Activiteit

Welk dier woont hier?

Vooraf

Beplak een vierkant doosje met plaatjes van:

  • Een wei       
  • Een stal       
  • De lucht 
  • Een bos
  • Water (bijvoorbeeld de zee)
  • Een woonhuis

Het is belangrijk dat er geen dieren op de plaatjes staan. Je krijgt nu een soort dobbelsteen met plaatjes in plaats van stippen. Maak een opsomming van de meest voorkomende letters uit het alfabet (je kunt voor de volledigheid bijvoorbeeld de Q en de X wel opschrijven, maar dan in heel klein lettertype) en laat achter elke letter ruimte over om dierennamen op te schrijven. Deze opsomming kun je op papier maken, maar bijvoorbeeld ook op een schoolbord.Zorg voor een dierenencyclopedie voor kinderen, of een ander dierenboek voor kinderen.

Speluitleg

Laat aan de kinderen de dierenencyclopedie zien. Leg uit aan de kinderen dat hier een heleboel dieren in staan. Misschien wel alle dieren die bestaan. Vertel dat je denkt dat de kinderen met z’n allen ook wel heel veel dieren zullen kennen. Maar weten de kinderen eigenlijk waar dieren kunnen wonen? Praat hierover met de kinderen (praten en uitleggen). Laat de dobbelsteen zien met daarop een aantal plekken waar dieren kunnen wonen. Leg uit dat de kinderen zo meteen om de beurt de dobbelsteen mogen gooien. Het is de bedoeling dat het kind dat gooit een dier bedenkt die op de plek waar de dobbelsteen op valt (bijvoorbeeld in de lucht) woont (ontwikkelingsstimulering, respect voor autonomie). Vertel hierbij dat je de door de kinderen bedachte dieren opschrijft achter de letter waar dat dier mee begint. Zegt het kind dus ‘aap’, dan zet je ‘aap’ achter de letter A. Zo proberen de kinderen met elkaar achter zoveel mogelijk letters een dierennaam te laten zetten. Je kunt eventueel ook tekeningen van de dieren achter de letters maken. Zorg dat de kinderen je uitleg goed verstaan en dat zij begrijpen wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen).

Spelbegeleiding

De kinderen mogen nu het spel zelf gaan spelen (respect voor autonomie). Geef het eerste kind de beurt en vertel dat de beurt steeds met de klok mee opschuift naar het volgende kind (structureren en grenzen stellen). Stimuleer de kinderen elkaar te helpen als degene die de beurt heeft er niet uit komt. ‘Kun je echt geen dier dat in het bos leeft verzinnen Lisa? Misschien kun je het aan Youssef vragen’ (begeleiden van interacties tussen de kinderen). Complimenteer de kinderen bij goed bedachte dierennamen (sensitieve responsiviteit). Stimuleer de kinderen om dierennamen te verzinnen met de beginletters waar nog niks achter staat. ‘Kijk eens Wytze, achter de K staat nog niks. Ken je een dier dat in een woonhuis woont (een huisdier) dat met een K begint?’ (ontwikkelingsstimulering).

Afsluiting

Vertel de kinderen dat het spel bijna afgelopen is, wanneer achter bijna alle letters een dierennaam staat (structureren en grenzen stellen). Probeer samen met de kinderen achter de laatste letters ook nog dierennamen te verzinnen. Doe dit eventueel zonder dobbelsteen, maar al pratend met de kinderen. Af en toe een voorzetje geven, of het dier dat jij in je hoofd hebt te omschrijven kan natuurlijk prima (praten en uitleggen, sensitieve responsiviteit).Bespreek het spel na met de kinderen. Vonden zij het een leuk spel? Was het moeilijk om juiste dierennamen te verzinnen bij de plaatjes op de dobbelsteen? Welke vonden de kinderen moeilijk en welke makkelijk? Vonden de kinderen het leuk om elkaar te helpen verzinnen (praten en uitleggen, respect voor autonomie, sensitieve responsiviteit)?Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat zij kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor het gebruik van de ruimte

Deze activiteit kan zowel binnen als buiten worden gedaan.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Een vierkant doosje
  • Plaatjes van een wei, een stal, de lucht, water, een woonhuis en een bos. Allen zonder de afbeelding van (een) dier(en) erop.
  • Lijm
  • Een stuk papier/karton of een schoolbord
  • Pen/potlood of bordkrijt
  • Een dierenencyclopedie voor kinderen/dierenboek voor kinderen

Omgang met risico's

Deze activiteit is niet gevaarlijk.

Ontwikkeling

De kinderen verzinnen allerlei diersoorten en verbinden deze dieren aan de plek waar deze dieren wonen of leven (cognitieve ontwikkeling, taalontwikkeling). Doordat de pedagogisch medewerker de dierennaam verbindt met beginletter, krijgen de kinderen ook al enig lettergevoel mee en een beeld bij hoe bepaalde letters eruit zien (taalontwikkeling). Omdat er in beurten wordt gespeeld, moeten de kinderen hun impuls om een antwoord te geven goed ondercontrole proberen te houden wanneer zij niet aan de beurt zijn (emotionele ontwikkeling). Zij mogen wel aan deze impulsen toegeven wanneer het kind dat aan de beurt is om hulp vraagt (sociale ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook in een grotere groep of in verschillende kleine groepen doen.

Spel:

  • Je kunt ook andere categorieën bedenken voor op de dobbelsteen, bijvoorbeeld in een hol, in een nest, op de grond. Of met vier poten, met twee poten, met schubben, met vleugels, met een vacht, met een gladde huid.

  • Je kunt ook twee dobbelstenen met verschillende categorieën in één spel gebruiken.

Leeftijd:

Je kunt deze activiteit ook met kinderen van 7 – 9 jaar doen. Je kunt het spel dan moeilijker maken door een moeilijkere dobbelsteen te maken of meerder dobbelstenen in één spel te gebruiken: bijvoorbeeld een dier dat in het water leeft (dobbelsteen 1) met een gladde huid (dobbelsteen 2).

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Emotionele ontwikkeling

Spelgebied: Natuur

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 3 - 10 kinderen

Leeftijd: 4 - 6 jaar

Door: SamenspelopdeBSO