Activiteit

Hoorspel van een sprookje

Vooraf

Zoek een sprookje uit dat de kinderen aanspreekt. Je kunt een sprookje kiezen dat aansluit bij een thema waarmee je op dat moment werkt. Hoe langer het sprookje duurt, hoe meer geluiden erin voor kunnen komen. En dus, hoe moeilijker de activiteit wordt. Zoek daarom een sprookje uit dat aansluit bij de mogelijkheden van de groep.

Bedenk vast welke geluiden voorkomen in het sprookje, en zet hiervoor zo mogelijk spullen klaar.

Speluitleg

Vertel de kinderen dat ze een hoorspel gaan maken. Vertel dat er vroeger, toen er nog (bijna) geen tv was, vaak hoorspelen op de radio waren. De mensen luisterden naar een verhaal. Bij het verhaal hoorden geluiden. Bijvoorbeeld windgeluiden als het hard waaide in het verhaal of het geluid van een deurbel als iemand aanbelde (praten en uitleggen).

Vertel dat de kinderen samen met jou een hoorspel gaan maken van een sprookje. De kinderen gaan de geluiden maken die in het sprookje voorkomen. Vertel welk sprookje je uitgekozen hebt. Vertel tot slot wat jullie gaan doen als het hoorspel klaar is. Gaan jullie het verhaal laten horen aan een andere groep? Of aan de ouders (structureren en grenzen stellen)?

Zorg ervoor dat de kinderen je uitleg goed kunnen verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen)?

Spelbegeleiding

Lees het sprookje voor. Stop met lezen bij elk stukje waar een geluid in voorkomt. Bedenk samen met de kinderen hoe ze dat geluid kunnen maken. Welk voorwerp hebben ze nodig? Schrijf op wat jullie ideeën zijn. Heb je het hele verhaal voorgelezen? Verdeel dan de geluiden over de kinderen. Laat de kinderen alleen of in tweetallen op zoek gaan naar een voorwerp dat ‘hun’ geluid maakt (ontwikkelingsstimulering). Komen de kinderen er niet uit? Vraag eerst of een ander kind of tweetal kan helpen. Lukt het dan nog niet? Bewaar het geluid voor het eind, en laat de kinderen op zoek gaan naar voorwerpen voor een ander geluid. Zijn de meeste voorwerpen voor geluiden verzameld? Kom dan met de groep bij elkaar. De kinderen mogen hun geluiden laten horen. Complimenteer de kinderen met hun vondsten: ‘Wat goed gevonden! Dat is precies het geluid van een piepende deur!’ (sensitieve responsiviteit). Bedenk samen een oplossing voor de geluiden die nog niet gelukt zijn. Sommige geluiden kunnen de kinderen misschien buiten opnemen. Bijvoorbeeld het geluid van een rijdende auto, of het geluid van een sirene. Hierbij kunnen de kinderen een MP3- of CD-speler gebruiken (ontwikkelingsstimulering). Zijn alle geluiden ‘verzameld’? Oefen dan het hele verhaal met de kinderen. Lees het verhaal voor en laat de kinderen op tijd hun geluiden maken. ‘Het wordt een heel spannend sprookje (sensitieve responsiviteit)’!

Afsluiting

Geef op tijd aan wanneer de kinderen op moeten houden. Je kunt eventueel afspreken wanneer de kinderen weer verder gaan werken aan het hoorspel (structureren en grenzen stellen).

Is het hoorspel helemaal klaar? Laat de kinderen de voorwerpen die ze gebruikt hebben weer opruimen.

Bespreek de activiteit na met de kinderen. Vonden ze het leuk om een hoorspel te maken? Was het moeilijk om precies op tijd de geluiden te laten horen (sensitieve responsiviteit)? Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

 

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Doe dit spel binnen. Zorg dat er weinig omgevingsgeluid is, anders kunnen de kinderen de geluiden niet goed horen.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Een sprookje uit een sprookjesboek.
  • Voorwerpen die geluid maken: een rammelende sleutelbos, paperclips die tegen elkaar tikken, een bak met potloden, een stuiterende bal, een kam, een papiertje dat gescheurd wordt, een ballon die opgeblazen wordt, water dat in een bakje gegoten wordt of geritsel van een boterhamzakje.
  • Eventueel een MP3-speler of een CD-speler om buitengeluiden op te nemen.
  • Pen en papier om op te schrijven welke geluiden de kinderen moeten laten horen.

