Activiteit

Paaltjesvoetbal

Vooraf

Verzamel voor ieder kind een paaltje (zie materiaalgebruik) en pak de bal.

Deze activiteit duurt ongeveer 30 minuten.

Speluitleg

Leg eerst het spel uit. Alle deelnemers hebben een paaltje, dat voor hen op de grond staat. Met de bal proberen ze elkaars paaltje omver te krijgen. Is dit gelukt, dan is de speler wiens paaltje omviel, af. De bal mag alleen met de voeten gespeeld worden. Het spel gaat door totdat er nog maar één speler overblijft.

Geef pas na de uitleg ieder kind een paaltje om te voorkomen dat ze zich tijdens de uitleg meer op hun paaltje dan op jouw uitleg richten. Laat hen daarna een kring vormen of zich verspreiden over de ruimte.

Dit spel kan onbegeleid gespeeld worden als ze het al een keer gedaan hebben. Zorg dat de spelregels bij iedereen duidelijk zijn. Dit kun je controleren door in het begin van het spel even te blijven kijken of iedereen goed meedoet. Als ze de spelregels niet goed uitvoeren kun je ze nog een keer uitleggen of zelf een ronde meedoen en zo op speelse wijze laten zien hoe het moet, vertel daarbij wat je doet (praten en uitleggen): 'Pas maar op Rick, ik ga proberen je paaltje omver te voetballen. Ai, mislukt goed verdedigd zeg!' en 'O nee, niet mijn paaltje omver! Jammer nu moet ik naar de kant'.

Spelbegeleiding

De meest veilige situatie is om voor je paaltje te gaan staan om te zorgen dat het paaltje niet om gaat. Stimuleer met name deze kinderen om risico te nemen en wat verder van hun paaltje af te komen (ontwikkelingsstimulering). Daarnaast kun je kinderen stimuleren om samen te spelen. Laat ze de bal overspelen zodat iedereen aan de bal komt (begeleiden van interacties tussen kinderen). Het stimuleren van de kinderen kun je doen door vanaf de kant aanwijzingen te geven, maar door zelf mee te spelen kun je ze op een speelse wijze stimuleren zonder dat ze het zelf doorhebben. Dit kan soms veel effectiever werken (en is nog leuk ook!). Je kunt de bal naar specifieke kinderen overspelen en laten zien hoe je samenspeelt door om de bal te vragen en door de bal over te spelen. Let op dat je niet vooral de makkelijkste kinderen aanvalt. Dit komt voor hen juist vanuit de leiding heel bedreigend over. Probeer het eerlijk te verdelen en juist met de wat angstige kinderen samen te spelen om ze te stimuleren actief aan het spel deel te nemen (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie).

Afsluiting

Het spel is afgelopen zodra de leiding of de kinderen geen zin meer hebben om door te spelen. Geef van tevoren aan dat je gaat stoppen door bijvoorbeeld aan te geven dat er nog 1 of 2 paaltjes om moeten, dat dit de laatste spelronde is of dat er nog x minuten doorgespeeld wordt (structureren en grenzen stellen). 

Laat de kinderen helpen met opruimen. Bespreek de activiteit na met de kinderen: Vonden ze het een leuk spel? Wat vonden ze er leuk aan? Vonden ze het moeilijk om andere paaltjes om te voetballen? (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen). Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor het gebruik van de ruimte

Bij vrije verspreiding over de ruimte geef je kinderen de ruimte een in hun ogen handige tactische plek te kiezen (respect voor autonomie). Let hierbij op dat het paaltje wel om moet kunnen (dus bijvoorbeeld niet tegen een muur aan staat). Mogelijke regel is dat 1 stap rondom het paaltje vrij moet zijn.

De ruimte moet aangepast zijn aan de groep. Er moet voldoende ruimte zijn om te kunnen voetballen met de bal, maar de paaltjes moeten ook niet te ver uit elkaar staan. Het gaat hier ook om behendigheid met de bal en niet alleen om grote afstanden afleggen met de bal. Spreek af tot waar de paaltjes neergezet mogen worden.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Paaltjes
  • Bal 

Omgang met risico’s

Let op balgebruik. Voer de spelregel in dat de bal laaggehouden moet worden indien je in de buurt van ramen voetbalt. Houdt ook rekening met omliggende wegen of andere gevaarlijke situaties in de buurt. Maak dan duidelijke afspraken wie de bal gaat halen of tot waar de bal mag komen (structureren en grenzen stellen).  

