Activiteit

Frisbee mikken

Vooraf

Teken een schietschijf met 3 ringen op de grond met daarin een puntentelling variërend van 50 in het midden, 10 in de ring daar omheen en 5 in de buitenste ring. Teken vervolgens een lijn van waarachter gegooid moet worden. Geef het kind een eierwekker, pen en papier om de score bij te houden.

Speluitleg

Wijs het kind op de schietschijf. Weet het kind wat dat is? Leg uit wat de bedoeling is. Het kind gooit vanachter de lijn de frisbee naar de schietschijf en probeert deze in de roos te krijgen. Probeer binnen 5 minuten zoveel mogelijk punten te behalen. Als de schijf op 2 ringen komt, spreek dan af welke ring geldig is, bijvoorbeeld de ring waar het grootste deel van de frisbee in ligt, of de ring waar het midden van de frisbee in ligt (praten en uitleggen, respect voor autonomie).

Spelbegeleiding

Oefen met het kind een paar keer het werpen (door bijvoorbeeld samen over te gooien) zodat het kind leert richten naar de roos en niet in het wilde weg gaat gooien (ontwikkelingsstimulering). Let op de veiligheid. Geef de grenzen aan van in welke richting het kind mag werpen. Kijk het even aan als het kind begint en wijs er op waarom je deze regels stelt, zodat het kind er zelf op kan letten (structureren en grenzen stellen, respect voor autonomie).Na een paar keer oefenen kan het kind beginnen met een zo hoog mogelijke score te behalen. Kijk zelf af en toe hoe het gaat om later het kind te kunnen complimenteren hoe goed het ging en wat het kind zo goed kon. Dit kan bijvoorbeeld de werptechniek, snelheid, hoge scores of het doorzettingsvermogen zijn (sensitieve responsiviteit).  

Afsluiting

Het spel is afgelopen als het kind er genoeg van heeft, of als er wat anders gedaan moet worden. Indien de leiding bepaalt dat het spel moet stoppen, geef dit dan voldoende van tevoren aan door bijvoorbeeld te zeggen dat dit de laatste 5 minuten zijn (structureren en grenzen stellen, respect voor autonomie). Laat het kind de materialen opruimen. Bespreek het spel nog even na: wat vond het kind leuk en wat minder leuk? Wat ging er goed en wat minder goed? Gebruik hierbij wat je gezien hebt tijdens het spel (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen). Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat het kind kwijt kan wat het kwijt wil (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor het gebruik van de ruimte

Mogelijke grootte van de schietschijf: de roos iets groter dan de frisbee, tussen de volgende ringen kan de grootte van de frisbee als tussenruimte genomen worden. Neem als werpafstand ongeveer 4 á 5 meter. Deze maten kunnen aangepast worden aan de motorische vaardigheden van het kind. Zorg er bij het tekenen van de schietschijf en de werplijn voor dat het kind voldoende ruimte heeft om te gooien en ook om wel eens mis te gooien. Let daarbij op mogelijke gevaren als bijvoorbeeld ramen of andere kinderen die in de buurt spelen.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd: een eierwekker, pen, papier en krijt. De schietschijf kan ook door het kind zelf getekend worden als het kind het een keer gezien heeft. Geef daarbij wel aanwijzingen waar de ring getekend mag worden en van waar gegooid kan worden in verband met de veiligheid.

Omgang met risico’s

Zorg er voor dat er voldoende ruimte is en dat de aangooirichting zo is dat er ook ruim misgegooid kan worden.

Ontwikkeling

Met deze activiteit oefenen kinderen hun motoriek (motorische ontwikkeling). Het kost enige vaardigheid om de frisbee weg te werpen en deze daarbij ook nog eens de juiste richting en snelheid te geven. Daarbij wordt er ook enige prestatie gevraagd. Zeker als het kind nog niet zo geoefend is in het frisbee werpen, zal het enige moeite kosten. Indien het niet goed genoeg lukt kan dit teleurstellend werken, zeker als andere kinderen zich hier ook mee bemoeien (emotionele ontwikkeling). Moedig het kind aan om goed te oefenen, maar zorg dat het ook vorderingen maakt en resultaten haalt (sensitieve responsiviteit). Dit kan eventueel door de schietschijf te vergroten (teken er een grotere ring omheen en pas de puntentelling aan) of verklein de werpafstand. Probeer ook de variatiemogelijkheden eens.

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Dit spel kan ook met meerdere kinderen gespeeld worden, waarbij ze iedere keer van beurt wisselen. Bij grote groepen kun je gebruik maken van meerdere schietschijven, of meerdere spelvariaties waarbij de kinderen alle vormen moeten afwerken en zo bijvoorbeeld punten verzamelen. Zorg hierbij voor voldoende ruimte om (mis) te gooien.

Materiaal:

Indien het spel op een grasveld gespeeld wordt, kun je een schietschijf van bijvoorbeeld karton maken.

Spel:

- Schrijf de (beste) scores op en maak er een competitie van tussen de kinderen. Ze hoeven het spel hiervoor niet tegelijkertijd te doen.

- Gebruik in plaats van een schietschijf een ballon of ander voorwerp in een boom, of stapel een aantal onbreekbare voorwerpen (á la blikgooien).

- Zet om de zoveel worpen een flinke stap achteruit.

Leeftijd:

De leeftijdsgroep 7-9 kan het spel ook spelen. Pas de grootte van de schietschijf en de werpafstand aan en oefen eerst het frisbee werpen samen. De motoriek van deze leeftijdsgroep is minder ontwikkeld.

Achtergrondinformatie

Bron: Spelletjes in je eentje – Auteur: Catherine Pauwels – Uitgeverij: Van Goor te Amsterdam (of Piccolo, onderdeel van Uitgeverij Prometheus)– 2002 – ISBN 90 00 03444 2

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Motorische ontwikkeling

Spelgebied: Sport en spel

Locatie: Buiten

Groepsgrootte: 1 - 10 kinderen

Leeftijd: 10 - 12 jaar

Door: SamenspelopdeBSO