Activiteit

Moeder mag ik reizen?

Vooraf

Maak een ruimte vrij waarin de kinderen zich goed kunnen bewegen.

Deze activiteit duurt ongeveer 20 minuten.

Speluitleg 

Vertel dat de kinderen samen een spel gaan spelen. Het spel heet ‘Moeder mag ik reizen?’. Vertel dat jij eerst de moeder bent. Jij staat aan de ene kant van de ruimte; de kinderen staan aan de andere kant. Leg uit dat de kinderen om de beurt mogen roepen: ‘Moeder, mag ik reizen?’ Jij bent moeder, en dus geef jij antwoord. Bijvoorbeeld: ‘Ja, naar Afrika’. Het kind telt hoeveel lettergepen het land of de plaats heeft waar hij naartoe mag reizen. A-fri-ka. Voor elke lettergreep mag het kind een stap naar voren zetten. Hij mag dus drie stappen doen. Daarna is het volgende kind aan de beurt. Je kunt elke keer iets anders zeggen: ‘Naar De Verenigde Staten’ (7 stappen), ‘naar Zwolle’ (2 stappen) of ‘naar België’ (3 stappen). Wie is er het eerste bij moeder? Die mag de volgende keer moeder zijn (praten en uitleggen)!

Na het eerste spel kunnen de kinderen het spel zonder jou spelen (respect voor autonomie, begeleiden interacties tussen kinderen).

Zorg ervoor dat de kinderen je uitleg goed kunnen verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen)?

 

Spelbegeleiding 

Laat de kinderen het spel spelen. Spelen de kinderen het spel helemaal zonder jou? Blijf op de achtergrond aanwezig om te kijken of het spel goed verloopt. Complimenteer af en toe een kind: ‘Wat weet jij een leuke plaatsen om naar toe te reizen, moeder!’, of ‘Dat heb je goed geteld, Ivar, dat zijn inderdaad vier stappen!’ (sensitieve responsiviteit). Zie erop toe dat de kinderen goed samenwerken: de kinderen moeten goed luisteren naar moeder en het juiste aantal stappen zetten (begeleiden interacties tussen kinderen).

Smokkelt een kind met het aantal stappen? Corrigeer dan even: ‘Nee, Amar, in Luxemburg zitten drie lettergrepen. Dus je mag drie stappen doen!’ (structureren en grenzen stellen).

Afsluiting

Is het spel bijna afgelopen? Vertel dat op tijd aan de kinderen. Vertel ook of de kinderen het spel nog een keer mogen spelen (respect voor autonomie). Sluit tot slot de activiteit af.  

Bespreek de activiteit nog even na met de kinderen. Vonden de kinderen het een leuk spel? (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen)? Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Je kunt dit spel zowel binnen als buiten doen.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

-

Omgang met risico’s

Als de kinderen dit spel alleen spelen, kunnen ze ruzie krijgen. Laat de kinderen hun ruzie zoveel mogelijk zelf oplossen. Grijp alleen in als het niet anders kan (praten en uitleggen, respect voor autonomie, structureren en grenzen stellen).

Ontwikkeling

De kinderen luisteren naar de moeder en zetten zoveel stappen (motorische ontwikkeling) als hun bestemming lettergrepen heeft (taalontwikkeling). Vind een kind het moeilijk om een woord in lettergrepen onder te verdelen? Vraag of een (taalvaardig) kind hem daarbij wil helpen (begeleiden van interactie tussen kinderen). Daarnaast spelen de kinderen dit spel samen, zonder begeleiding (sociale ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook in tweetallen of met een kleine groep doen.

Materiaalgebruik:

Je kunt een (denkbeeldige) lijn op de vloer trekken: achter die lijn staat moeder. Je kunt hiervoor een lint, of twee stoelen of kussens aan beide kanten van de ruimte gebruiken.

Spelvariatie:

- In plaats van reisbestemmingen kan het kind ook voertuigen noemen waarmee kinderen kunnen reizen, of voorwerpen die je mee kunt nemen op reis: ‘Ja, met het vliegtuig’ (2 stappen) of ‘Ja, neem je koffer mee’ (2 stappen).

- Is de groep erg groot en duurt het daarom te lang voordat ieder kind een keer aan de beurt is? Maak dan twee groepen, met twee moeders.

Leeftijd:

Je kunt dit spel ook met oudere kinderen spelen:

- 10-12 jaar: Kinderen van deze leeftijd kunnen dit spel na een korte uitleg zelfstandig spelen. Je kunt het spel daarnaast moeilijker maken. Je kunt bijvoorbeeld afspreken dat de kinderen op een bepaalde manier de passen moeten maken. Bijvoorbeeld alleen hinkelend, of achterstevoren of met de ogen dicht lopend (ontwikkelingsstimulering).

Achtergrondinformatie

Gebaseerd op de activiteit 130 ‘Moeder mag ik reizen’ op pagina 99 uit het boek Vakantiespelletjes door M. I. Bos (Utrecht: Het Spectrum BV, 1988.)

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Motorische ontwikkeling

Spelgebied: Cultuur en maatschappij

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 8 - 40 kinderen

Leeftijd: 7 - 9 jaar

Door: SamenspelopdeBSO

Moeder mag ik reizen?

Moeder mag ik reizen?