Activiteit

Huisje van klei

Vooraf

Leg de benodigde materialen klaar.

Deze activiteit duurt ongeveer 45 minuten.

Speluitleg

Vertel dat de kinderen vandaag gaan kleien. Vraag de kinderen waar ze willen wonen, als ze mochten kiezen. In hun eigen huis? Een kabouterhuisje? Een vogelnestje? Het holletje van een muis of een egel? Laat de kinderen om de beurt even aan het woord, en laat ze ook op elkaar reageren (begeleiden interacties tussen kinderen). Vertel de kinderen daarna dat ze vandaag het huisje mogen kleien waar ze in willen wonen. En dat huisje mag er precies zo uit zien als ze zelf willen! (respect voor autonomie). Laat de klei zien waarmee ze gaan werken. Laat zien dat ze rolletjes kunnen maken van de klei, die ze weer op elkaar kunnen plakken. Zo krijg je een bakje (vogelnestje). Maar ze kunnen ook uit een bal klei de vorm van een huis maken. Laat tot slot ook zien hoe ze de spateltjes of kleimesjes kunnen gebruiken. De kinderen mogen deze hulpmiddelen gebruiken, maar het hoeft niet (praten en uitleggen).

Zorg ervoor dat de kinderen je uitleg goed kunnen verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is? (structureren en grenzen stellen).

Spelbegeleiding

Doe de kinderen een schort om en geef ze klei. Laat de kinderen aan de slag gaan. Loop rond om te kijken of het lukt. Help de kinderen als dat nodig is. Laat bijvoorbeeld zien hoe een kind een bolletje kan maken, of een sliertje klei. Je kunt ook vragen of een ouder kind wil helpen (begeleiden van interacties tussen kinderen). Complimenteer de kinderen met hun werk ‘Dat wordt een prachtig huis!’ (sensitieve responsiviteit)

Afsluiting

Zijn de kinderen klaar? Zet de huisjes op een veilige plek te drogen. Bespreek kort wat jullie hierna nog met de huisjes gaan doen. Moet de klei nog gebakken worden? Gaan de kinderen de klei nog verven? Spreek de vervolgstappen af (structureren en grenzen stellen).

Ruim tot slot samen met de kinderen de kleispullen op. 

Bekijk samen met de kinderen de werkstukken. Wat een mooie huizen zijn het geworden! Bespreek de activiteit nog even na met de kinderen. Vonden de kinderen het leuk om een huisje te kleien? Zijn ze tevreden met het resultaat (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen)? Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Doe deze activiteit aan een tafel. Leg een plastic zeil over de tafel.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Klei
  • Een schort voor elk kind
  • Eventueel spateltjes of kleimesjes
  • Een plastic zeil voor op de tafel.

Omgang met risico’s

Niet alle kinderen hebben al een even ontwikkelde motoriek op deze leeftijd. Stimuleer alle kinderen iets moois te maken; complimenteer alle kinderen met hun werkstuk (praten en uitleggen, sensitieve responsiviteit).

Zorg er verder voor dat de kinderen geen klei in hun mond steken.

Ontwikkeling

De kinderen kleien een huisje waar ze graag in willen wonen. Ze kiezen zelf hoe dat huisje eruit ziet; een ‘echt’ huis, of een kabouterhuis, een vogelnestje of een holletje van een egeltje… Ze proberen het beeld dat ze in hun hoofd hebben vorm te geven in klei (creatieve ontwikkeling). Ze vormen daarbij de klei met hun handen in de goede vorm; eventueel gebruiken ze er spateltjes of kleimesjes bij (motorische ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook individueel of in een grote(re) groep doen.

Materiaalgebruik:

- Je kunt verschillende soorten klei gebruiken voor deze activiteit. Je kunt boetseerklei gebruiken, maar je kunt ook kiezen voor kunststofklei (polymeerklei). Kijk op de gebruiksaanwijzing hoe lang de klei moet drogen, en of de klei wel of niet gebakken moet worden.

- Sommige kleisoorten kunnen de kinderen daarna verven.

- Zijn de huisjes klaar? De kinderen kunnen hun kunstwerk eventueel nog verder aankleden. Bijvoorbeeld met rietpluimen (bij een nest), watjes (rook uit de schoorsteen) of lapjes stof (voor de gordijnen).

Spelvariatie:

- De kinderen kunnen ook andere voorwerpen maken van de klei, in plaats van een huis. Bijvoorbeeld een voertuig, of een dier.

- Zijn alle huisjes af? De kinderen kunnen er eventueel een groot dorp van maken! Ze kunnen het dorp verder aankleden met bomen (van playmobil) en (speelgoed)auto’s.

- Je kunt een tentoonstelling inrichten met de huisjes. Leuk voor de ouders!

- Je kunt de kinderen ook (eerst) een tekening laten maken van het huis waar ze graag willen wonen.

Leeftijd:

Ook oudere kinderen kunnen deze activiteit doen:

- Kinderen van 7-9 jaar: Laat deze kinderen zelfstandig uitvinden wat ze met de klei kunnen doen; ze hebben iets minder begeleiding nodig.

- Kinderen van 10-12 jaar: Kinderen van deze leeftijd kunnen ook gezamenlijk een stad maken van de verschillende huizen. Sommige kinderen kunnen misschien een school maken, een kerk en/of een ziekenhuis. Laat de kinderen samen bedenken welke gebouwen in hun stad staan (respect voor autonomie).

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Creatieve ontwikkeling

Spelgebied: Expressie

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 1 - 20 kinderen

Leeftijd: 4 - 6 jaar

Door: SamenspelopdeBSO