Activiteit

Parcours met een blinddoek

Vooraf

Zet buiten of in een speellokaal een parcours voor de kinderen uit. Zet er een aantal hindernissen in. Een bank waar de kinderen overheen moeten klimmen, een klimrek waar de kinderen doorheen moeten klauteren, een mand met een bal die ze moeten gooien, een wipwap of een schommel.

Deze activiteit duurt ongeveer 30 minuten.

Speluitleg

Leg de activiteit uit. De kinderen lopen in tweetallen een parcours. Maar, het ene kind heeft een blinddoek om. Het andere kind is de helper. Hij zorgt ervoor dat het kind met de blinddoek om zonder ongelukken het parcours af kan leggen! Hij doet dat door te praten, en door het kind met de hand te begeleiden. Lukt het om de overkant van het parcours te bereiken? Dan mogen de kinderen de rollen omdraaien! (praten en uitleggen).

Wijs aan hoe het parcours loopt. Loop met zijn allen het parcours een keertje. Over de bank heen, door het klimrek, enzovoort. Benadruk dat het kind zonder blinddoek de ogen moet zijn voor het kind met blinddoek. De kinderen moeten dus heel goed op elkaar letten, en ervoor zorgen dat het kind met de blinddoek niet de verkeerde kant oploopt en niet valt of struikelt (praten en uitleggen, begeleiden van interacties tussen kinderen)!

Maak tweetallen. Doe het ene kind een blinddoek om. Laat nu het eerste tweetal beginnen. Is het eerste tweetal een veilig eind op weg? Dan mag het tweede tweetal beginnen. Zorg er op die manier voor dat er voldoende ruimte tussen de tweetallen is. 

Is het eerste tweetal aan het eind van het parcours gekomen? Doe dan het andere kind de blinddoek om. Nu mag dat kind het parcours geblinddoekt lopen!

Zorg ervoor dat de kinderen je uitleg goed kunnen verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen)?

Spelbegeleiding

Moedig de kinderen aan. Stimuleer het geblinddoekte kind verder te lopen ‘Goed zo, Enid, je gaat helemaal goed!’ en het andere kind te helpen ‘Heel goed, Justin, draai Enid maar een beetje, ze moet een beetje meer naar rechts!’ (sensitieve responsiviteit, begeleiden van interactie tussen kinderen). Laat de kinderen verder zoveel mogelijk zelfstandig het parcours lopen (respect voor autonomie). Houd alleen in de gaten dat de kinderen zich niet bezeren (structureren en grenzen stellen)!

Afsluiting

Hebben alle kinderen een keer geblinddoekt het parcours gelopen? Dan is de activiteit afgelopen. Of mogen de kinderen nog een keer? Spreek duidelijk af wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen).

Bespreek de activiteit nog even na met de kinderen. Vonden ze het leuk om een parcours te lopen? Vonden ze het moeilijk met een blinddoek om? En was het moeilijk om het andere kind te helpen (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen)? Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Doe dit spel bij voorkeur buiten; dan kun je een lekker groot parcours uitzetten. Je kunt buiten ook speeltoestellen in het parcours betrekken. Doe je het spel binnen, doe het dan in een speellokaal.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Voor elk tweetal een blinddoek.
  • Hindernissen voor in het parcours: een bank, een mand met een bal, een klimrek, een wipwap of een kast.
  • Eventueel pylonen of linten om aan te geven hoe het parcours loopt.

Omgang met risico’s

Let erop dat de kinderen zich niet bezeren tijdens het parcours. Zorg voor voldoende ruimte tussen de verschillende tweetallen; dan kun je goed overzicht houden.

Sommige kinderen vinden het misschien eng om een blinddoek om te doen. Laat eerst tweetallen aan de beurt die wél met een blinddoek om durven te lopen. Dan zien de kinderen dat er niets ergs kan gebeuren. Durft een kind echt niet? Forceer het dan niet. Laat hem dan alleen een ander kind begeleiden, of laat hem zonder blinddoek het parcours lopen (respect voor autonomie).

Ontwikkeling

De kinderen moeten goed onthouden hoe het parcours loopt. Daarnaast moeten ze inschatten welke ‘gevaren’ het geblinddoekte kind tegenkomt. Ze moeten daarvoor anticiperen op wat het geblinddoekte kind doet (cognitieve ontwikkeling). Daarnaast moeten ze op tijd ingrijpen. Bijvoorbeeld door het andere kind zachtjes bij te sturen, of tegen te houden (motorische ontwikkeling). De kinderen werken samen tijdens deze activiteit (sociale ontwikkeling); ze moeten erop vertrouwen dat de ander hen goed naar de overkant begeleidt. Hiervoor moeten de kinderen zich over durven geven (emotionele ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook met een grote groep doen. Het parcours blijf je echter in tweetallen lopen. Anders wordt het te onoverzichtelijk voor de kleuters.

Materiaalgebruik:

- Is het mooi weer? Dan kun je wellicht ook water toevoegen aan het parcours. De kinderen kunnen bijvoorbeeld door een badje met water lopen. Of ze kunnen geblinddoekt met een waterpistool ergens op schieten.

- Ook de zandbak kun je in het parcours betrekken.

- Willen kinderen geen blinddoek om? Ze kunnen het parcours ook met hun ogen dicht lopen.

Spelvariatie:

- Je kunt de kleuters het parcours ook een keer laten lopen zonder een blinddoek. Eventueel kun je de tijden bijhouden: wie is er het snelste aan de overkant?

- Je kunt ook een parcours uitzetten op onbekend terrein. Bijvoorbeeld op het strand, of in een bos.

- Wil je het spel moeilijker maken? Je kunt afspreken dat de begeleider het andere kind niet aan mag raken, maar dat hij alleen met zijn stem de ander mag begeleiden (zie ook de variatie bij leeftijd 9-12 jaar).

- Je kunt de kinderen ook zelf een parcours uit laten zetten. Controleer het parcours wel even op gevaarlijke situaties!

- Je kunt een wedstrijdelement toevoegen (voor oudere kinderen) door elk tweetal te klokken. Welk tweetal legt het snelste het parcours af?

Leeftijd:

Je kunt dit spel ook met oudere kinderen doen:

- 7-9 jaar: Deze kinderen kunnen een moeilijker parcours afleggen (ontwikkelingsstimulering).

- 10-12 jaar: Deze kinderen kunnen een moeilijker parcours afleggen. Ze moeten bijvoorbeeld een stukje lopen met een ei op een lepel. Je kunt daarnaast afspreken dat de kinderen elkaar niet aan mogen raken, maar dat ze alleen met hun stem de ander mogen begeleiden. Dat is nog moeilijker (ontwikkelingsstimulering)!

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Cognitieve ontwikkeling

Spelgebied: Sport en spel

Locatie: Buiten

Groepsgrootte: 2 - 10 kinderen

Leeftijd: 4 - 6 jaar

Door: SamenspelopdeBSO