Activiteit

Hints

Vooraf

Knip van papier kaartjes. Schrijf op elk kaartje een titel of een naam. Maak kaartjes voor de volgende vijf categorieën: Boeken, Films, Tv-programma’s, Spreekwoorden en Liedjes. Bedenk voor elke categorie tenminste 5 titels of namen. Blijf dicht bij de belevingswereld van de kinderen; schrijf namen en titels op waarvan je denkt dat de kinderen ze kennen. Wissel de moeilijkheidsgraad af, net als de lengte van de zinnen. Hoe langer de zin, hoe moeilijker het vaak is! (ontwikkelingsstimulering).

Zet twee banken of een rij stoelen tegenover elkaar.

Deze activiteit duurt 30 à 45 minuten of zolang de kinderen het leuk vinden.

Speluitleg

De spelleider legt de activiteit kort uit. Hij verdeelt de kinderen in twee teams van ongeveer drie of vier kinderen: team A en team B. De spelleider legt voor elk team evenveel kaartjes klaar. Bijvoorbeeld voor elk kind van het team twee kaarten. Dan kunnen de kinderen twee rondes Hints spelen.

Een kind van team A trekt een kaartje, en beeldt vervolgens uit wat op zijn kaartje staat. Hij mag hierbij geen geluid maken. De andere leden van zijn team moeten binnen twee minuten raden wat hij uitbeeldt. Lukt dat? Dan krijgt team A twee punten. Lukt het niet, dan mag het andere team raden.

Raadt team B wel het goede antwoord? Dan krijgt team B 1 punt. Zo niet, dan krijgt niemand een punt.

Daarna is de beurt aan team B om een kaartje uit te beelden. Dit gebeurt op dezelfde manier.

Is team A weer aan de beurt? De kinderen schuiven allemaal een plaatsje op, zodat een ander kind een kaartje krijgt van de spelleider. Zo komt iedereen een keer aan de beurt.

Zijn alle kinderen geweest? Dan kan de spelleider de punten optellen. Welk team heeft de meeste punten behaald?

De spelleider laat kort zien welke gebaren de teamleden kunnen maken om de categorieën Boeken, Films, Tv-programma’s, Spreekwoorden en Liedjes uit te beelden. Uitleg van de gebaren toevoegen maakt het duidelijker. We kunnen er niet van uit gaan dat iedereen die al kent  Hij laat ook de gebaren zien voor het aantal woorden (evenveel vingers ophouden als de zin woorden heeft) en lettergrepen (evenveel vingers op de arm leggen als een bepaald woord lettergrepen heeft). Daarna laat hij het gebaar zien voor ‘klinkt als’ (het woord klinkt als….); dat is even aan je oor trekken. Tot slot moet de spelleider benadrukken dat de kinderen niet mogen praten als ze iets uitbeelden.

Spelbegeleiding

Je kunt dit spel heel goed als ‘vrij spel’ laten spelen. Wijs een kind aan als spelleider. Hij mag de beslissingen nemen tijdens dit spel. Leg kort uit aan de spelleider wat de regels zijn en hoe de puntentelling werkt (structureren en grenzen stellen). Stimuleer de kinderen elkaar te helpen (sensitieve responsiviteit,begeleiden interacties tussen kinderen). Zorg ervoor dat de spelleider de uitleg goed kan verstaan. Begrijpt hij wat de bedoeling is? (structureren en grenzen stellen). Laat daarna de kinderen zoveel mogelijk zelfstandig het spel spelen (respect voor autonomie). Grijp alleen in of stuur alleen bij als dat echt nodig is.

Afsluiting

De spelleider vertelt kort voor het eind aan dat de activiteit bijna afgelopen is (structureren en grenzen stellen). Daarna maakt hij de eindstand bekend.

Bespreek de activiteit eventueel na met de kinderen: wat vonden de kinderen leuk aan het spel en wat minder leuk? Hoe vond de spelleider dat het ging? Welke kaart raadden ze heel snel, en welke kaartjes waren erg moeilijk? (sensitieve responsiviteit,respect voor autonomie, praten en uitleggen). Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Ruim de tafels en banken of stoelen weer op met de kinderen. Ga je de kaartjes vaker gebruiken? Ruim dan ook de kaartjes goed op.

