Activiteit

Spelen in een poppenkastverhaal

Vooraf

Zet de poppenkast klaar. Leg alle poppenkastpoppen erbij. Zet eventueel een krukje in de poppenkast waar een kind op kan staan, zodat hij goed in de poppenkast kan spelen.

Bedenk een verhaal dat je wilt spelen met de kinderen. Het moet een verhaal zijn, waarin jouw poppenkastpop andere poppenkastpoppen nodig heeft. Bijvoorbeeld: jouw pop is jarig en hij wil dat de andere poppen op bezoek komen. Of jouw pop heeft een gesloten kist gevonden in het bos, en hij wil dat de andere poppen hem helpen om de kist open te maken.

Deze activiteit duurt ongeveer 30 tot 60 minuten.

Speluitleg

Vertel dat de kinderen samen met jou in een poppenkastverhaal gaan spelen. Jij begint achter de poppenkast. Zoek een poppenkastpop uit en doe hem aan je hand. De kinderen mogen ook een poppenkastpop uitzoeken en aan hun hand doen. Daarna mogen ze voor de poppenkast gaan zitten. Ga achter de poppenkast staan. Laat jouw pop vanuit de kast met de andere poppen praten. Vertel wie je bent. Vertel vanuit je rol het verhaal dat je bedacht hebt. Bijvoorbeeld: ‘Hallo allemaal, ik ben Jan Klaassen. Weet je wat mij vandaag overkomen is? Ik liep door het bos, en toen ineens struikelde ik! Boem, daar lag ik op de grond. Ja, jullie lachen wel. Maar dat deed best pijn hoor! En weten jullie waar ik over struikelde? Over een kist. Een dichte kist. Jullie snappen dat ik meteen in de kist wilde kijken. Maar dat lukte niet, want de kist zit dicht! En ik krijg hem niet open! Willen jullie die kist eens zien?? Kijk maar, daar staat ie. Weet een van jullie misschien hoe ik die kist open kan krijgen? Ja? Politie-agent, kun jij me helpen?’ (praten en uitleggen).

Vraag de poppen om de beurt bij je langs te komen om te helpen. Het kind dat aan de beurt is komt in de poppenkast, en praat daar met zijn pop tegen jouw pop. Houd het spel kort, en zorg dat het de pop van het kind niet lukt om jou te helpen. De kist gaat niet open. Geef op die manier alle kinderen een keer de kans om achter de kast te komen en Jan Klaassen te helpen. Op het eind kun je toelaten dat de klus geklaard wordt (praten en uitleggen).

Spelbegeleiding

Zorg ervoor dat de kinderen je uitleg goed kunnen verstaan (structureren en grenzen stellen). Rond de beurt van elk kind duidelijk af. Bijvoorbeeld door elke pop duidelijk uit te zwaaien of te groeten als hij weer weggaat. Na een paar spelletjes kun je ook twee poppen tegelijk in de kast vragen. Dan kunnen de kinderen elkaar (en jouw pop) helpen (respect voor autonomie, begeleiden interacties tussen kinderen).

Complimenteer de kinderen tijdens hun spel met hun inbreng: ‘Wat een goed idee, Katrijn. Gaat de kist zo open, denken jullie?’ (sensitieve responsiviteit).  

Afsluiting

Is het poppenkastspel bijna afgelopen? Vertel dat op tijd aan de kinderen. Zo weten de kinderen waar ze aan toe zijn (structureren en grenzen stellen). Sluit tot slot de activiteit af.

Bespreek de activiteit nog even na met de kinderen. Vonden de kinderen het leuk om mee te spelen in een poppenkastverhaal? (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen)? Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Je kunt dit spel zowel binnen als buiten doen.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Een poppenkast.
  • Poppenkastpoppen.
  • Eventueel voorwerpen om in je verhaal te gebruiken: een kist, een doos, feesthoedjes, et cetera.

Omgang met risico’s

Sommige kinderen zullen het een beetje eng vinden om achter de poppenkast mee te spelen. Laat eerst de kinderen aan bod komen die het niet eng vinden. Durft een kind het dan nog steeds niet? Dwing hem dan niet, het moet wel een leuk spel blijven (praten en uitleggen, respect voor autonomie, structureren en grenzen stellen).

Ontwikkeling

De kinderen luisteren naar het verhaal en denken mee met het probleem van jouw pop. Hoe kunnen ze het probleem helpen oplossen? (taalontwikkeling, emotionele ontwikkeling). Daarna mogen ze om de beurt achter de kast meespelen met het poppenkastspel (motorische ontwikkeling, taalontwikkeling, sociale ontwikkeling). Ze moeten daarbij samenwerken met jou en eventueel met andere kinderen.

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook met een kleine groep doen.

Materiaalgebruik:

- Je kunt in plaats van poppenkastpoppen ook knuffeldieren mee laten spelen in het spel.

- Je kunt ook de sokkenmonsters uit de activiteit ‘Sokkenmonsters maken’ gebruiken.

Spelvariatie:

- Kunnen de kinderen goed meespelen met jouw verhaal? Misschien kunnen ze daarna ook zelf een verhaal verzinnen. Laat om de beurt een kind achter de kast een verhaal beginnen. Het kind kan de andere kinderen betrekken bij zijn verhaal.

- Je kunt ook een verhaal uit een boek naspelen. Verschillende kinderen kunnen een rol spelen in het verhaal. Je kunt natuurlijk ook een beetje variëren op het verhaal!

- Hebben jullie een mooi verhaal verzonnen? Misschien kunnen jullie een poppenkastuitvoering verzorgen!

- Is de groep erg groot en duurt het daarom erg lang voordat ieder kind aan de beurt is? Maak dan twee groepen, met twee poppenkasten. Elke groep kan zijn eigen verhaal spelen. Daarna kunnen de groepen eventueel hun verhaal aan de andere groep laten zien.

Leeftijd:

Je kunt dit spel ook met oudere kinderen spelen. Oudere kinderen kunnen waarschijnlijk zelf een leuk verhaal verzinnen, of een verhaal uit een boek naspelen.

Achtergrondinformatie

Gebaseerd op de activiteit 16 ‘Poppenkast’ op pagina 64 uit het boek het boek Activiteiten voor basisschoolkinderen door Tini Bouwman, W. M. F. M. Oehlen en Thérèse van Tiel (Utrecht: Thieme Meulenhoff, 2003).

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Emotionele ontwikkeling

Spelgebied: Expressie

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 4 - 40 kinderen

Leeftijd: 7 - 9 jaar

Door: SamenspelopdeBSO