Omgang met risico’s

Deze activiteit duurt best lang. Als de kinderen afgeleid raken, of het niet meer leuk vinden, kun je afspreken wanneer jullie verder gaan met het hoorspel.

Ontwikkeling

De kinderen luisteren naar een sprookje en maken er geluiden bij met voorwerpen. Ze moeten daarvoor goed luisteren naar het verhaal (taalontwikkeling). Daarnaast moeten ze goed samenwerken bij deze activiteit. De kinderen doen tijdens deze activiteit een beroep om hun vindingrijkheid om geluiden na te doen (creatieve ontwikkeling). Ze zijn stil als dat nodig is om de geluiden goed te kunnen horen, ze bespreken de geluiden gezamenlijk na en ze helpen elkaar om geluiden te maken (sociale ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook in tweetallen of in een grotere groep doen. Zorg bij een grotere groep voor een goede taakverdeling, zodat iedereen precies weet wat hij moet doen.

Materiaalgebruik:

- De kinderen kunnen naast gebruiksvoorwerpen ook muziekinstrumenten gebruiken om geluiden te maken. Een xylofoon, een trommel, een fluit. Zoek eventueel op internet op hoe je bepaalde geluiden kunt maken.

- Je kunt de kinderen de geluiden ook op laten nemen. Bijvoorbeeld: een voorbijrijdende auto, een sirene, een wc die doorspoelt. De kinderen spelen de geluiden af (bijvoorbeeld vanaf een cd of een MP3-speler) als je het sprookje voorleest.

Spelvariatie:

- Je kunt het hoorspel aan een andere groep laten horen, of aan de ouders. 

- Wil je eerst oefenen met geluiden maken en herkennen? Doe dan eerst activiteit 74 Geluiden herkennen. In activiteit 74 moeten de kinderen een geluid herkennen, bijvoorbeeld het geluid van een papiertje dat doorgescheurd wordt. In deze activiteit gaat het erom waar je geluiden voor kunt ‘gebruiken’. Een bakje rijst dat je overgiet in een ander bakje, klinkt bijvoorbeeld als regen. Om activiteit 74 meer aan te laten sluiten op deze activiteit (96) kunnen de kinderen bij de geluiden een andere vraag stellen. Dus, als een kind een bakje rijst overgiet in een ander bakje vraagt hij niet: ‘Wat hoor je?’, maar ‘Wat wil ik met dit geluid laten horen?’. Als de kinderen het niet raden, lijkt het geluid er dus niet op en moet het kind wat anders zoeken.

- Je kunt een keer samen met de kinderen op pad gaan met een MP3- of CD-speler om buitengeluiden op te nemen.

- Je kunt ook het hele hoorspel opnemen op een bandje of cd. Zowel het voorlezen als de geluiden die de kinderen erbij maken. Leuk om het sprookje een keer met zijn allen terug te luisteren!

Leeftijd:

Je kunt deze activiteit ook met jongere of oudere kinderen doen.

- 4-6 jaar: Laat de kinderen van deze leeftijd de geluiden maken bij het sprookje. Kies een kort sprookje uit dat niet te moeilijk is. 

- 10-12 jaar: De oudste kinderen kunnen zelf op zoek gaan naar moeilijkere geluiden, of ze kunnen zelf geluiden maken. Bijvoorbeeld; in een bak met grind stappen (voetstappen op het grindpad) of twee houtjes tegen elkaar slaan (voetstappen), klakken met je tong (geluid van een paard) of zelf geluiden nadoen (miauwen, wind maken door te wapperen met een doek) (Ontwikkelingsstimulering). De oudere kinderen kunnen tot slot ook (delen van) het verhaal zelf voorlezen. Zo kan iemand de tekst van een heks voorlezen met een krakende stem. En iemand anders kan de tekst van de prins of prinses voorlezen.

Achtergrondinformatie

Bron: Activiteit ‘Geluiden herkennen’ (op pag. 58) van het boek 100 Ontspannings- en concentratiespelen door Rosemarie Portmann en Elisabeth Schneider. Katwijk, Panta Rhei.

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Taal ontwikkeling

Spelgebied: Cultuur en maatschappij

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 2 - 40 kinderen

Leeftijd: 7 - 9 jaar

Door: SamenspelopdeBSO