Activiteit

Een natuurkijkdoos maken

Vooraf

Leg de materialen klaar. Maak zelf eventueel een voorbeeld van een natuurkijkdoos.

Je kunt het kind tijdens deze activiteit de hele tijd begeleiden, maar je kunt het kind ook goed zoveel (gedeeltelijk) zelfstandig laten werken.

Deze activiteit duurt ongeveer 60 minuten, of twee keer 30 á 45 minuten.

Speluitleg

Leg de activiteit uit. Vertel dat het kind een natuurkijkdoos mag maken. De natuur in een doos! Bijvoorbeeld een bos, of een strand. Maar een vijver of een riviertje kan ook. Het kind mag zelf bedenken wat er in zijn kijkdoos te zien is (respect voor autonomie). Het kind werkt in stappen (structureren en grenzen stellen): 

1. Eerst maakt het kind de kijkdoos zelf. Hij tekent een kijkgaatje aan de voorkant van de doos. Het gaatje mag hij uitknippen, of uitprikken met een prikpen. In de deksel van de doos kan hij een groot gat knippen. Dat beplakt hij met vliegerpapier of crêpepapier. Tot slot kan hij de buitenkant van de doos nog beplakken met papier. Dat ziet er mooi uit!

2. De (buitenkant van de) kijkdoos is nu klaar. Tijd voor de binnenkant van de kijkdoos! Eerst is de bodem en de binnenkant van de doos aan de beurt. Het kind beplakt de bodem en de binnenkant van de doos. Bijvoorbeeld met groen papier als hij een grasveld willen maken, met geel papier om een strand te maken of met blauw papier voor de lucht.

3. Daarna mag het kind plaatjes uit de tijdschriften of ansichten uitknippen die hij kan gebruiken. Bijvoorbeeld een boom, een vogel, een hert. Zijn de plaatjes van slap papier? Dan kan het kind de plaatjes op een stukje karton plakken. Als hij daarna een randje van het karton omvouwt, kan hij het figuurtje vastplakken aan de bodem van de kijkdoos. Laat het kind eerst even goed schuiven met alle figuurtjes, totdat alles op de goede plek staat.

4. Zijn alle figuren vastgeplakt? Dan is het tijd voor de afwerking. Het kind kan natuurmaterialen in de doos plakken om zijn natuurkijkdoos er ‘echt’ uit te laten zien. Bijvoorbeeld plukjes gras of takjes voor de begroeiing van een duin, beukennootjes en/of eikeltjes voor in het bos. Hij kan hier ook ander materiaal voor gebruiken (klei, watten of wol).

Zet tot slot de deksel op de doos. De natuurkijkdoos is klaar! Wat is hij mooi geworden (sensitieve responsiviteit)!

Zorg ervoor dat het kind je uitleg goed kan verstaan. Begrijpt hij wat de bedoeling is? (Structureren en grenzen stellen).

Spelbegeleiding 

Laat het voorbeeld zien dat je hebt gemaakt. Aan de voorkant van de kijkdoos zit een kijkgat. De bovenkant van de doos is beplakt met gekleurd papier. Wil het kind in de kijkdoos kijken? Wat vindt hij van je kijkdoos? (sensitieve responsiviteit).

Overleg vervolgens wat voor kijkdoos het kind wil maken (praten en uitleggen). Om inspiratie op te doen kan hij door de tijdschriften en (oude) ansichtkaarten bladeren. Laat zoveel mogelijk uit het kind zelf komen; stel vragen om hem aan het denken te zetten. Zo komt hij zelf op ideeën (ontwikkelingsstimulering). Weet het kind wat hij wil gaan maken? Dan kan hij aan de slag gaan! Loop af en toe langs en complimenteer het kind met zijn werk (sensitieve responsiviteit).

Afsluiting

Kondig op tijd aan dat de activiteit bijna afgelopen is (structureren en grenzen stellen), maar geef het kind genoeg tijd om zijn kijkdoos af te ronden. Je kunt ook afspreken wanneer hij weer verder kan werken aan zijn kijkdoos.  

