Activiteit

Slim houtvlotje

Vooraf

Leg op een tafel de benodigde materialen neer zoals, houtjes van waterijsjes, satéstokjes, cocktailprikkers, luciferhoutjes, takjes, bladeren, lapjes, papiertjes, luciferdoosjes en bindmateriaal zoals: draadjes, plakband, lijm, nietjes en elastiekjes. Verder is het handig om alvast een grote bak met water klaar te zetten waar de vlotjes in kunnen drijven. Oefen van te voren zelf een keer met het in elkaar zetten van een vlotje zodat je weet welke problemen de kinderen tegen kunnen komen.

Deze activiteit duurt ongeveer 60 minuten.

Speluitleg

Vertel de kinderen dat het de bedoeling is dat ze een klein houten vlotje gaan maken dat werkelijk kan drijven en winnen in de drijfrace. Geef hierbij eventueel aan hoe groot het vlotje mag worden (in verband met de grootte van de waterbak). Hoe de kinderen het vlotje gaan maken mogen ze zelf weten (respect voor autonomie). In principe is alles goed. Vertel dat het de bedoeling is om aan het einde van de activiteit een vlottenrace te houden. De bedoeling is dat de kinderen het vlot naar de overkant van de waterbak gaan blazen. Als het vlot omvalt of zinkt ben je af. Degene die het eerste aan de overkant is, heeft gewonnen.

Tijdens het maken van de vlotjes bespreek je samen met de kinderen wat slim is bij het maken van een vlot, indien kinderen vastlopen of hun vlotje beter kunnen maken. Stel daarbij vragen als 'Hoe ziet een vlot eruit?', 'Wanneer blijft iets drijven?', 'Hoe kan je de snelheid bevorderen?' (denk aan een zeiltje van een stuk papier of een lapje of een blad aan een mast), 'Hoe kun je houtjes aan elkaar maken?' (bijvoorbeeld door vier rechte houtjes op de hoeken aan elkaar te verbinden met een draad, maar uiteraard zijn er ook andere mogelijkheden) (praten en uitleggen). Geef de kinderen aanvullende informatie over zinken en drijven, optimale vorm van het vlotje, snelheid van het vlotje, enzovoort (ontwikkelingsstimulering). Vraag daarbij ook of ze het begrijpen.

Indien je het spel onbegeleid doet kun je tijdens de introductie samen met de kinderen bespreken wat slim is bij het maken van een vlot en dan met hen de bovenstaande vragen bespreken.

Ter afsluiting van de activiteit kan de wedstrijd beginnen. Afhankelijk van de grootte van de waterbak en de vlotjes kan de wedstrijd in één keer gedaan worden of kunnen alle vlotjes om de beurt of in groepjes de afstand of de baan afleggen. Bij meerdere rondes gebruik je de stopwatch en schrijf je de tijden op.  

Spelbegeleiding

De kinderen gaan aan de slag met het maken van de vlotjes. Indien nodig kun je de kinderen helpen bij het  maken van een plan voor het vlotje. Stimuleer de kinderen om er met elkaar over te praten om zo tot ideeën te komen. Bijvoorbeeld door te vragen: 'Heb je al aan je buurman gevraagd hoe hij het gaat doen?' (Begeleiden van interacties tussen kinderen). Laat ze van elkaar leren.

Laat de kinderen als de vlotjes (bijna) af zijn alvast een keer proef draaien in de waterbak zodat ze kunnen zien waar het vlotje nog verbeterd kan worden. Let er bij de wedstrijd op dat de kinderen beseffen dat het maar een spelletje is.

Afsluiting

Prijs de kinderen voor wat ze hebben gemaakt. Bespreek de activiteit nog even na met de kinderen: 'Wat hebben jullie ervan geleerd?', 'Wat zou je de volgende keer anders doen?',  'Vond je het leuk/ moeilijk?' (sensitieve responsiviteit).

Laat de kinderen nog wat spelen met hun vlotje en het daarna samen opruimen. De vlotjes kunnen ze mee naar huis nemen (respect voor autonomie).

Aanwijzingen voor het gebruik van de ruimte

Het maken van het vlotje kan het beste binnen aan een tafel worden gemaakt. Het vlotten racespel kan zowel binnen als buiten gespeeld worden. Houd er rekening mee dat de grond een beetje nat kan worden.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • bouwmateriaal zoals: houtjes van waterijsjes, satéstokjes, cocktailprikkers, luciferhoutjes, takjes, bladeren, lapjes, papiertjes, luciferdoosjes.
  • bindmateriaal zoals: draadjes, plakband, lijm, nietjes en elastiekjes.
  • scharen, mesjes (zie ook: omgang met risico’s).
  • waterbak: dit kan bijvoorbeeld een grote teil zijn maar ook een opblaasbadje. Laat de grootte van het vlotje afhangen van de grootte van de waterbak. De vlotjes moeten een afstand kunnen afleggen.
  • Eventueel een stopwatch en pen en papier.

Omgang met risico’s

Bij deze activiteit wordt gebruik gemaakt van mesjes en scharen. Om ongelukjes te voorkomen moeten kinderen weten hoe ze hiermee veilig om kunnen. Leg dit uit als de kinderen dat nog niet weten, maak hier goede afspraken met de kinderen over en controleer of de kinderen de mesjes en scharen op de afgesproken wijze gebruiken.

De grond rondom de waterbak kan nat en daardoor glad worden. Wijs de kinderen hierop.

Ontwikkeling

Het is belangrijk om in deze ontwikkelingsfase de zelfwerkzaamheid en het eigen initiatief te stimuleren. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor het vlotje en het slagen van de activiteit. De kinderen leren welke vormen en materialen beter drijven dan anderen en welke vorm van invloed is op de snelheid. Daarnaast leren ze verschillende verbindingsvormen om materialen aan elkaar te maken in de gewenste vorm (Cognitieve ontwikkeling). Knutselen met verschillende materialen is ook goed voor de fijne motoriek (Motorische ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook met een grotere groep doen, laat ze dan in kleinere groepjes aan tafel zitten en zorg dat je meerdere waterbakken hebt en zorg uiteraard dat je voldoende materiaal hebt.

Materiaalgebruik:

- Varianten met ander materiaal:

  • Vlotjes van kurken
  • Vlotjes van lege flessen of lege pakken melk 

- Als wind kun je ook een ventilator gebruiken 

- Laat de leerlingen zelf materialen uitzoeken voor het maken van het vlot. De enige voorwaarden is dat je alleen dingen gebruikt die je zelf gevonden hebt of in elk geval niks kosten.

Leeftijd:

Het is ook mogelijk deze activiteit te doen met jongere kinderen. Pas de materialen daar waar nodig aan (kijk bij de materiaalvarianten voor suggesties). Laat de vlotjes wat groter bouwen, gebruik geen mesjes en gebruik bij de jongsten bijvoorbeeld een standaard oplossing voor het zeiltje. Het is dan verstandig om de materialen aan te passen en mogelijk te vereenvoudigen. Naast het aanpassen van de materialen dient natuurlijk ook de kennis aangepast te worden. Sluit aan bij de leeftijd en kennis van het kind (sensitieve responsiviteit).

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Cognitieve ontwikkeling

Spelgebied: Techniek en wetenschap

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 2 - 10 kinderen

Leeftijd: 10 - 12 jaar

Door: SamenspelopdeBSO