Activiteit

Samen zijn we een slang

Vooraf

Voor deze activiteit zijn geen voorbereidingen nodig.

Deze activiteit duurt ongeveer 15 tot 20 minuten.

Speluitleg

Vertel de kinderen dat zij een spel gaan doen waarbij zij elkaar echt moeten vertrouwen. Wat is dat eigenlijk, vertrouwen? Kunnen de kinderen daar iets over vertellen? Wanneer is vertrouwen belangrijk? Praat hierover met de kinderen (praten en uitleggen). Leg uit dat de kinderen met elkaar een slang gaan vormen door achter elkaar te gaan staan en elkaar bij de schouders vast te houden. Iedereen doet zijn ogen dicht. Alleen het voorste kind mag zijn ogen open houden en leidt de slang door echte of gefantaseerde hindernissen (bijvoorbeeld onder een tafel door, over een opstapje heen, op de tenen lopend of op de hurken).

Spelbegeleiding

Geef de kinderen instructies (structureren en grenzen stellen). Maak het spel verbeeldend door er een fantasieverhaal bij te bedenken. De kinderen lopen bijvoorbeeld door de jungle, springen over wilde rivieren heen, wurmen zich door nauwe spelonken, kruipen door grotten, sluipen om enge beesten heen (heel stil), etcetera. De kinderen moeten elkaar hierbij vertrouwen en met elkaar samenwerken: doen wat degene voor je ook doet en bijvoorbeeld op elkaar wachten en elkaar waarschuwen als er een obstakel aan komt (ontwikkelingsstimulering, begeleiden van interacties tussen kinderen). Laat steeds een ander kind het voorste kind zijn, zodat iedereen kan ervaren hoe (anders) het is om met je ogen dicht of met je ogen open te lopen (ontwikkelingsstimulering).

Afsluiting

Geef aan wanneer het bijna tijd is om te stoppen (structureren en grenzen stellen). Complimenteer de kinderen met hun inzet en met het vertrouwen dat zij in elkaar hadden (sensitieve responsiviteit). Bespreek wat de kinderen van de activiteit vonden. Vonden zij het lastig om op elkaar te vertrouwen, of niet? Waarom (praten en uitleggen)? Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg er wel voor dat de kinderen kwijt kunnen wat zij kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor het gebruik van de ruimte

Deze activiteit kan zowel binnen als buiten worden gedaan.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Maak gebruik van zoveel mogelijk leuke hindernissen. Dit kunnen gewone dingen zijn, zoals een trapje, een tafel, een prullenbak, de zandbak, …

Omgang met risico’s

De kinderen hebben hun ogen dicht en zien niet waar ze lopen. Alles gaat op de tast. Er kan hierdoor wel eens iemand struikelen. Wees hierop alert.

Ontwikkeling

De kinderen lopen met hun ogen dicht achter elkaar aan over, onder, langs hindernissen. Ze moeten hiervoor goed samenwerken en zowel elkaar vertrouwen (sociale ontwikkeling) als hun eigen sensomotorische vaardigheden (voelen, luisteren) (motorische ontwikkeling). Omdat de kinderen hun ogen dicht hebben, kan het soms best een beetje spannend zijn (emotionele ontwikkeling). Houd het verloop van het spel goed in de gaten. En stel de kinderen indien nodig gerust.

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Deze activiteit kan ook in een grote(re) groep worden gedaan.

Spelvariatie:

Je kunt ook het voorste kind de instructies laten geven wat de andere kinderen moeten doen.

Leeftijd:

Dit spel kan ook met jongere kinderen gespeeld worden. Pas indien nodig wel je instructie en het verhaal aan.

Achtergrondinformatie

Bron: gebaseerd op de activiteit ‘Slang (2)’ uit Leren Samenspelen door E. Bomhof en M. Trossel (Amersfoort:Acco, 1989).

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Sociale ontwikkeling

Spelgebied: Expressie

Locatie: Buiten

Groepsgrootte: 6 - 10 kinderen

Leeftijd: 7 - 9 jaar

Door: SamenspelopdeBSO