Activiteit

Denkbeeldig doorgeefspel

Vooraf 

Zorg dat je genoeg ruimte hebt zodat de kinderen rond kunnen lopen.

De voorbereiding van deze activiteit duurt ongeveer 5 minuten. De uitvoering van deze activiteit duurt ongeveer 10 minuten.

Speluitleg

Leg de activiteit kort uit. Vertel dat jullie een spel gaan doen. Elk kind mag een voorwerp in gedachte nemen wat hij of zij goed uit kan beelden. Bijvoorbeeld een fietspomp (praten en uitleggen). Wanneer alle kinderen uit de groep een voorwerp in gedachte hebben kan het spel beginnen.

Vertel dat alle kinderen rond moeten gaan lopen in de ruimt en steeds als ze iemand tegen komen uit moeten beelden wat voor (denkbeeldig) voorwerp zei in hun hand hebben (motorische ontwikkeling , creatieve ontwikkeling). Wanneer ze iemand anders tegen komen en hun eigen voorwerp hebben uitgebeeld wisselen ze van voorwerp. Dat wil zeggen: het ene kind gaat verder met het voorwerp van het andere kind, ze ruilen. Vertel de kinderen wat het terrein is waar ze mogen komen en wanneer ze het voorwerp uit moeten beelden. (structureren en grenzen stellen).

Zorg ervoor dat alle kinderen je uitleg goed kunnen verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is? (structureren en grenzen stellen).

Doe een keer voor wat de bedoeling is, zodat elk kind ook kan zien hoe het moet.

Als de kinderen een tijdje hebben uitgebeeld en er genoeg geruild is kan je het spel stoppen en vragen aan iedereen welk voorwerp hij of zij op dat moment heeft. Zou het verandert zijn in vergelijking met waarmee jullie begonnen zijn?

Spelbegeleiding 

De kinderen kunnen zelf verzinnen wat voor voorwerp ze uit willen beelden. Je kan het wel simpeler maken door bijvoorbeeld te zeggen dat het een voorwerp uit de keuken moet zijn (respect voor autonomie). Of een lijst te maken met denkbeeldige voorwerpen. Help de kinderen alleen als dat nodig is.

Merk je aan het begin van de activiteit al dat sommige kinderen het toch een lastige activiteit vinden? Zorg er dan voor dat je heterogene groepjes maakt. Meng daarvoor de kinderen die het moeilijk vinden met kinderen die geen moeite hebben met de activiteit. Zo kunnen de kinderen elkaar helpen, kunnen ze zoveel mogelijk zelfstandig werken en heeft elk groepje toch een succeservaring (begeleiden interacties tussen kinderen, respect voor autonomie, ontwikkelingsstimulering)!

Complimenteer de kinderen tijdens het spel: “Sjors wat beeld jij je voorwerp ontzettend goed uit!” (sensitieve responsiviteit)!

Afsluiting

Is de activiteit bijna afgelopen? Vertel de kinderen hoeveel tijd ze nog hebben om hun voorwerp een paar keer uit te kunnen beelden. Zo kunnen ze deze activiteit goed afronden (structureren en grenzen stellen).

Bespreek de activiteit eventueel na met de kinderen: vonden de kinderen het leuk om zo creatief bezig te zijn? (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen). Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor het gebruik van de ruimte

Je doet deze activiteit bij voorkeur binnen, zodat de kinderen elkaar vaak tegen komen als ze rond gaan lopen. Zorg dat de ruimte wel goed opgeruimd is en er dus geen spullen op de grond liggen.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik 

Benodigd materiaal:

  • Denkbeeldig voorwerpen

  • Lijst met denkbeeldige voorwerpen

Omgang met risico's 

Aan deze activiteit zitten niet veel risico's. Zorg wel dat de ruimte goed opgeruimt is zodat de kinderen zich nergens aan kunnen bezeren en ook niet kunnen struikelen over voorwerpen.

Maak wel duidelijke afspraken met de kinderen over de activiteit, spreek bijvoorbeeld af waar de kinderen in de ruimte wel en waar niet mogen komen (structureren en grenzen stellen).

Ontwikkeling

De kinderen ontwikkelen hun motoriek door met hun lichaam het voorwerp uit te beelden ((fijne) motorische ontwikkeling).

De kinderen ontwikkelen hun creativiteit door het uitbeelden, ze moeten tenslotte zelf verzinnen wat de beste manier is om iets uit te beelden zodat andere het begrijpen (creatieve ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden 

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook in een wat kleinere groep doen.

Materiaalgebruik:

  • Spreek af dat jullie alleen spicfieke voorwerpen uitbeelden (keuken, garage etc.)

  • De voorwerpen kunnen ook dieren zijn, nu moeten de kinderen dieren uitbeelden.

Spelvariatie:

Je kunt variatie aan het spel geven door bijvoorbeeld als voorwerpen dieren te gebruiken. De kinderen moeten nu het dier uitbeelden ( zonder of met geluid)(creatieve ontwikkeling).

Leeftijd:

Je kunt deze activiteit ook met jongere kinderen doen. Je begeleid ze meer en doet bijvoorbeeld mee met de activiteit.

Achtergrondinformatie

Bron:

http://nl.scoutwiki.org/Denkbeeldig_doorgeefspel

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Creatieve ontwikkeling

Spelgebied: Expressie

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 8 - 20 kinderen

Leeftijd: 6 - 12 jaar

Door: Menno