Activiteit

Eng oerwoudspel

Vooraf

Zet buiten of in een speellokaal een parcours voor de kinderen uit. Je kunt het parcours eventueel met linten of pylonen afzetten. Neem een aantal hindernissen in het parcours op. Bijvoorbeeld hoepels op springafstand, waarbij de kinderen van hoepel naar hoepel moeten springen, een stel kegels waartussen de kinderen mogen zigzaggen, een bank waar de kinderen overheen moeten klimmen, een klimrek waar de kinderen doorheen moeten klauteren, een mand met een bal die ze moeten gooien, een wipwap of een schommel.

Deze activiteit duurt ongeveer 30 minuten.

Speluitleg

Vertel dat de kinderen door een eng oerwoud lopen. Er liggen allemaal gevaren op de loer! Ze komen bijvoorbeeld eerst bij een moeras. Er zwemmen allemaal krokodillen in het water. Er zijn maar een paar plekken waar de kinderen veilig kunnen staan: de hoepels. Verder groeien giftige planten (de kegels) in het moeras. Die mogen de kinderen niet aanraken! Ze moeten heel voorzichtig over een paadje langs de afgrond lopen (over de bank), en er niet afvallen. Dan moeten ze tegen een rots opklimmen (het klimrek). Verzin een heel verhaal rond de hindernissen; verwerk zo alle obstakels in je verhaal (praten en uitleggen). Snappen de kinderen hoe de weg loopt door het oerwoud? Leg steeds goed uit wat de bedoeling is (praten en uitleggen). Zorg ervoor dat de kinderen je uitleg goed kunnen verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen)?

Spelbegeleiding

Dan mogen de kinderen op pad gaan (respect voor autonomie)! De kinderen mogen elkaar natuurlijk helpen tijdens de tocht (begeleiden van interactie tussen kinderen). Begeleid de kinderen tijdens hun tocht. Complimenteer de kinderen: ‘Goed zo Lisanne, jij bent snel door het moeras heen gekomen!’   Hebben alle kinderen een keer het parcours gelopen? Dan kun je het parcours eventueel verder uitbreiden of een beetje veranderen. Zo kunnen de kegels in de hoepels ineens eilandjes vol schorpioenen zijn waar je absoluut niet in mag komen. Touwen kunnen enge slangen zijn waar je overheen moet springen; een grote doos kan een grot worden waar de kinderen juist doorheen moeten kruipen. Geef duidelijk aan wat er veranderd is, zodat de kinderen weten wat ze moeten doen (structureren en grenzen stellen). Geef hen ook de ruimte voor eigen inbreng: de kinderen mogen ook andere manieren bedenken om voorbij een obstakel te komen. Complimenteer hen met hun vondsten: ‘Dat is slim, Dinah, je kunt natuurlijk ook ónder dat touw doorkruipen!’ (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie).

Afsluiting

Geef op tijd aan wanneer de kinderen moeten stoppen met de activiteit (structureren en grenzen stellen). Ruim tot slot samen met de kinderen de obstakels op. Bespreek samen met de kinderen het spel. Vonden de kinderen het leuk? Of toch ook een beetje eng? Complimenteer de kinderen met hun inzet. ‘Wat kunnen jullie goed door een eng oerwoud lopen!’ (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen). Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Doe dit spel bij voorkeur buiten; dan kun je een lekker groot parcours uitzetten. Je kunt buiten ook speeltoestellen in het parcours betrekken. Doe je het spel binnen, doe het dan in een speellokaal.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Hindernissen voor in het parcours: een bank, hoepels, kegels, een mand met een bal, een klimrek, een wipwap of een schommel.
  • Eventueel pylonen of linten om aan te geven hoe het parcours loopt.

Omgang met risico’s

De kinderen kunnen natuurlijk vallen of struikelen tijdens dit spel, maar echt gevaarlijk is het spel niet. Houd eventueel pleisters bij de hand!Houd ook in de gaten of de kinderen niet zozeer in het spel opgaan, dat zij het eng gaan vinden.

Ontwikkeling

De kinderen doen een net-alsof-spel: ze spelen dat ze door een gevaarlijk oerwoud lopen. Ze weten natuurlijk wel dat het ‘niet echt’ is, maar ze vinden het misschien toch wel een beetje eng. Ze moeten hun impulsen goed onder controle houden, en bijvoorbeeld niet te snel van hoepel naar hoepel springen, ook al liggen de krokodillen op de loer (emotionele ontwikkeling). Tijdens de activiteit klimmen, springen en klauteren de kinderen (motorische ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook in een kleinere groep doen.

Materiaalgebruik:

- Is het mooi weer? Dan kun je wellicht ook water toevoegen aan het parcours. De kinderen kunnen bijvoorbeeld door een gevaarlijke rivier lopen (badje met water).

- Je kunt ook de zandbak in het parcours opnemen.

- Om het echter te maken kun je een bandje draaien met oerwoudgeluiden.

Spelvariatie:

- Je kunt een wedstrijdelement toevoegen: welk kind is het snelste aan de overkant?

- Je kunt ook een parcours uitzetten op onbekend terrein. Bijvoorbeeld op het strand, of in een bos.

- Je kunt de kinderen ook zelf een parcours uit laten zetten. Ze mogen zelf vertellen hoe de weg door het oerwoud gaat. Controleer het parcours wel even op gevaarlijke situaties!

- Wil je het spel nog moeilijker maken? Je kunt nog een extra gevaar inzetten. Wijs bijvoorbeeld een kind aan dat een gevaarlijke leeuw of neushoorn mag spelen. De leeuw rent rond en mag de kinderen op bepaalde plekken ‘opeten’ of ‘aanstoten’. Als een kind ‘opgegeten’ of ‘aangestoten’ is, is hij af. Hij moet dan bijvoorbeeld weer overnieuw beginnen.

- Je kunt dit spel natuurlijk ook binnen een ander verhaal laten plaatsvinden. Voorbeelden van andere verhalen zijn: een expeditie over de Noordpool, een wandeling door een sprookjesbos, een route tijdens de Olympische Spelen of een tocht door de Middeleeuwen. Gebruik je fantasie!

Leeftijd:

Je kunt deze activiteit ook met jongere of met oudere kinderen doen:

- 4-6 jaar: Laat de kinderen een gemakkelijker parcours afleggen (ontwikkelingsstimulering). Zorg er ook voor dat het ‘oerwoudverhaal’ niet te eng is voor deze leeftijdsgroep!

- 10-12 jaar: Deze kinderen kunnen een moeilijker parcours afleggen. Ze moeten bijvoorbeeld moeilijkere hindernissen nemen. Of ze mogen bepaalde gedeeltes van het parcours alleen hinkelend, huppelend of op een been afleggen. Je kunt de gevaren in je verhaal ook aanpassen aan de leeftijdsgroep. Zo kun je bij kinderen van deze leeftijd ook een kannibaal aanwijzen die de andere kinderen achterna zit, of je kunt ze over een gevaarlijke rivier vol piranha’s laten springen (ontwikkelingsstimulering).

Achtergrondinformatie

Bron: Gebaseerd op de activiteit ‘Het oerwoud’, door Hans Vermeer voor Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V. op http://www.leerkracht.nl/ (Toneel, activiteiten voor groep 3 en 4).

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Emotionele ontwikkeling

Spelgebied: Natuur

Locatie: Buiten

Groepsgrootte: 10 - 40 kinderen

Leeftijd: 7 - 9 jaar

Door: SamenspelopdeBSO