Activiteit

Hoe groeit tuinkers?

Vooraf

Koop de benodigde spullen (tuinkerszaadjes). Kweek vast twee bakjes met tuinkers (let op, het duurt ruim een week voordat ze volgroeid zijn!). De rest van de zaadjes heb je nodig voor de proefjes. Haal eventueel wat boeken over de groei van planten uit de bibliotheek. Je kunt ook plaatjes over de groei van planten op internet vinden. Met deze plaatjes kun je de proefjes toelichten.

Zet de spullen klaar.

Deze activiteit kun je een paar keer gedurende een dag of tien doen; ongeveer 30 minuten per keer.

Speluitleg

Vertel dat de kinderen proefjes met planten gaan doen. Zo gaan ze ontdekken dat planten licht, water, warmte en lucht nodig hebben om te kunnen groeien.

Vertel dat de kinderen proefjes met tuinkers gaan doen. Weten de kinderen wat tuinkers is? Laat de tuinkerszaadjes en een bakje met tuinkers zien. ‘Tuinkers zijn hele kleine, dunne plantjes, die heel snel kunnen groeien. Je kunt ze eten; ze zijn heel lekker op een boterham!’ (praten en uitleggen).

Vertel dat de kinderen vijf proefjes gaan doen (structureren en grenzen stellen). Ze zaaien eerst in vijf bakjes tuinkers: ze doen een pluk natte watten in een bakje. Op de watten doen ze eventueel nog een beetje tuinaarde. Daarna strooien ze er tuinkerszaadjes overheen. Voor elke proef gebruiken ze een of twee bakjes. Laat de kinderen op de bakjes schrijven welk proefje ze ermee doen. Dan kan dat geen verwarring opleveren! De kinderen hebben verder ook twee bakjes nodig met al volgroeide tuinkers.

Laat de kinderen vervolgens de proefjes uitvoeren.

De lichtproef: Hebben plantjes licht nodig?- Laat de kinderen drie bakjes met tuinkerszaadjes pakken. Op de bakjes schrijven ze ‘Lichtproef’. Zet in het midden van het eerste bakje tuinkerszaadjes een lege rol toiletpapier rechtop in het bakje. Groeien de plantjes harder in de toiletrol, of juist ernaast?- Zet het tweede bakje met tuinkerszaadjes op de vensterbank voor het raam. Zet het derde bakje een eindje van het raam af. Welke richting groeien de plantjes op?

De licht- en luchtproef: Hebben plantjes licht en lucht nodig?Laat de kinderen een bakje met volgroeide tuinkers pakken (dit bakje heb jij al gezaaid, zie voorbereiding). Op het bakje schrijven ze ‘Licht- en luchtproef’. Daarna dekken ze het bakje met tuinkers af met een bord. Wat gebeurt er met de plantjes?

De waterproef: Drinken plantjes water?Laat de kinderen een witte chrysant of anjer pakken. Ze snijden de steel van de bloem tot halverwege (in de lengte) in tweeën. Zet de ene helft van de steel in een glas met rood water. En de andere steel in een glas met blauw water. Wat gebeurt er met de bloem?

De waterproef: Hebben plantjes water nodig?Laat de kinderen een bakje met volgroeide tuinkers pakken (dit bakje heb jij al gezaaid, zie voorbereiding). Op het bakje schrijven ze ‘Waterproef’. Vertel dat de kinderen het bakje met volgroeide tuinkers een tijdje geen water mogen geven. Wat gebeurt er met de plantjes?

De warmteproef: Houden plantjes van warmte? Laat de kinderen twee bakjes met tuinkerszaadjes pakken. Op de bakjes schrijven ze ‘Warmteproef’. Daarna zetten ze het ene bakje op een koele plek (bijvoorbeeld de keuken). Het andere bakje zetten ze op een warme plek (bijvoorbeeld de vensterbank). Zorg wel dat de bakjes ongeveer evenveel licht krijgen. In welk bakje groeien de plantjes harder?

Laat de kinderen, na ieder proefje, in een schrift schrijven welke van de vijf proefjes ze hebben gedaan, en wat ze verwachten dat er gaat gebeuren bij elk proefje. Kunnen de kinderen nog niet zo goed schrijven? Laat dan een ouder kind helpen (begeleiden van interactie tussen kinderen), of schrijf zelf op wat hun verwachtingen zijn.

Daarna gaan ze de komende week steeds even kijken wat er gebeurt met de plantjes. Dan geven ze de plantjes meteen een beetje water (behalve de plantjes van de waterproef). Aan het eind van een á twee weken bekijken de kinderen de resultaten. Kloppen hun voorspellingen?

Zorg ervoor dat de kinderen je uitleg goed kunnen verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen)? 

Spelbegeleiding

Laat de kinderen zoveel mogelijk zelfstandig aan de slag gaan (respect voor autonomie). Houd op de achtergrond in de gaten of het goed gaat. Stuur bij als het niet lukt.

De kinderen kijken in de dagen na de proefjes steeds even wat er met de plantjes gebeurt. De resultaten van proef 2, 3 en 4 zijn al na korte tijd goed zichtbaar. De proeven 1 en 5 hebben iets meer tijd nodig; daarvoor moeten de zaadjes ontkiemen. Deze resultaten kun je na ongeveer 5 tot 10 dagen goed zien. De kinderen kunnen de ontwikkeling van de plantjes in hun schrift opschrijven. Bekijk de resultaten van de proefjes met de kinderen en bespreek ze na. Hierbij kun je eventueel de boeken en de plaatjes van internet gebruiken. Wat is er met de plantjes gebeurd? Hoe komt dat? Klopt het met de verwachtingen die de kinderen hadden?

