Activiteit

Geurenmemory

Vooraf

Verzamel tien tot zestien potjes (kokertjes van filmrolletjes, Olvaritpotjes). Vul de potjes met verschillende materialen of voorwerpen uit de keuken die sterk ruiken. Doe steeds in twee potjes dezelfde geur. Bijvoorbeeld een lik pindakaas, citroensap of azijn, gekneusde knoflook, sinaasappelsap, koffie, een aardbei, munt, kaas, yoghurt, een gesnipperde ui.

Zet eventueel een merkteken onder op de potjes met dezelfde geur. Bijvoorbeeld een stip in verschillende kleuren, of een stickertje. Zo ziet de spelleider snel of het kind het goed geraden heeft.

Zet alle potjes met geuren op een tafel neer.

Speluitleg

Vertel het kind dat je een spel gaat spelen: geurenmemory. Kent het kind het spel memory? Dan moet je steeds twee kaartjes met hetzelfde plaatje bij elkaar zoeken. Dit spel werkt hetzelfde. Alleen moet het kind geen kaartjes bij elkaar zoeken, maar geuren van dingen die je kunt eten of drinken. Wie kan vertellen wat een geur is? Geuren zijn dingen die je ruikt, met je neus (praten en uitleggen). Laat het kind de potjes met inhoud zien. Vertel dat er steeds in twee potjes hetzelfde geurtje zit. Vertel dat het kind een blinddoek om krijgt en dan mag ruiken aan de potjes. Als hij twee dezelfde dingen ruikt, mag hij het zeggen. Dan controleer je of het goed is. Als het goed is, haal je die potjes weg. Net zo lang tot alle potjes op zijn (praten en uitleggen)!

Zorg ervoor dat het kind je uitleg goed verstaat. Begrijpt hij wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen)?

Spelbegeleiding

Het kind mag nu het spel gaan spelen. Complimenteer het kind regelmatig. ‘Wat kun jij goed ruiken zeg!’ (sensitieve responsiviteit). Vraag het kind of hij ook weet wat hij ruikt (ontwikkelingsstimulering)? ‘Dat is wel heel erg knap!’

Als je dit spel met een individueel kind doet, blijf je het spel begeleiden. Je kunt het spel ook in tweetallen spelen (zie variatiemogelijkheden). In dat geval kun je het spel uitleggen, en daarna zelfstandig laten spelen.

Afsluiting

Zijn de potjes bijna op? Geef dat op tijd aan. Zo weet het kind dat er bijvoorbeeld nog maar twee potjes staan (structureren en grenzen stellen). Doe het kind daarna zijn blinddoek af.

Bespreek de activiteit even na met het kind. Vond het kind het een leuk spel (sensitieve responsiviteit)? Was het moeilijk om de verschillende geuren te ruiken, of juist gemakkelijk? Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat het kind kwijt kan wat hij kwijt wil (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Doe dit spel binnen of buiten aan een tafel.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Tien tot zestien (gemerkte) potjes (kokertjes van filmrolletjes, Olvaritpotjes) met verschillende materialen of voorwerpen die sterk ruiken: pindakaas, citroensap of azijn, gekneusde knoflook, sinaasappelsap, koffie, een aardbei, munt, kaas, yoghurt, een gesnipperde ui.
  • Stiften of stickertjes om de potjes te merken.
  • Een blinddoek.

Omgang met risico’s

Sommige kinderen zullen het een beetje eng vinden om een blinddoek om te doen. Ze hebben misschien het gevoel dat ze dan geen controle meer hebben over de situatie. Bind zelf de blinddoek voor en doe voor wat de bedoeling is. Dan ziet het kind dat het niet eng is.

Wil het kind toch geen blinddoek om? Dan kan hij het spel ook spelen met zijn ogen dicht. Of je kunt papiertjes om de potjes plakken en een papiertje met gaatjes over de bovenkant van het potje plakken. Zo kan het kind niet zien wat er in het potje zit.

Ontwikkeling

Het kind ontdekt spelenderwijs hoe verschillende etenswaren ruiken. Om erachter te komen of het dezelfde geuren zijn, moet het kind de geuren analyseren en met elkaar vergelijken. Het ene potje ruikt een beetje zuur, het andere potje een beetje zoet; het kind benoemt de geuren (cognitieve ontwikkeling). Daarnaast probeert het kind de geuren te benoemen (taalontwikkeling).

Analyseren en vergelijken zijn moeilijke vaardigheden voor deze leeftijdsgroep. Zeker als het om het analyseren en vergelijken van geuren gaat! Maak het spel dan ook niet te resultaatgericht; zorg dat het een leuk spelletje blijft voor het kind. Complimenteer het regelmatig met zijn bevindingen. ‘Wat heb je dat goed geroken’ (sensitieve responsiviteit)!

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook in tweetallen of in kleine groepen doen. Laat dan om de beurt een kind raden en benoem een spelleider. Wissel daarna de rollen om.

Materiaalgebruik:-

- Je kunt ook stukjes fruit in de potjes doen. Dit is moeilijker; dit kun je misschien doen bij de leeftijdsgroep 9-12 jaar.

- In plaats van etensgeuren, kun je ook andere voorwerpen die ruiken in de potjes doen. Bijvoorbeeld een stukje zeep, een stukje hout, wasmiddel.

- Wil je het spel zonder blinddoek spelen? Plak dan de potjes af zodat het kind niet kan zien wat er in de potjes zit. Bedek ook de bovenkant van het potje met een papiertje met gaatjes erin. Je moet de geur nog wel goed kunnen ruiken!

Spel:

Je kunt ook een geluidenmemory maken. Doe dan verschillende dingen die geluid maken in de potjes. Bijvoorbeeld rijst, water, meel, hagelslag, macaroni of pasta of stukjes ontbijtkoek (zie activiteit 7).

Leeftijd:

Je kunt deze activiteit ook met oudere kinderen doen. Zowel met kinderen van 7-9 jaar als met kinderen van 10-12 jaar.

- 7-9 jaar: Ga op dezelfde manier te werk als bij de 4-6-jarigen.

- 10-12 jaar: De oudste kinderen kun je ook zelf de potjes laten vullen. Daarvoor moeten ze in de keuken op zoek gaan naar dingen die sterk ruiken (respect voor autonomie). Daarnaast kun je voor oudere kinderen moeilijkere geuren in de potjes doen (ontwikkelingsstimulering). Bijvoorbeeld stukjes van verschillende soorten fruit.

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Cognitieve ontwikkeling

Spelgebied: Koken

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 1 - 4 kinderen

Leeftijd: 4 - 6 jaar

Door: SamenspelopdeBSO