Activiteit

Beestjes vangen en ordenen

Vooraf

Zet een dag voor deze activiteit buiten een paar ‘potvallen’ uit met de kinderen. Bijvoorbeeld in de tuin. Een potval is een glazen pot die je met de kinderen ingraaft in de aarde. Graaf de pot zover in, tot de rand van de pot net boven de aarde uitsteekt. Zet een dakje boven de pot, bijvoorbeeld een plankje op vier blokjes. Zo kunnen er wel beestjes in de pot vallen, maar regent het niet in. Bovendien kunnen insecteneters de beestjes die in de pot vallen niet opeten.

Je kunt eventueel een stukje vlees in de pot doen; daar komen vaak beestjes op af.

Zorg dat elk kind in ieder geval een glazen potje met een deksel heeft, of een loeppotje. Maak luchtgaatjes in de deksels. Sla bijvoorbeeld met een hamer en een spijker gaatjes in de deksels.

Zorg voor een insectengids (bijvoorbeeld uit de bibliotheek), zodat de kinderen op kunnen zoeken welk beestje ze gevangen hebben.

Je kunt deze activiteit in de lente, de zomer of de herfst doen.

Deze activiteit duurt 60 minuten, of zolang de kinderen het leuk vinden.

Speluitleg

Zorg ervoor dat alle kinderen de uitleg goed kunnen verstaan. De kinderen gaan buiten beestjes vangen in een glazen potje. Het kunnen allerlei beestjes zijn: spinnen, wormen, rupsen, lieveheersbeestjes, pissebedden… De kinderen mogen de beestjes in hun potje verzamelen. Daarna gaan ze de beestjes samen ordenen.

Laat de kinderen zelf beestjes verzamelen (respect voor autonomie). Kijk bijvoorbeeld onder een stuk hout of steen; daar zitten vaak pissebedden. Houd een paraplu onder een struik en schud er eens flink aan: er vallen vast beestjes in de paraplu. Of schep wat aarde in een bakje; in de aarde zitten ook vaak kleine beestjes. Stamp ook eens op de grond, of hark de grond even aan. Vaak komen er dan wormen naar buiten kruipen; ze denken dat het regent als de grond trilt.

Zijn er genoeg beestjes gevonden? Haal dan nog even de potvallen op. Ga met de kinderen op een rustig plekje zitten en bekijk de ‘vangst’. Wat voor soorten beestjes hebben de kinderen gevonden? Laat de kinderen om de beurt een beestje uit hun potje beschrijven. Hebben de andere kinderen hetzelfde beestje in hun potje? Zoek met elkaar in de insectengids of op internet op hoe het beestje heet.

Je kunt de beestjes per soort in een potje doen. Laat de kinderen vervolgens de beestjes met elkaar vergelijken en ordenen. Hierbij kunnen ze het vergrootglas gebruiken. Welke beestjes lijken op elkaar? Waarom vinden ze dat? Bespreek met de kinderen of laat ze zelf bedenken op welke kenmerken ze de beestjes kunnen ordenen (praten en uitleggen, respect voor autonomie, ontwikkelingsstimulering). Bijvoorbeeld op hoeveelheid pootjes, vleugels, op grootte, kleur, waar ze leven, enzovoort. Laat de kinderen op elkaar reageren, bijvoorbeeld door te vragen wat een ander kind van de ordening vindt (begeleiden van interactie tussen kinderen).

Spelbegeleiding

Kunnen de kinderen geen beestjes vinden? Help hen dan een beetje.

Vinden de kinderen sommige beestjes eng en durven zij ze niet te pakken? Laat de kinderen in hun waarde; maak geen grapjes over hun angst (sensitieve responsiviteit). Laat de kinderen het beestje met de schep in het potje doen, of vraag of een ander kind het beestje wel durft te pakken (begeleiden van interactie tussen kinderen).

Zorg dat alle kinderen bij zowel het zoeken als de bespreking een keer aan de beurt komen en complimenteer alle kinderen met hun inbreng (sensitieve responsiviteit).

Afsluiting

Kondig kort voor het eind aan dat de activiteit bijna afgelopen is (structureren en grenzen stellen). Bespreek wat de kinderen na de activiteit gaan doen.

Je kunt na deze activiteit meteen activiteit ‘Insecten bekijken en natekenen’ doen. Laat dan de beestjes in de potjes zitten. Maar let op: laat ze niet te lang in een leeg potje zitten; dan gaan de beestjes dood! Ga je na deze activiteit wat anders doen? Dan kunnen de kinderen de beestjes weer vrijlaten.

Bespreek de activiteit na met de kinderen: wat vonden ze leuk en wat minder leuk? Wat ging er goed en wat minder goed? (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen). Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

 

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Ga voor deze activiteit naar buiten. Je kunt beestjes zoeken in de tuin, in een park, of in een bos in de buurt.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:                                

  • Drie of vier glazen potten om potvallen van te maken.
  • Drie of vier plankjes om als dakje boven een potval te zetten.
  • Per plankje vier blokjes om de plankjes op te laten rusten.
  • Voor elk kind in ieder geval een glazen potje met een deksel met luchtgaten, of een loeppotje.
  • Schepjes en/of harkjes.
  • Vergrootglas.
  • Een insectengids om op te zoeken welke beestjes de kinderen gevangen hebben.

