Activiteit

Leve het verhaal! - Verhalen laten leven

Vooraf

Bedenk vooraf een verhaal. Dit kan een bestaand verhaal zijn uit een boek of een sprookje. Maar het kan ook een zelfbedacht verhaal zijn, gerelateerd aan een thema bijvoorbeeld. Zorg dat je het verhaal in een verhaallijn zet en dat je het in delen ‘knipt’, zgn. scènes.

Voorbeeld:

Bibi en Obbe gaan op vakantie.

Bestemming uitkiezen – spullen inpakken – vertrek – reis – aankomst.

Bedenk welke rollen je hebt en hoeveel kinderen er nodig zijn voor het spel. Bedenk wat extra rollen voor als er meer kinderen zijn die mee willen doen. Bijvoorbeeld: de tante van… of de hond van… Verzamel wat voorwerpen die het verhaal ondersteunen. Zie ‘materiaal gebruik’.

Speluitleg

Leg de kinderen uit dat ze een verhaal uit gaan spelen. Eerst wordt het verhaal in grote lijnen verteld, zodat de kinderen weten waar het over gaat. Laat de kinderen zich inleven in het verhaal en/of hun rol (praten en uitleggen). Daarna worden de rollen verdeeld. Kinderen kunnen vaak zelf aangeven wat ze wel of niet willen zijn. Kijk bij het verdelen van de rollen ook naar het karakter van een kind. Wat past bij een kind? Of waarmee stimuleer je een kind? (respect voor autonomie,  ontwikkelingsstimulering)

Vervolgens wordt het uitspelen van het verhaal geoefend. De pedagogisch medewerk(st)er vertelt het verhaal zo boeiend mogelijk. Tegelijkertijd worden de kinderen aanwijzingen gegeven wat te doen en te zeggen. Vaak komen kinderen met hun eigen ideeën en fantasieën aan. Geef hiervoor ruimte en integreer de ideeën van de kinderen in het verhaal waar mogelijk (respect voor autonomie).

Na het verhaal geoefend te hebben, wordt er publiek verzameld. Dit kunnen de andere kinderen van de groep zijn, bij meerdere groepen: een andere groep, of de papa’s en mama’s. Als het publiek zit, worden de toneelspelers aangekondigd en komen ze op onder een luid applaus. Opnieuw wordt het verhaal verteld en beelden de kinderen het verhaal uit.

Spelbegeleiding

Met een kleine groep kinderen kan het verhaal onder begeleiding van één persoon gespeeld worden. Wanneer de groep groter is, is een tweede begeleid(st)er handig. De één kan dan het verhaal vertellen en aankondigen, terwijl de ander de kinderen begeleidt.

Neem de kinderen mee in het verhaal en geef hun fantasie de ruimte! (ontwikkelingsstimukering, respect voor autonomie)

Bij het oefenen is het belangrijk dat de kinderen hun rol duidelijk hebben. Dit betekent dat ze soms even moeten wachten, voordat ze iets kunnen doen in het spel. Geef hen dan een plek waar ze kunnen zitten en het spel tóch kunnen volgen. Geef ook aan dat het belangrijk is dat ze die tijd stil moeten zijn. Soms hebben kinderen de neiging, wanneer ze enthousiast zijn, zich te mengen in het spel van een ander. Let hierop (structureren en grenzen stellen).

Afsluiting

Wanneer het toneelspel klaar is, wordt er geapplaudisseerd en maken de toneelspelers een diepe buiging. Een geweldig compliment voor de toneelspelers is natuurlijk op zijn plaats! (sensitieve responsiviteit). Vraag de kinderen naar hoe ze het vonden om toneel te spelen. Voor sommige kinderen is het de eerste keer dat ze voor een publiek ‘optreden’.

Aanwijzingen voor het gebruik van de ruimte

Voor het uitspelen van het verhaal is voldoende ruimte (zgn. podium) nodig, (hangt af van het aantal kinderen). Ook voor het publiek moet ruimte bewaard worden, waar bijvoorbeeld stoelen kunnen staan.

Het toneelspel zal meestal binnen worden gespeeld. Maar een verhaal kan zich ook goed buiten afspelen, bijvoorbeeld als het over een safari gaat of een scoutingavontuur. Je kunt dan attributen mee naar buiten nemen, maar kinderen kunnen ook materialen uit de natuur verzamelen die ze als voorwerpen gebruiken in het spel. Dit hangt af van het soort verhaal dat gespeeld wordt.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigdheden:

  • voldoende ruimte
  • pen en papier
  • voorwerpen die het verhaal ondersteunen. Denk hierbij aan verkleedkleren, decor, maskers, gebruiksvoorwerpen, muziek, etc.
  • stoelen voor het publiek

Omgang met risico's

Aan het uitspelen van een verhaal zitten vrijwel geen risico’s. Maak wel duidelijke afspraken over hoe de attributen en de ruimte te gebruiken.

Ontwikkeling

Kinderen leren een rollenspel te spelen en zich te verplaatsen in een andere situatie. Hierbij horen andere kleren, andere omgeving, andere gewoonten, etc. (spelontwikkeling, sociale ontwikkeling). Er is volop ruimte voor hun eigen ideeën en fantasie (creatieve ontwikkeling). Tijdens het spel moeten kinderen samenwerken en rekening met elkaar houden (sociale ontwikkeling). Omdat kinderen zich in een andere situatie verplaatsen, komen ze een andere omgeving tegen en andere voorwerpen. Afhankelijk van het verhaal kunnen kinderen er veel van opsteken (cognitieve ontwikkeling).

Bijvoorbeeld: Bibi en Obbe kamperen tijdens hun vakantie. Wat komt hier allemaal bij kijken en wat heb je nodig? Een tent, slaapzak, luchtbed en een zaklamp. Hoe werkt een zaklamp?Waar haal je water?

Variatiemogelijkheden

Het uitspelen van een verhaal kan ook goed gedaan worden met oudere kinderen.

7-9 jaar

De kinderen kunnen zelf voorwerpen zoeken die ze willen gebruiken in het toneelspel. De invulling van het uitbeelden van het verhaal kan meer aan de kinderen overgelaten worden. Hierin kunnen ze hun creativiteit en fantasie kwijt.

10-12 jaar

De kinderen kunnen zelf een verhaal bedenken. Ze kunnen rollen bedenken en deze onderling verdelen. Als begeleid(st)er geef je sturing aan het proces door de verhaallijn en zgn. scènes te noteren. Ook kun je aanwijzingen geven. Evt. kan een kind het verhaal zelf vertellen.

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Spel ontwikkeling

Spelgebied: Expressie

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 2 - 10 kinderen

Leeftijd: 4 - 6 jaar

Door: Smaragd