorg ervoor dat het kind je uitleg goed kan verstaan (structureren en grenzen stellen).

Ga samen met het kind voor een (grote) spiegel staan. Vraag of het kind kan laten zien hoe hij kijkt als hij boos is. Hoe kijkt hij bijvoorbeeld als iets niet lukt? Trek zelf ook een boos gezicht. ‘Grrr, wij zijn boos!’ Vraag dan hoe het kind kijkt als hij blij is. Bijvoorbeeld als hij een spelletje wint! Trek zelf ook een blij gezicht. ‘Joepie, we hebben gewonnen!’

Kan het kind daarna ook verdrietig kijken? Hoe kijkt hij bijvoorbeeld als zijn ijsje op de grond gevallen is? Kijk zelf ook heel verdrietig. ‘O nee, ik kan niet mee spelen want ik ben ziek’.

Vraag tot slot of het kind bang kan kijken. Hoe ziet het kind er dan uit? Trek zelf ook een bang gezicht. ‘Help, ik zit boven op de trap en ik durf niet meer naar beneden…’.

Vraag het kind nog een keer zelf alle emoties te laten zien in de spiegel (respect voor autonomie).

Spelbegeleiding

Complimenteer het kind met zijn gezichtsuitdrukkingen: ‘Wat kun jij goed bang kijken!’ (sensitieve responsiviteit).

Help het kind een beetje op weg wanneer het lijkt vast te lopen. Stel vragen, geef voorbeelden van situaties die bij de betreffende emotie passen of doe de emotie voor (sensitieve responsiviteit).

Afsluiting

Wil je stoppen met boos, blij, bang of verdrietig kijken? Trek tot slot samen gekke bekken voor de spiegel. Vertel dat het kind hierna wat anders gaat doen (structureren en grenzen stellen).

Bespreek de activiteit nog even na met het kind. Vond het kind het leuk om boze, blije, verdrietige of bange gezichten te trekken? (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen)? Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat het kind kwijt kan wat hij kwijt wil (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Je kunt dit spel zowel binnen als buiten doen. Je hebt er een spiegel bij nodig.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Een grote spiegel.

Omgang met risico’s

Boos en blij kijken lukt de meeste kinderen wel, maar bang of verdrietig kijken is misschien wat moeilijker. Lukt het een kind niet? Probeer dan een situatie te schetsen waarin het kind bang of verdrietig was. Als het kind aan die situatie terugdenkt, zal het bang of verdrietig kijken niet moeilijk meer zijn (praten en uitleggen, respect voor autonomie, structureren en grenzen stellen).

Ontwikkeling

De kinderen bewegen de spieren in hun gezicht als ze verdrietig, blij, boos of bang kijken. Ze trekken hun mondhoeken omhoog of juist naar beneden, en ze fronsen hun voorhoofd wel of juist niet. Daarnaast kunnen ze de emotie sterker maken door zich volgens die emoties te bewegen. Bijvoorbeeld stampvoeten bij boosheid, of huppelen bij blijheid (motorische ontwikkeling). Door verschillende gezichten te trekken en in de spiegel te kijken hoe het kind er dan uit ziet, wordt het kind zich bewust van zijn gezichtsuitdrukkingen. Bovendien herkent hij zo eerder de gezichten die andere mensen in zijn omgeving trekken (sociale ontwikkeling, emotionele ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook in tweetallen of met een grote(re) groep doen.

Materiaalgebruik:

Je kunt foto’s maken van de verschillende gezichten die een kind trekt, en die samen bekijken op de computer.

Spelvariatie:

- Je kunt het kind de emoties daarnaast uit laten beelden met bewegingen. Bijvoorbeeld stampvoeten als je boos bent, je schouders laten hangen als je verdrietig bent, in elkaar duiken als je bang bent en huppelen als je blij bent.

- Je kunt de verschillende emoties ondersteunen met muziek. Muziek voor als je boos, bang, blij of verdrietig bent.

- Doe je deze activiteit met meerdere kinderen? Dan kun je de kinderen elkaar laten helpen. Bijvoorbeeld door een kind een emotie voor te laten doen, of door de kinderen elkaar te laten herinneren aan een situaties waarin ze boos, blij, bang of verdrietig waren (begeleiden van interacties tussen kinderen).

- Je kunt er ook een raadspel van maken. Het kind trekt een boos, blij, bang of verdrietig gezicht, en jij mag raden hoe het kind kijkt. Is hij boos, blij, bang of verdrietig?

- Je kunt ook een verhaal lezen met het kind. Het kind mag de emoties die in het verhaal voor komen laten zien in de spiegel.

- Je kunt geluiden maken bij de verschillende emoties. ‘Grrrrrr’ (boos), ‘Hoera, joepie’ (blij), ‘Help, oeieoeioei’ (bang) of ‘Woehoehoe’ (huilgeluiden maken) (verdrietig).

- Je kunt samen eerst plaatjes bekijken met mensen die boos, blij, bang of verdrietig zijn. Vooral plaatjes in stripboeken lenen zich hier goed voor.

- Je kunt het kind de emoties laten tekenen. Hoe ziet een gezicht eruit dat boos, blij, bang of verdrietig kijkt?!

Leeftijd:

Je kunt dit spel ook met kinderen van 7 – 9 jaar doen. Pas de voorbeelden van situaties waarin de kinderen boos, blij, bang of verdrietig zijn aan de leeftijd van het kind aan, zodat het kind zich in de situatie herkent (ontwikkelingsstimulering).

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Motorische ontwikkeling

Spelgebied: Expressie

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 1 - 4 kinderen

Leeftijd: 4 - 6 jaar

Door: SamenspelopdeBSO