Omgang met risico’s

Deze activiteit is niet gevaarlijk. Toch kunnen sommige kinderen bang zijn voor kleine beestjes (bijvoorbeeld voor spinnen of kevers). Benadruk dat de beestjes niet gevaarlijk zijn (praten en uitleggen); laat dit eventueel ook opzoeken in de insectengids of op internet.

Stimuleer het kind over zijn angst heen te komen, maar dwing het kind niet iets te doen wat hij niet durft (respect voor autonomie). Speel in op wat het kind wél durft: geef bange kinderen bijvoorbeeld een schepje waarmee ze de dieren in het potje kunnen doen, dan hoeven ze het beestje niet aan te raken. Durven ze helemaal niet in de buurt van het beestje te komen? Vraag dan of een ander kind wil helpen (sensitieve responsiviteit, begeleiden van interactie tussen kinderen). Complimenteer de kinderen met wat ze wél durven en doen (sensitieve responsiviteit).

Ontwikkeling

De kinderen verzamelen allerlei beestjes in een potje. Ze worden gestimuleerd zelf te bedenken waar ze beestjes kunnen zoeken (cognitieve ontwikkeling). Bij het verzamelen van de beestjes moeten de kinderen voorzichtig te werk gaan (fijne motorische ontwikkeling). Als de beestjes zijn verzameld, dan mogen de kinderen de beestje gaan ordenen. Zij bedenken op welke manieren zij de beestjes kunnen ordenen (cognitieve ontwikkeling) en benoemen dit ook (taalontwikkeling). Door samen beestjes te zoeken en ze ook samen te ordenen, wordt de interactie tussen de kinderen gestimuleerd en leren ze bijvoorbeeld rekening met elkaar te houden en naar elkaar te luisteren (sociale ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook individueel of in een grote groep uitvoeren.

Materiaalgebruik:

Maak en gebruik een insectenzuiger. Dit is een potje met 2 buisjes en een filtertje ertussen, zodat je kleine beestjes in je potje kunt zuigen zonder de beestjes te pletten.Kijk voor een uitleg op:

http://diertjesronddeschool.web-log.nl/diertjesronddeschool/2006/03/de_insectenzuig.html

Spelvariatie:

- Je kunt de kinderen ook naar andere dingen in de natuur laten kijken. Bijvoorbeeld naar spinnenwebben, vogelnesten of dierenholletjes. Of naar verschillende bladeren van bomen.

- Je kunt deze activiteit ook doen als je met de groep naar een bos gaat.

- Bij wijze van uitje kun je deze activiteit ook ‘s avonds doen. In de schemering laten andere dieren zich zien. Zo zien jullie misschien wel egels of muizen in de tuin. Je kunt ook een felle lamp in de tuin zetten en daar een wit laken omheen spannen. In het donker komen veel beestjes op het licht af. Ze gaan op het laken zitten; zo kunnen de kinderen de beestjes goed bekijken.

  

 Leeftijd:

Je kunt ook met jongere kinderen (4-6 jaar of 7-9 jaar) beestjes zoeken.

- 4-6 jaar: In plaats van de beestjes te ordenen, kun je ook met de groep bespreken hoe de beestjes eruit zien. Wat zijn de verschillen tussen de beestjes? Hebben ze wel of geen pootjes, zo ja, hoeveel pootjes hebben ze, hebben ze vleugeltjes, welke kleur hebben ze, etc. Wat vinden de kinderen van de dieren? Mooi, lelijk, eng, glibberig, enzovoort. Waarom vinden ze dat?

- 7-9 jaar: Orden de beestjes samen met de kinderen op soort. Laat de kinderen hierbij zoveel mogelijk zelf bepalen waarop ze ordenen. Op wel of geen vleugels/pootjes? Op hoeveelheid pootjes? Op kleur? Op grootte? Laat eventueel in de insectengids/op internet zien waarop de gids ordent: op soort (wormen, insecten, spinnen).

Achtergrondinformatie

Bron: Introductieles Kleine beestjes-2006.doc van Milieu Educatie Centrum Nijmegen (8-12-2009) . Gevonden op http://mecnijmegen.nl/bestanden/handleidingenPO/Werkbladen/Kleine%20beestjes/1-8%20introductieles%20Kleine%20beestjes-2006.pdf (geraadpleegd in april 2010).

Ook op internet kun je veel informatie vinden over beestjes. Kijk bijvoorbeeld op de site http://www.gardensafari.net/indexdutch.htm. Hier vind je foto’s en informatie over allerlei soorten kleine beestjes (kikkers, vlinders, insecten, etc.).

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Cognitieve ontwikkeling

Spelgebied: Natuur

Locatie: Buiten

Groepsgrootte: 1 - 12 kinderen

Leeftijd: 10 - 12 jaar

Door: SamenspelopdeBSO

Beestjes gevangen!!

Beestjes gevangen!!

Beestjes zoeken en bekijken

Beestjes zoeken en bekijken

van heel dichtbij bekijken!

van heel dichtbij bekijken!

Van heel dichtbij bekijken

Van heel dichtbij bekijken