Activiteit

Voelspel

Vooraf

Verzamel voorwerpen die de kinderen mogen voelen. Zoek naar voorwerpen die te maken hebben met groen en natuur. Bijvoorbeeld fruit of groente die de kinderen kennen (appel, peer, banaan, aardbei, wortel, prei, tomaat). Je kunt eventueel ook houten of plastic groente en fruit gebruiken (maar echte groente en fruit is leuker). Daarnaast kun je ook speelgoeddieren gebruiken, bijvoorbeeld van plastic.

Leg de theedoek klaar.

Deze activiteit duurt ongeveer 20 minuten, of zolang als de kinderen het leuk vinden.

Speluitleg

Je doet dit spel met twee kinderen. Leg het spel eerst uit. Daarna kunnen de kinderen het spel zelfstandig doen (respect voor autonomie).

Vertel de twee kinderen dat ze een spel gaan doen: het voelspel. Ze mogen om de beurt voorwerpen onder de theedoek voelen. Ze mogen raden wat ze voelen. Leg uit dat het allemaal dingen zijn die met de natuur te maken hebben. Bijvoorbeeld groente en fruit en dieren(figuren) (praten en uitleggen). Kind 1 mag een voorwerp onder de theedoek leggen. Kind 2 mag even niet kijken of doet zijn ogen even dicht. Daarna mag kind 2 voelen. Wat ligt er onder de theedoek? Weet kind 2 wat hij voelt? ‘Wat goed zeg!’ (sensitieve responsiviteit). Als kind 2 het goed geraden heeft, mag kind 1 het voorwerp laten zien. Als het fout is, mag kind 1 een aanwijzing geven (begeleiden van interactie tussen kinderen). Weet kind 2 het nu wel? Laat de kinderen net zo lang doorgaan tot kind 2 het weet. Vertel dat de kinderen de rollen om mogen draaien als kind 2 alle voorwerpen geraden heeft. Dan mag kind 1 het proberen (structureren en grenzen stellen). Zorg ervoor dat de kinderen je uitleg goed verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen)?

Spelbegeleiding

Help de kinderen bij het eerste voorwerp. Complimenteer de kinderen. ‘Wat snappen jullie het voelspel goed! Kunnen jullie het spel nu zelf spelen?’ (sensitieve responsiviteit). Laat de kinderen zelfstandig het spel spelen (respect voor autonomie). Blijf op de achtergrond aanwezig, zodat de kinderen je om hulp kunnen vragen als dat nodig is.

Afsluiting

Zijn alle voorwerpen bijna geraden? Vertel op tijd dat het spel dan afgelopen is (structureren en grenzen stellen). Ruim daarna samen met de kinderen de voorwerpen op. Bewaar ze bijvoorbeeld in een doosje; dan kunnen andere kinderen het spel ook spelen.

Bespreek de activiteit even na met de kinderen. Vonden ze het een leuk spel (sensitieve responsiviteit)? Was het moeilijk om te voelen wat de verschillende voorwerpen waren, of juist gemakkelijk? Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Doe dit spel binnen aan een tafel.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Verschillende voorwerpen om te voelen: een appel, banaan, peer, kiwi, aardbei, aardappel, wortel, komkommer, prei en plastic dieren.
  • Een theedoek

Omgang met risico’s

Sommige kinderen zullen het een beetje eng vinden om onder een theedoek te voelen. Ze weten immers niet wat ze in hun handen krijgen. Laat het kind dat het niet eng vindt eerst voelen. Of laat de kinderen zien wat voor soort dingen er onder de theedoek liggen. Zo zien ze dat het geen eng spel is.

Ontwikkeling

De kinderen ontdekken spelenderwijs hoe verschillende voorwerpen voelen. Ze moeten de vormen die ze voelen (glad, een beetje bobbelig of harig, met een kroontje of een stokje) vergelijken met de voorstelling die ze in hun hoofd hebben van de groente en fruit (cognitieve ontwikkeling). Daarnaast proberen de kinderen de voorwerpen te benoemen (taalontwikkeling).

