Activiteit

Rara wie ben ik?

Vooraf

Met deze activiteit kun je de kinderen op een speelse manier met elkaar kennis laten maken.

Schrijf een beschrijving van jezelf op waarin je je voorstelt. Vermeld daarin bijvoorbeeld of je een man of vrouw bent (jongen of meisje), waar je woont, wat je lievelingsgerecht is, op welke sport je zit en wat je leuk vindt om te doen. Zet daarna de stoelen in een kring. Deze activiteit duurt ongeveer 30 minuten.

Speluitleg

Leg de activiteit kort uit. Vertel dat elk kind een beschrijving van zichzelf mag maken, zonder hun naam erbij te zetten! Lees je eigen voorbeeld voor. Vertel dat de kinderen ook zo’n beschrijving mogen maken van zichzelf. Vertel dat jij alle beschrijvingen krijgt, en ze door elkaar schudt. Daarna mogen de kinderen om de beurt een beschrijving voorlezen, die jij willekeurig aan ze uit deelt. De andere kinderen mogen raden over wie de beschrijving gaat (structureren en grenzen stellen). Als iedereen het eens is (begeleiden interacties tussen kinderen), mag het kind dat aangewezen wordt zeggen of het klopt. Is het zijn beschrijving? Wat hebben de kinderen dat goed geraden (sensitieve responsiviteit)! Klopt het niet? Leg de beschrijving dan onderop de stapel en ga verder met de volgende beschrijving.

Ga zo met alle beschrijvingen te werk. Totdat iedereen aan de beurt is geweest.

Zorg ervoor dat alle kinderen je uitleg goed kunnen verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is? (Structureren en grenzen stellen).

Spelbegeleiding

Laat de kinderen zoveel mogelijk zelfstandig een beschrijving maken van zichzelf (Respect voor autonomie). Benadruk dat ze niet hun naam erbij mogen zetten! Help kinderen een beetje op weg als ze vastlopen met hun beschrijving (sensitieve responsiviteit).

Afsluiting

Heb je de laatste beschrijving in je hand? Vertel dan dat de activiteit bijna klaar is (structureren en grenzen stellen).

Bespreek de activiteit eventueel na met de kinderen: vonden de kinderen het spel leuk? Weten de kinderen nu meer van elkaar? (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen). Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Ruim de stoelen weer op met de kinderen.

Omgang met risico’s

-

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Je kunt dit spel zowel binnen als buiten spelen. Doe je het spel binnen? Zorg dan voor genoeg stoelen of banken. Als je het spel buiten speelt, kun je ook met zijn allen in een kring op de grond gaan zitten.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Pen en papier voor de beschrijvingen.

Ontwikkeling

De kinderen oefenen tijdens deze activiteit zowel hun schriftelijke als hun mondelinge taalvaardigheid. Ze beschrijven wie ze zijn, en ze bespreken met elkaar over wie een beschrijving gaat (taalontwikkeling).

Het opstellen van een beschrijving zal niet veel problemen opleveren voor deze leeftijdsgroep. Wel vinden kinderen het wellicht lastig om te bedenken wát ze over zichzelf moeten opschrijven. Stimuleer de kinderen om eens wat anders over zichzelf te vertellen. Bijvoorbeeld hun favoriete vakantieland, hun lievelingskleur of hun vaste stopwoordje. Ze kunnen ook vertellen of ze best wel verlegen zijn, of juist een enorme kletskous. Maar ze kunnen vast nog meer dingen verzinnen die ze over zichzelf kunnen vertellen (respect voor autonomie, ontwikkelingsstimulering)! Complimenteer de kinderen met hun beschrijvingen, en met hun goede overleg (sensitieve responsiviteit, begeleiden interacties tussen kinderen).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook met een wat kleinere groep doen.

Spelvariatie:

- Je kunt de kinderen ook elkaar laten beschrijven. Kennen de kinderen elkaar nog niet zo goed? Dan gaat de beschrijving vooral over het uiterlijk. Maar misschien kunnen de kinderen ook wel bedenken of de ander verlegen is, een kletskous, een rustig of een druk iemand, et cetera. Zorg er wel voor dat de beschrijvingen aardig zijn; de kinderen mogen geen onaardige dingen over elkaar opschrijven!

- Je kunt de kinderen ook in twee groepen verdelen en de groepen even in twee aparte ruimtes laten. Daar mogen de kinderen van elke groep elkaar in tweetallen interviewen. Door vragen te stellen komen ze te weten wie de ander is. Daarna komen alle kinderen weer bij elkaar en mogen de kinderen om de beurt iets vertellen over het kind dat ze geïnterviewd hebben. Raden de kinderen uit de andere groep over wie het gaat?

- Je kunt de kinderen ook vragen een voorwerp uit te zoeken dat bij hen past. Kunnen ze zichzelf aan de hand van dit voorwerp beschrijven?

Leeftijd:

- Kinderen op deze leeftijd kunnen heel goed een beschrijving maken van zichzelf of van een ander. Zorg er wel voor dat de sfeer goed blijft. Benadruk dat er alleen positieve dingen gezegd mogen worden. Zorg ervoor dat ook je eigen vragen alleen positief zijn (ontwikkelingsstimulering). De bedoeling is dat iedereen op een prettige manier met elkaar kennismaakt!

- Je kunt deze activiteit ook met jongere kinderen doen. Je kunt ervoor kiezen om de kinderen dan iets over een ander kind te laten vertellen.

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Taal ontwikkeling

Spelgebied: Sport en spel

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 10 - 40 kinderen

Leeftijd: 9 - 12 jaar

Door: SamenspelopdeBSO