Activiteit

Wat is onze verandering?

Vooraf

Zet de stoelen in een kring. 

Deze activiteit duurt 30 minuten, of zolang de kinderen het leuk vinden.

Speluitleg

Ga met de kinderen in de kring zitten. De kinderen gaan samen een spel doen. Vertel dat één kind straks naar de gang of naar een andere ruimte gaat. Terwijl dat kind op de gang is bedenken de andere kinderen voor zichzelf een verandering. Het is de bedoeling dat iedereen dezelfde verandering heeft. Bijvoorbeeld een verandering naar links! Iedereen is zijn linkerbuurman of -buurvrouw. De kinderen mogen in een paar minuten alles te weten komen over de persoon die ze straks worden. Hoe heet hun linkerbuurman of -buurvrouw, hoe oud is hij, waar woont hij, heeft hij broers of zussen, waar zit hij op school, etcetera. Weten de kinderen genoeg over hun linkerbuurman of –buurvrouw? Dan mag het kind op de gang weer naar binnen komen (praten en uitleggen).

Het kind dat op de gang geweest is moet er achterkomen welke verandering de andere kinderen ondergaan hebben. Hij mag iedereen vragen stellen. Weet het kind wat de verandering is? Dan mag een ander kind naar de gang. De kinderen kunnen dan een andere verandering bedenken. Bijvoorbeeld: iedereen is het kind dat de ruimte uit is. Of iedereen krabbelt aan zijn oor als hij antwoord geeft. Of niemand mag het verboden woord ‘ik’ of ‘ja’, of ‘nee’ zeggen.

Vertel dat de kinderen het spel zelf kunnen spelen.

Zorg ervoor dat de kinderen je uitleg goed kunnen verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen)? Wie durft er nu als eerste naar de gang te gaan (respect voor autonomie)?

Spelbegeleiding

Laat de kinderen zelfstandig het spel spelen (respect voor autonomie). Houd in het begin in de gaten of het spel goed verloopt. Speel eventueel het eerste spel mee met de kinderen. Complimenteer de kinderen en stimuleer hen om verder te gaan ‘Wat knap van jou dat je zo snel raadde wat de verandering was, Serina! Wie gaat nu raden welke verandering de andere kinderen hebben?’ (sensitieve responsiviteit).

Komt een kind er niet achter wat de verandering is? Vraag of de andere kinderen een aanwijzing willen geven (begeleiden van interacties tussen kinderen).

Afsluiting

Vertel op tijd wanneer de activiteit afgelopen is (structureren en grenzen stellen). Bespreek het spel kort na met de kinderen. Vonden de kinderen het een leuk spel? Welke veranderingen hebben ze verzonnen? Werd elke verandering geraden? (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen). Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor het gebruik van de ruimte

De kinderen kunnen deze activiteit zowel binnen als buiten doen. Doe je de activiteit buiten? Dan moet het kind dat even buiten de groep gaat wel genoeg afstand nemen van de groep. Hij mag niet horen welke verandering de kinderen afspreken!

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Stoelen om in een kring te zetten.

Ontwikkeling

De kinderen moeten goed samenwerken tijdens deze activiteit. Ze spreken af welke verandering ze hebben, en bereiden zich daar op voor. Daarnaast bepalen ze gezamenlijk wie de verandering mag raden, en op welke manier ze dit kind antwoord gaan geven (sociale ontwikkeling).

Per spel gaat een kind een paar minuten naar een andere ruimte. Dat moet het kind wel durven! Daarnaast moet het kind vragen durven stellen aan de andere kinderen als hij terug mag komen. Raadt hij welke verandering de andere kinderen hebben? Kortom, tijdens deze activiteit ontwikkelt het kind zijn durf, zelfvertrouwen en zijn vermogen om tegen zijn verlies (als hij niet raadt wat de verandering is) te kunnen (emotionele ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt dit spel ook in een grote groep spelen.

Materiaalgebruik:

De kinderen kunnen verkleedspullen of attributen gebruiken bij de verandering die ze afspreken. Bijvoorbeeld: alle jongens doen een ‘meisjeskledingstuk’ aan, en alle meisjes een ‘jongenskledingstuk’.

Spelvariatie:

De ‘veranderingen’ kunnen ook te maken hebben met de verschillende ontwikkelingsgebieden. Zo kunnen de kinderen de verandering hebben dat ze steeds nee-schudden als het ja is, en ja-schudden als het nee is (Ontwikkelingsgebied Motoriek). De kinderen kunnen in hun antwoorden ook steeds een gevoel verwerken: ‘Hoe heet jij?’ ‘Ik vind dat ik een hele mooie naam heb: ik heet Kelim’. Of: ‘Waar woon je?’ ‘Oh, ik vind het heel fijn dat ik dat mag zeggen; ik woon in Dordrecht (Ontwikkelingsgebied Emotioneel). Of de kinderen kunnen in plaats van ‘u’ steeds ‘oe’ zeggen: ‘Heb je een zus?’ Nee, ik heb geen zoes. Ik heb wel een broer’ (Ontwikkelingsgebied Taal).

Leeftijd:

Je kunt dit spel ook spelen met kinderen van 6 tot 8 jaar. Begeleid hen in het begin iets meer, tot ook zij het spel goed begrijpen. Eventueel kun je ook helpen om een geschikte nieuwe verandering te bedenken.

Achtergrondinformatie

Deze activiteit is gebaseerd op het spel Welke verandering uit het boek Vakantiespelletjes door M. I. Bos (Utrecht: Het Spectrum BV, 1988.)

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Emotionele ontwikkeling

Spelgebied: Sport en spel

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 4 - 12 kinderen

Leeftijd: 9 - 12 jaar

Door: SamenspelopdeBSO