Ontwikkeling

De kinderen hebben in deze leeftijdsgroep behoefte aan duidelijke regels. Zorg dat de spelregels van tevoren duidelijk zijn en verander ze niet zomaar. Laat bij verandering indien mogelijk een nieuwe ronde ingaan (structuren en grenzen stellen).

Dit is een spel waarbij kinderen zich even lekker kunnen uitleven en ondertussen hun grove motorische vaardigheden oefenen door te rennen en de bal daar heen te schoppen waar ze hem willen hebben (motorische ontwikkeling). Complimenteer de kinderen op hun eigen niveau (sensitieve responsiviteit). Bij sommige kinderen kan het al heel wat zijn dat ze de bal goed raken, bij anderen kun je de lat wat hoger leggen. Complimenteer de kinderen ook als ze hun paaltje goed verdedigd hebben. Het kan voor kinderen veilig voelen om dicht bij hun paaltje te blijven zodat dit niet om gaat. Stimuleer ze risico te nemen en maak duidelijk dat het niet erg is als je paaltje een keer om gaat. Zo leren ze omgaan met winnen en verliezen (emotionele ontwikkeling). Sommige kinderen die heel sterk in de aanval zijn kunnen nog wel eens moeite hebben om zelf af te gaan. Zorg (bijvoorbeeld door zelf mee te doen) dat iedereen wel eens af is, ook de sterkere kinderen. Als ze af zijn, complimenteer je ze met hun spel (‘Goed gespeeld joh, jammer dat je nu af bent, volgende ronde beter.’) Laat ze merken dat het niet erg is om een keer (vrij snel) af te zijn en dat het ook leuk kan zijn om te kijken naar het spel. Het gaat niet altijd alleen om te winnen, maar ook om het (samen-)spel. 

Als slechts één kind de bal houdt is het spel minder leuk. Stimuleer ze om samen te spelen en de bal dus ook naar anderen te schoppen (sociale ontwikkeling). Let op dat de kinderen die aan de bal zijn niet iedere keer dezelfde (vaak wat zwakkere) kinderen aanvallen (begeleiden van interacties tussen kinderen).

Variatiemogelijkheden

Materiaalgebruik:

- Lege (gelijke) flessen, denk aan frisdrankflessen of waterflessen

- In plaats van flessen kunnen ook pionnen op zijn kop, kegels of grote blokken die om kunnen vallen gebruikt worden.

- De flessen kunnen ook met water gevuld worden (zie spelvariant 2). Een gelijke inhoud is hierbij extra belangrijk.

- Gebruik een pion met een (tennis)bal erop. Als de tennisbal eraf valt ben je af.

Spelvariatie:

Variatie 1: Een klein deel van de kinderen doet niet mee met het spel, en zit op de reservebank. Zodra er een kind in het veld af is, wisselt het met één van de kinderen van de bank. Deze variatie maakt het interessant voor kinderen die normaal gesproken snel af zijn, of handig wanneer je wilt dat alle kinderen met het spel kunnen blijven meedoen, ook als ze af zijn: Ook handig in een kleinere ruimte.

Variatie 2: Alle deelnemers hebben een fles van gelijke inhoud (waterfles o.i.d.), gevuld met water en zonder dop. De fles staat voor hen op de grond in een grote kring. Met de bal proberen ze elkaars flesje omver te krijgen. Wanneer iemands fles omvalt, moet degene van wie de fles omviel, eerst de bal halen, en dan pas de fles weer overeind zetten. Wie aan het eind van het spel het meeste water in zijn flesje heeft, is de winnaar.

Variatie 3: Om het spel wat spannender en moeilijker te maken kan het ook met 2 ballen gespeeld worden.

Leeftijd:

Het spel kan ook met oudere kinderen gespeeld worden.

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Motorische ontwikkeling

Spelgebied: Sport en spel

Locatie: Buiten

Groepsgrootte: 10 - 40 kinderen

Leeftijd: 7 - 9 jaar

Door: SamenspelopdeBSO