De lichtproef: Hebben plantjes licht nodig?- De plantjes binnen de wc-rol groeien harder dan de plantjes erbuiten. Dat komt omdat de plantjes in de rol zo snel mogelijk naar het licht toe willen groeien. Daar hebben ze al hun energie in gestopt!- De plantjes in het bakje voor het raam groeien omhoog. De plantjes in het bakje dat een eindje van het raam staat, zijn naar het raam toegegroeid. Plantjes groeien naar het licht toe. Als je de bakjes omwisselt, groeien de plantjes weer recht, of juist naar het raam toe!

De licht- en luchtproef: Hebben plantjes licht en lucht nodig? De plantjes in het afgedekte bakje hebben hun kleur verloren. Als ze erg lang afgedekt zijn, zijn ze doodgegaan. Plantjes hebben licht en lucht nodig.

De waterproef: Drinken plantjes water?De ene halve stengel van de witte bloem is rood geworden; de andere halve stengel is blauw geworden. De ene helft heeft rood water gedronken; de andere blauw water.

De waterproef: Hebben plantjes water nodig?De plantjes die geen water krijgen, gaan slap hangen. Als ze lang genoeg geen water krijgen, gaan de plantjes dood. Plantjes hebben dus water nodig!

De warmteproef: Houden plantjes van warmte? Als het goed is groeien de plantjes harder op de warme plek. Maar, het moet ook weer niet té warm zijn! 

Afsluiting

Zijn alle proefjes afgerond? Complimenteer de kinderen met de wijze waarop ze gewerkt hebben: ‘Wat hebben jullie de proefjes goed uitgevoerd!’ (sensitieve responsiviteit). Tot slot kunnen jullie allemaal een boterham met tuinkers eten!

Bespreek de activiteit na met de kinderen. Vonden de kinderen het leuk om de proefjes te doen? Wat is er met de plantjes gebeurd? Hoe komt dat? Klopt het met de verwachtingen die de kinderen hadden? (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen)? Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Je doet deze activiteit binnen, op verschillende plekken.

Suggestie: richt een ‘laboratoriumhoek’ in met verschillende materialen die de kinderen kunnen gebruiken bij de proefjes. Je kunt hier ook boeken neerleggen met voorbeelden van proefjes. Of een map met uitdraaien van internetpagina’s. Afhankelijk van het soort proefjes dat een kind wil doen, kun je andere materialen verzamelen met de kinderen (of ze kopen), zoals zaadjes, pitjes en boontjes. Een dergelijke hoek hoeft overigens niet vast te zijn, je kunt de materialen voor de proefjes ook verzamelen in een kist of een doos. Op die manier kun je de laboratoriumhoek steeds anders inrichten.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Watjes en/of tuinaarde.
  • Tuinkerszaadjes.
  • Een lege rol wc-papier.
  • Zeven bakjes, bijvoorbeeld lege halvarinekuipjes.
  • Een witte bloem; een anjer of een chrysant.
  • Een mes.
  • Twee glazen met water: een met een beetje rode inkt erin, een met een beetje blauwe inkt erin.

Omgang met risico’s

Snijden de kinderen de witte bloem zelf in? Zorg dan voor een mes dat niet te scherp is.

Ontwikkeling

De kinderen houden op een systematische manier bij hoe de plantjes zich ontwikkelen tijdens de proefjes. Ze bedenken van tevoren wat er gebeurt met de plantjes bij de verschillende proefjes. Op het eind vergelijken ze de resultaten van de proefjes met hun verwachtingen. Hadden ze gelijk of niet? (cognitieve ontwikkeling). Ze praten over hun verwachtingen en de resultaten (taalontwikkeling)

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook in tweetallen of met een grotere groep doen. In een grotere groep kun je de proefjes verdelen over de kinderen. Sommige kinderen doen proef 1, anderen proef 2, et cetera.

Materiaalgebruik:

- Je kunt verwachtingen van de kinderen ook centraal bijhouden, bijvoorbeeld op een groot vel papier.

- Je kunt foto’s maken van de ontwikkeling van de plantjes. Leuk ook voor de website!

- Proef 3 kun je ook met een stuk wortel of bleekselderij doen. Snijd het onderste gedeelte van de wortel en de bleekselderij af. Zet de rest van de wortel en de bleekselderij in een glas met rood water. Laat ze een paar uur staan. Snijd daarna nog een stuk af van de groente. Je zult zien dat de bleekselderij mooi rood-wit gestreept is geworden. En de wortel is van binnen helemaal rood geworden! Ook deze planten hebben van het water gedronken!

Spelvariatie:

Je kunt nog veel meer proefjes met plantjes doen. Je kunt bijvoorbeeld kijken hoe een boon kiemt en groeit (gewoon in een bakje met vochtige aarde zetten). Of je kunt een bonendoolhof maken (in een schoenendoos; bonen groeien naar het licht toe), of kijken of planten ook ademen (zie achtergrondinformatie).

Leeftijd:

Je kunt deze activiteit ook met oudere kinderen (10-12 jaar) doen. Oudere kinderen hebben minder begeleiding nodig. Je kunt de oudere kinderen vragen een onderzoeksschrift bij te houden waarin ze precies opschrijven wat er gebeurt bij de verschillende proefjes. Ze kunnen er ook tekeningen bij maken (ontwikkelingsstimulering).

Achtergrondinformatie

Bron: http://www.musicagirl.com/Nieuw/NL/Jeugd/Knuts/Natuur/_pag.htm

Andere sites die je kunt bekijken:

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Cognitieve ontwikkeling

Spelgebied: Natuur

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 2 - 20 kinderen

Leeftijd: 7 - 9 jaar

Door: SamenspelopdeBSO