Activiteit

Zinken of drijven

Vooraf

Leg de spullen klaar: een grote (doorzichtige) bak met water en voorwerpen om te laten drijven/zinken. Deze activiteit duurt ongeveer 20 minuten.

Speluitleg

Ga met de kinderen in een kring zitten. Vraag welke kinderen op zwemles zitten. Wat leren de kinderen op zwemles? Zwemmen natuurlijk, maar dan moeten ze eerst kunnen drijven! Vraag of de kinderen weten wat drijven is: plat op het water liggen, zonder dat je naar beneden zinkt (praten en uitleggen). Laat de bak met water zien en een paar voorwerpen die je hebt meegenomen. Vertel de kinderen dat jullie een proefje gaan doen met deze voorwerpen. Wat blijft er drijven in het water, en wat zinkt naar de bodem? De kinderen mogen om de beurt van een voorwerp zeggen of ze denken dat het zinkt of blijft drijven. Daarna mogen ze het uitproberen door het voorwerp in de bak doen. Hadden ze gelijk? (praten en uitleggen). Zorg ervoor dat de kinderen je uitleg goed kunnen verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is? (structureren en grenzen stellen).

Spelbegeleiding

Geef het eerste voorwerp aan een kind. Laat hem vertellen: zal het voorwerp drijven of juist zinken? Wat denken de andere kinderen (begeleiden van interacties tussen kinderen)? Als het kind antwoord heeft gegeven, mag hij het voorwerp in het water laten zakken. Kijk samen met de kinderen wat er gebeurt. Had het kind gelijk, of niet? Waarom drijft of zinkt het voorwerp (praten en uitleggen, ontwikkelingsstimulering)? Geef daarna een ander kind een ander voorwerp. Laat op die manier alle kinderen een keer aan de beurt komen. Vinden ze het nog leuk? Dan kun je nog meer voorwerpen laten drijven of zinken. Anders sluit je de activiteit af. Complimenteer de kinderen tijdens de activiteit voor hun aandacht, en voor hun inschattingen ‘Dat heb je goed gedacht, Ilva, een plastic eendje blijft drijven!’ (sensitieve responsiviteit).  

Afsluiting

Zijn de kinderen klaar? Ruim samen met de kinderen de gebruikte spullen op (structureren en grenzen stellen). Je kunt de kinderen natuurlijk ook nog even met het water en de voorwerpen laten spelen. Bespreek de activiteit na met de kinderen. Vonden ze het leuk om dit proefje te doen? Wat hebben ze geleerd over drijven en zinken? Je kunt uitleggen dat zware voorwerpen zinken, en lichte blijven drijven. En voorwerpen met lucht erin (een bal bijvoorbeeld) blijven ook beter drijven (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen). Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor het gebruik van de ruimte

Doe deze activiteit op een tafel. Leg eventueel een plastic zeil over de tafel. Als de kinderen na de proef zelf nog mogen spelen met de bak en de voorwerpen, kan het een natte bedoening worden! Zet de bak eventueel buiten, of in een ruimte die nat mag worden.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Een grote (doorzichtige bak) met water
  • Verschillende voorwerpen om te laten drijven/zinken: een badeendje, een plastic bal, een steen, een blaadje, een paperclip, een potlood, een lepel, een kurk, een plastic bord.

Omgang met risico's

Van een activiteit met water kunnen kinderen natuurlijk nat worden. Houd hier rekening mee. Bijvoorbeeld door de kinderen vast een trui uit te laten trekken.

Ontwikkeling

De kinderen doen een proefje met voorwerpen: blijven ze drijven op water, of zinken ze? Om de beurt vertellen ze van tevoren wat ze verwachten. Daarna trekken ze een conclusie. Hadden ze gelijk, of niet? (taalontwikkeling, cognitieve ontwikkeling). De kinderen doen de proef in een groepje, ze bespreken met elkaar wat ze denken (sociale ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Deze activiteit kun je ook met tweetallen doen.

Materiaalgebruik:

  • Je kunt deze activiteit ook in de watertafel of in een badje doen. Of buiten, in een waterton.

Spelvariatie:

  • Je kunt de kinderen ook zelf voorwerpen laten zoeken voor de proef. Van welke voorwerpen willen ze weten of ze drijven?

Leeftijd:

Deze activiteit kun je ook met oudere kinderen doen (van 7-9 of van 10-12 jaar). Je kunt een werkblad maken voor de oudere kinderen. Vervolgens kunnen ze zelfstandig (individueel of in tweetallen) voorwerpen laten drijven. Hoe ouder de kinderen zijn, hoe meer je uit kunt leggen over het waarom van het zinken of drijven. Je kunt hen bijvoorbeeld uitleggen dat ook het drijfoppervlak een rol speelt. Hoe groter het oppervlak is van een voorwerp, hoe beter het kan drijven. Daarom kan zelfs een zwaar schip drijven op water!

Achtergrondinformatie

De activiteit is een bewerking van een idee van: (http://www.pangram.nl/portfolio/Drijven%20of%20zinken.pdf bekeken op 10-12-2010.

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Cognitieve ontwikkeling

Spelgebied: Techniek en wetenschap

Locatie: Buiten

Groepsgrootte: 2 - 12 kinderen

Leeftijd: 4 - 6 jaar

Door: SamenspelopdeBSO