Activiteit

Wat eten we?

Vooraf

Teken zes vakken op een vel papier. Nummer elk vak: 1, 2, 3, 4, 5, 6. Maak verschillende vellen met vakken. Leg op elk vak iets te eten of te drinken. Maak bijvoorbeeld een vel met drinken: een beker melk, een beker limonade, een glaasje sinaasappelsap of water en een glas karnemelk. Leg op een ander vel op elk vak een stuk fruit, of een koekje.

Deze activiteit duurt ongeveer 20 minuten, of zolang als de kinderen het leuk vinden.

Speluitleg

Vertel de kinderen dat ze een dobbelspel met eten gaan doen. Maak groepjes van zes kinderen. Elk groepje krijgt een of twee (of meer) vellen papier met eten of drinken erop. De kinderen mogen om de beurt gooien met de dobbelsteen. Gooien ze een 3? Dan mogen ze het eten of drinken van vak 3 pakken. Gooien ze een 5? Dan pakken ze het eten of drinken van vak 5 (praten en uitleggen). Gooien ze een nummer van een vak dat al leeg gegeten of gedronken is? Dan mogen ze nog een keer gooien! Komen de kinderen op een vak met eten of drinken dat ze niet lusten? Dan kunnen ze dat eten of drinken misschien ruilen met een ander kind van hun groepje (begeleiden van interactie tussen kinderen). Heeft elk kind iets te eten of te drinken? Dan mogen zij het gezamenlijk opeten. Smullen maar! Daarna kunnen zij verder gaan met het volgende vel.

Vertel dat de kinderen het spel zelf mogen spelen (respect voor autonomie). Zorg ervoor dat de kinderen je uitleg goed verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen)?

Spelbegeleiding

Loop rond tussen de verschillende groepjes. Verloopt het spel goed? Grijp alleen in als dat nodig is. Bijvoorbeeld als de kinderen ruzie krijgen (respect voor autonomie).  

Complimenteer de kinderen als ze zonder ruzie hun eten of drinken ruilen: ‘Heel goed, Isa en Selim, dat jullie geruild hebben. Nu hebben jullie allebei iets dat jullie lekker vinden!’ (sensitieve responsiviteit).

Afsluiting

Zijn de vellen papier bijna leeg? Vertel dat het spel dan bijna afgelopen is (structureren en grenzen stellen).

Bespreek de activiteit even na met de kinderen. Vonden ze het grappig dat de dobbelsteen bepaalde wat ze te eten of te drinken kregen? Waarom wel of waarom niet (sensitieve responsiviteit)? Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Je kunt dit spel zowel binnen als buiten doen. Zorg voor een vlakke ondergrond waar de vellen met vakken op kunnen liggen.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Vellen papier.
  • Een stift om vakken mee te tekenen.
  • Eten en drinken om op de vakken te leggen: fruit, drinken, koekjes, snoepjes of boterhammen, blokjes kaas, plakjes worst, rozijnen en/of augurken.
  • Voor elk groepje een dobbelsteen.

Omgang met risico’s

Het risico bestaat dat een kind eten of drinken krijgt dat hij niet lekker vindt. In dat geval mag het kind het eten proberen te ruilen. Lukt dat niet? Je kunt eventueel zelf wat eten achter de hand houden waarmee jij kunt ruilen met het kind. Zo krijgt het kind toch iets te eten of drinken dat hij lekker vindt.

Zorg er verder voor dat de kinderen de dobbelsteen gooien op enige afstand van de vellen met etenswaren. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat ze de glazen drinken omgooien met de dobbelsteen!

Ontwikkeling

Tijdens dit spel moeten de kinderen om de beurt met een dobbelsteen gooien. Ze moeten dus op hun beurt wachten en samenwerken. Daarnaast moeten ze tegen hun verlies kunnen: ze komen misschien wel op een vak met een glas drinken dat ze niet zo lekker vinden. Of een ander kind komt net op een ‘goed vak’, zodat dat lekkere koekje aan hun neus voorbij gaat… (sociale ontwikkeling, emotionele ontwikkeling).

Zijn er kinderen die moeite hebben met verliezen, of met samenwerken? Je kunt ervoor kiezen om deze kinderen het spel in twee- of drietallen te laten spelen. Dan wordt het spel iets overzichtelijker; er zijn immers minder spelers in het spel. Blijf op de achtergrond aanwezig, en complimenteer het kind als hij goed samenwerkt of goed tegen zijn verlies kan: ‘Wat goed dat jij hebt gezien dat Iris eerst aan de beurt is, Stefan!’ Zo stimuleer je het kind het gedrag te laten zien dat je wilt zien.

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook in een kleine groep of in tweetallen doen.

Materiaalgebruik:

- Je kunt in plaats van vellen papier ook buiten op de speelplaats vakken tekenen met stoepkrijt.

- Je kunt dit spel met etenswaren spelen die voor de lunch bedoeld zijn, maar je kunt het spel ook met tussendoortjes doen (fruit), een traktatie, of koekjes en snoepjes.

Spelvariatie:

- In plaats van zes kinderen per vel, kun je dit spel ook in tweetallen, in drietallen of individueel laten doen. Als de kinderen in hun eentje spelen, bepalen ze door met de dobbelsteen te gooien in welke volgorde ze hun eten eten. In twee- of drietallen bepaalt de dobbelsteen wie wat gaat eten of drinken.

- Wil je op een speelse manier bepalen welk spel de kinderen gaan spelen? Dan kun je een variant van dit spel gebruiken: leg op elk vak een spelletje neer dat de kinderen kunnen spelen. Laat de kinderen eerst bepalen wie er mag gooien: het kind met het hoogste getal op de dobbelsteen. Gooien maar! Welk spelletje gaan de kinderen samen doen?

Leeftijd:

Je kunt deze activiteit ook met oudere kinderen doen. Zowel met kinderen van 7-9 jaar als met kinderen van 10-12 jaar. De oudere kinderen kunnen zelf bepalen welk eten of drinken ze op de vakken leggen (respect voor autonomie).

Achtergrondinformatie

Bron: Gebaseerd op het spel Lunchloterij, op pagina 40 uit het boek Spelletjes in je eentje door Catherine Pauwels (Amsterdam: Van Goor, 2002).

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Sociale ontwikkeling

Spelgebied: Koken

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 10 - 40 kinderen

Leeftijd: 4 - 6 jaar

Door: SamenspelopdeBSO