Activiteit

Het schoenenspel

Vooraf

Voor deze activiteit is vooraf geen voorbereiding nodig.

Deze activiteit duurt ongeveer 15 minuten.

Speluitleg

Vertel de kinderen dat ze het schoenenspel gaan spelen. Leg uit hoe het spel werkt: iedereen doet zijn schoenen uit. De kinderen leggen alle linkerschoenen bij elkaar, en alle rechterschoenen. Vertel dat je de schoenen door elkaar husselt, en dan elk kind weer een rechterschoen en een linkerschoen geeft. Maar, dat zijn vast niet hun eigen schoenen! Ze hebben nu waarschijnlijk twee ‘vreemde’ schoenen gekregen, in verschillende maten. Elk kind doet de vreemde schoenen aan. Daarna lopen de kinderen door elkaar door de ruimte, en gaan ze op zoek naar hun eigen schoenen. Komen ze een kind tegen dat hun schoen aan heeft? Dan ruilen ze hun vreemde schoen met hun eigen schoen. Maar let op! Soms wil een ander kind een schoen met het kind ruilen, terwijl hij niet de schoen van dat kind aan heeft. Het kind ruilt dan de ene vreemde schoen om voor de andere… Daarna gaat het kind natuurlijk snel op zoek naar een kind dat wél zijn schoen aanheeft! Heeft een kind zijn twee eigen schoenen weer terug? Dan mag hij aan de kant gaan zitten. Hij kan de andere kinderen aanmoedigen en/of helpen (begeleiden van interactie tussen kinderen). Hebben alle kinderen hun eigen schoenen weer aan? Dan is het spel afgelopen! (praten en uitleggen). Zorg ervoor dat de kinderen je uitleg goed kunnen verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen)? Dan kunnen ze het spel daarna zelfstandig spelen (respect voor autonomie). De kinderen kunnen het spel meerdere keren spelen. Hoe meer kinderen meedoen, hoe leuker het is!

Spelbegeleiding

Hussel de schoenen goed door elkaar en let erop dat de kinderen niet hun eigen schoen krijgen. Help de kinderen op weg als ze niet precies weten wat ze moeten doen. ‘Kijk, Sander, volgens mij heeft Eline jouw schoen aan! Je kunt je linkerschoen met haar ruilen!’. Complimenteer de kinderen met hun slimme ruilacties: ‘Goed zo, Eline, ik zie dat jij alweer je eigen rechterschoen aan hebt!’ (sensitieve responsiviteit). Simuleer de kinderen goed te kijken met wie ze kunnen ruilen. Vraagt een ander kind een schoen met ze te ruilen? En hebben ze zelf niets aan die ruil? Ze mogen de ruil toch niet weigeren! Stimuleer de kinderen daarna op zoek te gaan naar een ruil waar ze wél wat aan hebben!

Afsluiting

Wil je stoppen met de activiteit? Geef op tijd aan dat de kinderen het spel voor de laatste keer spelen (structureren en grenzen stellen). Is het spel afgelopen? Bespreek het spel kort na. Vonden de kinderen het leuk? Was het moeilijk om hun eigen schoenen weer terug te krijgen? Hoe vaak moesten ze ruilen? (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen). Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Je kunt deze activiteit zowel binnen als buiten doen. Speel het spel in een ruimte waarin de kinderen vrij kunnen bewegen.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Voor dit spel worden de eigen schoenen van de kinderen gebruikt.

Omgang met risico’s

De kinderen moeten soms een schoen aantrekken die te klein is. Komt een kind echt niet in een schoen? Dan kan hij de schoen in zijn hand houden.

Ontwikkeling

De kinderen moeten hun eigen schoenen zoeken en omruilen met andere kinderen. Hoe slimmer ze ruilen, hoe sneller ze hun eigen schoenen weer terug hebben. Hiervoor moeten ze goed nadenken! Jonge kinderen oefenen met deze activiteit de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ (cognitieve ontwikkeling). De kinderen kunnen ook samenwerken tijdens dit spel: ‘Als jij die schoen ruilt met Eric, kan ik daarna weer jouw schoen ruilen met jou…’ (sociale ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit eventueel ook in een wat kleinere groep doen. Maar maak de groep niet te klein; hoe meer kinderen mee spelen, hoe leuker het spel is!

Materiaalgebruik:

Je kunt er ook een ‘sokkenspel’ van maken. Alle sokken gaan uit, waarna ieder kind twee (vreemde) sokken krijgt. Daarna gaan de kinderen op zoek naar hun eigen sokken.

Spelvariatie:

Wil je het spel nog moeilijker (en grappiger) maken? Dan kun je álle schoenen op een hoop leggen, met de linker- en de rechterschoenen door elkaar! Hussel de schoenen door elkaar, en geef elk kind twee schoenen. Dat kunnen dus ook twee linker- of twee rechterschoenen zijn…..

Leeftijd:

Je kunt deze activiteit ook met jongere en  oudere kinderen doen. Hiervoor hoef je de activiteit niet aan te passen.

Achtergrondinformatie

Bron: Gebaseerd op de activiteit ‘De schoenenloop’, pagina 137 van Speel Wijzer – Spelen kan met alles door Marianne de Valck (Amsterdam: B.V. Uitgeverij SWP, 2007). ISBN 978 90 6665 904 9.

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Cognitieve ontwikkeling

Spelgebied: Sport en spel

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 10 - 30 kinderen

Leeftijd: 7 - 9 jaar

Door: SamenspelopdeBSO