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Je kunt dit spel zowel binnen als buiten spelen. Zorg voor twee banken of een rij stoelen; elk team zit op een bank of op de stoelen. Tussen de banken of stoelen moet genoeg ruimte zijn voor de kinderen om hun kaartje uit te kunnen beelden. De spelleider zit of staat achter een tafeltje. Op tafel liggen de kaartjes, met de tekst naar beneden. 

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Papier om kaartje van te knippen.
  • Pen of potlood.
  • Schaar.
  • Een zandloper of wekker om de tijd bij te houden.

Omgang met risico’s

Als de kinderen dit spel als ‘vrij spel’ spelen, bestaat de kans dat ze ruzie krijgen over al dan niet geraden kaartjes. Geef van tevoren duidelijk aan dat de spelleider beslist; hij bepaalt of een kaartje wel of niet geraden is. Laat de kinderen eventuele onenigheden zoveel mogelijk zelf oplossen; grijp alleen in als dat echt niet anders kan. Complimenteer de kinderen als het spel goed verloopt: ‘wat goed dat jullie zelfstandig ruzietjes op kunnen lossen!’ (sensitieve responsiviteit,begeleiden van interacties tussen kinderen)

Ontwikkeling

De kinderen gaan tijdens deze activiteit spelenderwijs om met taal. Ze moeten worden in lettergrepen verdelen en woorden bedenken die dezelfde klank hebben als het woord dat gezocht wordt (taalontwikkeling). Het vraagt van de kinderen ook enige creativiteit om een woord zo uit te beelden dat het door de andere kinderen geraden kan worden (creatieve ontwikkeling). De kinderen spelen het spel zelfstandig. Eén van hen is de spelleider en moet ervoor zorgen dat het spel volgens de spelregels verloopt (sociale ontwikkeling). Sommige woorden zijn moeilijk om uit te beelden of om te raden. Dit kan soms best frustrerend zijn (emotionele ontwikkeling). Probeer de kinderen te complimenteren voor hun pogingen om het woord zo goed mogelijk uit te beelden of te raden. ‘Dat is een moeilijk woord, hè Tom. Je doet goed je best om het zo duidelijk mogelijk uit te beelden’ (sensitieve responsitiveit).

Variatiemogelijkheden

Materiaalgebruik:

Als je de kaartjes lamineert, kun je het spel vaker gebruiken.

Spelvariatie:

- Je kunt de kinderen zelf de kaartjes laten maken voor het andere team. Let er dan wel op dat de moeilijkheidsgraad van de kaartjes voor beide teams ongeveer gelijk is.

- Je kunt de rol van de spelleider steeds laten rouleren. Een lid van team A kan spelleider zijn als een lid van team B een kaartje uitbeeldt. Als de kinderen een plaatsje opschuiven, schuift ook de spelleider door.

- Je kunt ook na een hele ronde van uitbeelden een andere spelleider (laten) kiezen.

- Je kunt kaartjes maken voor meer of andere categorieën. Bijvoorbeeld de categorie Stripboeken, Tijdschriften, Eten of Sport.

- In plaats van deze categorieën kun je op elke kaart ook een gebeurtenis schrijven die de kinderen meegemaakt hebben. Bijvoorbeeld ’s Nachts een kampvuur maken, een speurtocht doen of eten koken voor de ouders. De kinderen moeten deze gebeurtenissen uitbeelden en raden.

Achtergrondinformatie

Dit spel  wordt ook op tv gespeeld; je kunt eventueel samen met de kinderen een keer een aflevering van het spel Hints bekijken.

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Taal ontwikkeling

Spelgebied: Expressie

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 6 - 10 kinderen

Leeftijd: 10 - 12 jaar

Door: SamenspelopdeBSO

quizkaartjes

quizkaartjes