Activiteit

Bal in de emmer

Vooraf

Zet van te voren een aantal emmers, pionnen en balletjes (die in de emmer passen) klaar. Bijvoorbeeld twee emmers, twee pionnen en twee balletjes.

Zet de pionnen neer en zet de emmers twee meter verder neer. De kinderen gaan vanaf de pion met de bal proberen in de emmer te gooien. Elke keer als de dit lukt, wanneer de bal in de emmer komt, verschuift men de emmer verder weg zodat het spel moeilijker wordt.

De voorbereiding van deze activiteit duurt ongeveer 5 minuten. De uitvoering van deze activiteit duurt ongeveer 20 tot 30 minuten.

Zijn er veel kinderen dan kan je altijd meer emmers, pionnen en balletjes gebruiken zodat iedereen (in groepjes) bezig kan zijn.

Speluitleg

Leg de activiteit kort uit. Vertel dat jullie een spel gaan doen. Benoem de drie voorwerpen die gebruikt worden in de activiteit (emmer, pion, bal) en vraag of de kinderen een idee hebben wat voor spel je hiermee kan doen. Zit het juiste antwoord er niet bij? Vertel de kinderen dan hoe het spel werkt en wat de bedoeling is (praten en uitleggen).

Vertel dat de bedoeling van het spel is om vanaf de pion de bal in de emmer te gooien (motorische ontwikkeling). Maar, let op, gooi niet te hard, want dan kan je de emmer om gooien of verder gooien dan de emmer (structureren en grenzen stellen).

Zorg ervoor dat alle kinderen je uitleg goed kunnen verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is? (structureren en grenzen stellen).

Doe een keer voor wat de bedoeling is, zodat elk kind ook kan zien hoe het moet.

Spelbegeleiding

De kinderen maken zelf de groepjes waarin ze deze activiteit gaan uitvoeren, ook bepalen ze zelf op welke afstand ze willen beginnen (afstand pion tot emmer) (respect voor autonomie). Help de kinderen alleen als dat nodig is.

Merk je aan het begin van de activiteit al dat sommige kinderen het toch een lastige activiteit vinden? Zorg er dan voor dat je heterogene groepjes maakt. Meng daarvoor de kinderen die het moeilijk vinden met kinderen die geen moeite hebben met de activiteit. Zo kunnen de kinderen elkaar helpen, kunnen ze zoveel mogelijk zelfstandig werken en heeft elk groepje toch een succeservaring (begeleiden interacties tussen kinderen, respect voor autonomie, ontwikkelingsstimulering)! 

Complimenteer de kinderen tijdens het spel: “Super goed dat je de bal in één keer in de emmer gooide Frank!” (sensitieve responsiviteit)!

Afsluiting

Is de activiteit bijna afgelopen? Vertel de kinderen hoeveel tijd ze nog hebben om de bal in de emmer te krijgen. Zo kunnen ze deze activiteit goed afronden (structureren en grenzen stellen).

Bespreek de activiteit eventueel na met de kinderen: vonden de kinderen het leuk om zo sportief bezig te zijn? (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen). Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor het gebruik van de ruimte

Je doet deze activiteit bij voorkeur buiten. Als je over een grote ruimte beschikt kan je de activiteit ook binnen doen. Let wel op dat de bal overal heen kan gaan! Dus zorg dat er niks kan sneuvelen als er een bal tegen aan komt.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Pionnen (2) (of meer)

  • Ballen (2) (of meer)

  • Emmers (2) (of meer)

Omgang met risico's

Aan deze activiteit zitten niet veel risico's. Zorg wel wat je een grote gebied hebt waar de kinderen (veilig) kunnen spelen. Denk aan de grasveld en dergelijken.

Maak wel duidelijke afspraken met de kinderen over de activiteit, spreek bijvoorbeeld af waar de kinderen op het terrein mogen komen en waar niet (structureren en grenzen stellen).

Ontwikkeling

De kinderen ontwikkelen hun motoriek door het gericht gooien met de bal naar de emmer (motorische ontwikkeling).

De kinderen helpen elkaar met gooien (sociale ontwikkeling). Daarnaast kunnen ze zelfstandig spelen en gooien en hebben ze succeservaringen (emotionele ontwikkeling).

 

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook in een wat kleinere groep doen.

Materiaalgebruik:

  • Je kunt voor deze activiteit verschillende balletjes gebruiken. Varieer in de grote van de balletjes.

  • Ook bij de emmers kan je variëren in de grote van de emmer.

  • Door middel van een stopwatch kan je ook een variatie op het spel maken.

Spelvariatie:

- Je kunt variatie aan het spel geven door bijvoorbeeld te proberen verschillende afstanden tussen pion en emmer, verschillende grote van emmers te gebruiken, en verschillende grote in balletjes te gebruiken. Lukt het de kinderen om hierin te gooien? (motorische ontwikkeling).

- Maak twee groepen en neem met de stopwatch op wie er het snelst met de emmer op een bepaalde afstand is. De emmer mag dan steeds 1 meter verplaatst worden.

Leeftijd:

Je kunt deze activiteit ook met jongere kinderen doen. Je begeleid ze meer en doet bijvoorbeeld mee met de activiteit.

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Motorische ontwikkeling

Spelgebied: Sport en spel

Locatie: Buiten

Groepsgrootte: 2 - 15 kinderen

Leeftijd: 7 - 9 jaar

Door: Menno