Bespreek de activiteit even na met het kind. Is de natuurkijkdoos mooi geworden? Vond het kind het leuk om een natuurkijkdoos te maken? (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie). Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat het kind kwijt kan wat hij kwijt wil (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Doe deze activiteit bij voorkeur binnen, aan een grote tafel.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Een schoenendoos met een deksel.
  • Gekleurd (inpak)papier.
  • Vliegerpapier of crêpepapier.
  • Karton om de figuurtjes te verstevigen.
  • Schaar, prikpen, lijm.
  • Tekenspullen: kleurpotloden of stiften.
  • (Natuur)tijdschriften waarin het kind mag knippen, (oude) ansichtkaarten.
  • Materialen uit de natuur (zoals gras, takjes, beukennootjes of eikeltjes) of andere materialen voor de aankleding: klei, watten, wol.

Omgang met risico’s

Geef het kind een schort als hij lijm gebruikt. Dan worden zijn kleren niet vies.

Ontwikkeling

Het kind bedenkt tijdens deze activiteit wat ‘mooi’ staat in de kijkdoos, of hoe de kijkdoos er zo ‘echt mogelijk’ uit kan zien. Welk ontwikkelingsgebied? Creatief en cognitief bv?Het kind houdt dus rekening met de kijker die in de kijkdoos gaat kijken. Welk ontwikkelingsgebied? Sociaal?  Heeft het kind hulp nodig? Dan moet hij die aan jou of aan een ander kind vragen. Als het kind daarnaast samen met een ander kind aan de natuurkijkdoos werkt, moet hij samenwerken (Sociale ontwikkeling).

Het kind knutselt een natuurkijkdoos in elkaar (Creatieve ontwikkeling). Dat kan een priegelwerkje zijn; het kind werkt met kleine figuurtjes die om een goede fijne motoriek vragen (Motorische ontwikkeling).

Veel kinderen van 7-9 jaar kunnen zelfstandig een kijkdoos in elkaar knutselen. Heeft een kind moeite met bepaalde onderdelen? Stimuleer hem om toch door te gaan. Eventueel kun je helpen, of een ander kind laten helpen. Bijvoorbeeld om een lastig figuurtje uit te knippen. (Ontwikkelingsstimulering, Begeleiden interacties tussen kinderen).

Complimenteer het kind met het (eind)resultaat (Sensitieve responsiviteit).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook in een (grotere) groep laten uitvoeren.

Materiaalgebruik:

- In plaats van de doos aan de buitenkant beplakken, kun je de doos ook laten beschilderen.

- Je kunt de kinderen ook materiaal voor hun kijkdoos laten verzamelen in de tuin of in het park. Denk aan bladeren, takjes, schelpen of zand/aarde.

Spelvariatie:

- Werk je met tweetallen of in groepjes aan deze activiteit? Dan kun je hen ook samen een natuurkijkdoos laten maken.

- Je kunt de natuurdoos aan laten sluiten op het jaargetijde. De kinderen kunnen een lente-, een zomer-, een herfst- of een winterkijkdoos maken.

- Je kunt kinderen ook een natuurkijkdoos laten maken van hun favoriete vakantiebestemming. Waar gaan ze het liefste naar toe, en hoe ziet de natuur daar er uit?

Leeftijd:

Ook oudere en jongere kinderen kunnen deze activiteit doen:

- 4-6 jaar: Kinderen op deze leeftijd hebben wel wat meer begeleiding nodig, van jou, of van oudere kinderen (begeleiden interacties tussen kinderen). Zorg voor scharen die niet gevaarlijk zijn, en help eventueel met knippen en plakken. 

- 10-12 jaar: Kinderen van deze leeftijd kunnen vrijwel zelfstandig aan de slag. Zorg voor de randvoorwaarden: een tafel waaraan ze kunnen werken en materialen die ze mogen gebruiken. Je kunt hen ook stimuleren (in groepjes) op zoek te gaan naar geschikte materialen (ontwikkelingsstimulering, begeleiden interacties tussen kinderen).

Achtergrondinformatie

Bron: De activiteit Een kijkdoos uit ‘Het groter groeien slecht weer boek – de leukste dingen om te doen voor binnen en buiten’ van O. Leever (Sanoma Uitgevers), 2002.

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Sociale ontwikkeling

Spelgebied: Natuur

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 1 - 40 kinderen

Leeftijd: 7 - 9 jaar

Door: SamenspelopdeBSO