Analyseren (‘wat voel ik?’) en vergelijken (‘waar lijkt dit voorwerp op?’ zijn moeilijke vaardigheden voor deze leeftijdsgroep. Maak het spel dan ook niet te resultaatgericht; zorg dat het een leuk spelletje blijft voor de kinderen. Begin met voorwerpen die de kinderen goed kennen: een appel, een banaan. Als het spel goed gaat, kun je de kinderen moeilijkere voorwerpen geven om te raden. Zo zorg je voor succeservaringen voor de kinderen; dat maakt dat ze het spel leuk blijven vinden. Complimenteer de kinderen regelmatig. ‘Wat heb je dat goed gevoeld!’ (sensitieve responsiviteit).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook samen met een kind doen. Dan begeleid jij het spel; je blijft er de hele tijd bij.

Je kunt deze activiteit ook met een kleine groep kinderen doen. Zorg wel voor een even aantal kinderen, zodat er tweetallen gemaakt kunnen worden. Zorg in dit geval ook voor meerdere theedoeken en genoeg voorwerpen om aan te voelen.

Materiaalgebruik:

Je kunt de kinderen nog veel meer spullen laten voelen. Bijvoorbeeld etenswaren (brood, hagelslag, rijst, spaghetti) of speelgoed (knikkers, poppen, knuffels, potlood, een auto).

Wil je het een beetje eng maken? Dan kun je de kinderen ook ‘natte’ dingen laten voelen. Bijvoorbeeld een bakje met water, een bakje met aarde en een bakje met honing.

Je kunt het kind dat gaat raden ook blinddoeken. Dan hoef je geen theedoek bij het spel te gebruiken.

Spelvariatie:

Je kunt er ook een voelmemory van maken. Leg meerdere voorwerpen onder een theedoek. Zorg ervoor dat twee voorwerpen bij elkaar horen. Bijvoorbeeld: een eierdopje en een ei, een pan en een pollepel, een kopje en een schoteltje, een auto en een garage. Of: zorg voor twee voorwerpen die dezelfde vorm hebben. Bijvoorbeeld blokjes. Weet het kind twee voorwerpen die bij elkaar horen? Haal ze dan onder de theedoek vandaan. Net zolang tot alle voorwerpen geraden zijn.

Leeftijd:

Je kunt deze activiteit ook met oudere kinderen doen. Zowel met kinderen van 7-9 jaar als met kinderen van 10-12 jaar.

- 7-9 jaar: Ga op dezelfde manier te werk als bij de 4-5-jarigen. Je kunt eventueel wat moeilijkere voorwerpen gebruiken: een perzik, een pruim, een walnoot (ontwikkelingsstimulering).

- 10-12 jaar: De oudste kinderen kun je ook zelf voorwerpen laten verzamelen (respect voor autonomie). Daarvoor moeten ze in de keuken op zoek gaan naar groente of fruit. Daarnaast kun je voor oudere kinderen moeilijkere voorwerpen gebruiken (ontwikkelingsstimulering). Bijvoorbeeld een perzik, een pruim, een rozijn, een walnoot.

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Reacties (2)

Fatima23

6 jaren, 3 maanden geleden

De activiteit is goed ontvangen door de kinderen, ze vonden het leuk om met deze activiteit mee te doen!

Fatima23

6 jaren, 3 maanden geleden

Je kunt met het voelspel verschillende kanten op en dit zorgt ervoor dat de kinderen het spannend blijven vinden.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Cognitieve ontwikkeling

Spelgebied: Natuur

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 1 - 20 kinderen

Leeftijd: 4 - 6 jaar

Door: SamenspelopdeBSO

je weet wat dit is, maar als je het niet kan zien en moet voelen zou je het dan zo snel weten?

je weet wat dit is, maar als je het niet kan zien en moet voelen zou je het dan zo snel weten?