Activiteit

Een gezicht met emoties

Vooraf

Teken de omtrek van een hoofd op een vel papier. Je kunt een mannenhoofd tekenen en een vrouwenhoofd. Dan kan het kind kiezen.

Speluitleg

Leg de activiteit uit. Vandaag mag het kind een gezicht maken. Laat de voorgetekende vellen papier zien. Wil het kind een man of een vrouw maken (respect voor autonomie)? Vertel dat het kind het gezicht een bepaalde emotie moet geven. Hij moet zorgen dat het gezicht blij, boos, verdrietig of bang kijkt. Wanneer is het kind eigenlijk boos, blij, verdrietig of bang? Bespreek kort met het kind wanneer je verschillende emoties hebt. Probeer samen met het kind voorbeelden van situaties te bedenken. Kan het kind voordoen hoe je kijkt als je blij bent? En als je boos, verdrietig of bang bent? Laat zelf ook de betreffende gezichtsuitdrukkingen zien (praten en uitleggen, ontwikkelingsstimulering). Complimenteer het kind met de emotie die hij laat zien: ‘Wat kun jij goed verdrietig kijken, Koen!’ (Sensitieve responsiviteit).

Pak de tijdschriften erbij en vertel dat het kind uit oude tijdschriften monden, neuzen en ogen mag knippen of scheuren. Die mag hij op het gezicht plakken. Wil het kind een blij gezicht maken? Dan moet hij op zoek gaan naar een blije mond. En voor een boos gezicht moet hij zoeken naar een boze mond. Het kind kan de mond natuurlijk ook zelf een beetje bijscheuren. Tot hij een boze vorm krijgt… (praten en uitleggen, respect voor autonomie).

Zorg ervoor dat het kind je uitleg goed kan verstaan. Begrijpt hij wat de bedoeling is (Structureren en grenzen stellen)?

Spelbegeleiding

Pak het vel met het gezicht erbij. Welke emotie wil het kind op het gezicht laten zien? Moet het gezicht boos, blij, verdrietig of bang kijken? Waarom is de figuur boos, blij, verdrietig of bang (praten en uitleggen, respect voor autonomie)? Laat het kind vervolgens lekker aan de slag gaan. Help het kind zo nodig monden, neuzen en ogen zoeken in de tijdschriften. Zorg wel dat het kind de leidende rol heeft. Hij bepaalt welke emotie hij wil geven aan het gezicht (respect voor autonomie)! Het kind mag delen van gezichten uit de tijdschriften knippen of scheuren. Daarna mag hij ze op het gezicht op het papier plakken (ontwikkelingsstimulering). Complimenteer het kind regelmatig tijdens de activiteit. ‘Wat heb je een goede vrolijke mond gevonden, Sem!’ (sensitieve responsiviteit).

Afsluiting

Is het tijd om ermee op te houden, maar is het kind nog niet klaar? Spreek dan af wanneer het kind verder mag werken aan zijn plakwerk (structureren en grenzen stellen).Bespreek de activiteit nog even na met het kind. Vond hij het leuk om een gezicht een emotie te geven? Was het moeilijk om monden, neuzen of ogen in tijdschriften te vinden en uit te knippen? (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen). Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat het kind kwijt kan wat hij kwijt wil (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Doe deze activiteit binnen, aan een tafel.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Een tekenvel met daarop de omtrek van een gezicht.
  • Oude tijdschriften waarin het kind mag knippen.
  • Een schaar en lijm.

Omgang met risico’s

Een emotie op een gezicht aanbrengen door stukken uit gezichten te knippen en daarna op te plakken, is moeilijk voor kleuters. Schat je in dat het voor een bepaald kind te lastig is? Laat het kind dan het gezicht inkleuren. Je kunt het kind vragen om de figuur boos, blij, verdrietig of bang af te beelden.

Soms helpt het om samen met het kind een situatie te bedenken waarom de figuur boos, blij, verdrietig of bang is. Bijvoorbeeld omdat de man net gevallen is (verdrietig), omdat de man verloren heeft met voetbal (boos), of omdat de man juist gewonnen heeft (blij)! De emotie gaat zo meer leven voor het kind.

Ontwikkeling

Het kind knipt ogen, monden en neuzen uit tijdschriften, en plakt die op een gezicht (motorische ontwikkeling). Hij geeft het gezicht een bepaalde emotie mee: boos, blij, verdrietig of bang. Hij trekt zelf boze, blije, verdrietige of bange gezichten en bedenkt wanneer hij zelf boos, blij, verdrietig of bang is. Hij bedenkt zelf ook waarom de figuur op zijn tekenvel een bepaalde emotie zou kunnen hebben. Zo kan hij zich iets voorstellen bij de emotie (emotionele ontwikkeling). Hij geeft zijn ideeën vorm in een collage (creatieve ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook met een kleine groep doen.

Materiaalgebruik:

Het kind kan de tekening ook inkleuren met potlood of met stiften. Hij tekent dan de emotie op het gezicht.

Spel:

Het kind kan erbij tekenen waarom de figuur boos, blij, verdrietig of bang is. Bijvoorbeeld een beker (hij heeft gewonnen), of een verband om zijn hand (verdrietig).

Leeftijd:

Je kunt deze activiteit ook met oudere kinderen doen:

- 7-9 jaar: Kinderen van deze leeftijd hoef je iets minder te begeleiden bij deze activiteit. Bespreek kort de opdracht, en laat het kind dan aan de slag gaan. Loop af en toe langs om te kijken of het goed gaat.

- 10-12 jaar: Ook kinderen van deze leeftijd hebben minder begeleiding nodig. Je kunt hen ook andere emoties uit laten beelden: afschuw, haat of liefde. De kinderen kunnen eventueel met meerdere technieken door elkaar werken. Ze kunnen bijvoorbeeld eerst een collage maken en daarna met stift of verf de emotie sterker aanzetten.

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Emotionele ontwikkeling

Spelgebied: Kunst en knutselen

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 1 - 8 kinderen

Leeftijd: 4 - 6 jaar

Door: SamenspelopdeBSO