Activiteit

Aardappelhoofden

Vooraf

Snijd van elke aardappel aan de onderkant een kapje af. Nu blijven de aardappels stevig staan. Knip de schuursponsjes in kleine stukjes; doe ze in een bakje. Verzamel verschillende knopen en kralen; doe die ook een (een aantal) bakje(s).Zet alle materialen klaar op een grote tafel.

Deze activiteit duurt ongeveer 30 tot 45 minuten. Het duurt daarna nog een tijdje voordat het haar gegroeid is.

Speluitleg

Vertel de kinderen dat ze vandaag iets heel grappigs gaan maken van een aardappel: een aardappelhoofd! De kinderen hollen de aardappels uit en doen er een stukje schuurspons in.

Doe voor hoe de kinderen de aardappel uit kunnen hollen. Net genoeg om er een stuk van een sponsje in te kunnen doen! De kinderen kunnen dat doen met een mesje, of met een lepeltje. Er moet wel een randje aardappel aan de zijkanten overblijven. Anders is het aardappelhoofd niet stevig genoeg.

Nu is het tijd voor de gezichten van de aardappelhoofden. De kinderen maken ogen, neus en mond van knopen of kralen, of een mond van kruidnagels (praten en uitleggen). Ze kunnen een knoop gebruiken of twee knopen op elkaar, een kleine knoop op een grote knoop. Of een mooie kraal. Ze steken de knopen of kralen vast met de kopspelden. Ook de neus en de mond kunnen de kinderen van knopen of kralen maken. Voor de mond kunnen ze ook kruidnagels gebruiken. Die kunnen de kinderen gewoon in het aardappelhoofd duwen. De kinderen mogen zelf kiezen welke materialen ze gebruiken (respect voor autonomie).

Is het gelukt? Dan mogen de kinderen een stukje schuurspons in het aardappelhoofd doen en hiergraszaad of tuinkerszaad op het sponsje strooien. Even natspuiten, en wachten maar tot het haar gaat groeien! Na een tijdje groeit er vanzelf haar op de aardappelhoofden! Zorg ervoor dat de kinderen je uitleg goed kunnen verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is? (structureren en grenzen stellen).

Spelbegeleiding

Begeleid de kinderen tijdens deze activiteit en stimuleer ze zoveel mogelijk zelf te doen, maar help ze wanneer dat nodig is (sensitieve responsiviteit), bijvoorbeeld bij het uithollen van de aardappel. Ook kun je de kinderen stimuleren om elkaar te helpen (begeleiden van interacties tussen kinderen). Complimenteer de kinderen met hun aardappelhoofden. ‘Wat zijn ze mooi geworden!’ (sensitieve responsiviteit).  

Afsluiting

Zijn de kinderen klaar? Zet de aardappelhoofden op een plek neer waar de kinderen ze goed kunnen zien. Zo kunnen ze in de gaten houden of hun haren al gaan groeien! Ze moeten de aardappelhoofden wel vochtig houden. Dus af en toe moet een kind de sponsjes in de aardappelhoofden natspuiten. Spreek af wie dat wanneer doet (structureren en grenzen stellen). Ruim tot slot samen met de kinderen de gebruikte spullen op. Je kunt hierbij de taken verdelen: twee kinderen ruimen de knopen op, twee kinderen de spelden, en twee kinderen de mesjes en lepeltjes. Bekijk samen met de kinderen de aardappelhoofden. Het zijn echte mannetjes (en vrouwtjes) geworden! Bespreek de activiteit na. Vonden de kinderen het leuk om aardappelhoofden te maken? Zijn ze tevreden met het resultaat (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen)? Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor gebruik van de ruimte

Doe deze activiteit aan een tafel. Je kunt de tafel afdekken met een plastic zeil.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Grote aardappelen, voor elk kind een.
  • Mesjes en/of (thee)lepeltjes.
  • Verschillende knopen en kralen.
  • Kruidnagels.
  • Kopspelden.
  • Gras- en/of tuinkerszaad.
  • Schuursponsjes.
  • Een schaar.
  • Bakjes om de spullen in te doen.
  • Eventueel een plastic zeil voor op de tafel.

Omgang met risico’s

De kinderen werken met spelden tijdens deze activiteit. Ze kunnen dus in hun vingers prikken… Ook aan het mesje kunnen de kinderen zich snijden als ze het hoofd uithollen. Zorg dat de messen niet te scherp zijn. Houd toezicht, maar houd ook een rol pleisters bij de hand.

Ontwikkeling

De kinderen maken van een aardappel een aardappelmannetje of –vrouwtje. Ze maken ogen, een neus en een mond van knopen of kralen. En ze zorgen dat er haar kan groeien op het aardappelhoofd! Ze versieren zelf hun aardappelhoofd en kiezen met welke kralen of knopen ze dat doen (creatieve ontwikkeling). Ze hollen de aardappel uit met een mesje of een lepel. Dat is een lastig karweitje! Het vraagt om een vaste hand, en de kinderen moeten met overleg te werk gaan. Als ze het holletje te groot maken, maken ze hun aardappel(hoofd) kapot (motorische ontwikkeling). Tot slot werken de kinderen samen tijdens deze activiteit. Ze moeten af en toe op elkaar wachten (‘Mag ik na jou het mesje?’), ze kunnen elkaar helpen en ze moeten afspreken wie die ene mooie knoop mag gebruiken (‘Mag ik die knoop gebruiken? Dan mag jij die twee kralen!’) (sociale ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook individueel of in een kleine(re) groep doen.

Materiaalgebruik:

- Je kunt in plaats van een schuursponsje ook watten gebruiken om in de aardappelhoofden te doen.

- De kinderen kunnen ook draadjes wol of stukjes stof als mond in de aardappel prikken. Of ze kunnen een snor maken van wat draadjes wol…

- Moeten de aardappelhoofden snel klaar zijn? De kinderen kunnen hun aardappelhoofd ook haar van mos geven, in plaats van tuinkers of gras. Dan zijn de hoofden meteen klaar.

- Je kunt de hoofden eerst afdekken met een beetje plastic (huishoudfolie). Dan blijven de zaadjes goed vochtig en groeit het haar wellicht wat sneller.

Spelvariatie:

- De kinderen kunnen gewoon een grappig aardappelhoofd maken, maar ze kunnen ook verschillende typetjes maken. Bijvoorbeeld een vader en een moeder, een kind, een opa en een oma. Zo kunnen de kinderen hele aardappelgezinnen maken.

- Zijn alle aardappelhoofden klaar, en zijn de haren gegroeid? Zet ze dan op de foto. Leuk voor de website!

- De kinderen kunnen ook dieren maken van de aardappels. En ze kunnen huisjes maken van andere groentes. Bijvoorbeeld een huis van een knolselderij, bomen van prei… Zo kunnen ze een heel groentendorp maken!

Leeftijd:

Ook oudere kinderen kunnen deze activiteit doen:

- Kinderen van 10-12 jaar: Laat de kinderen van deze leeftijd zelfstandig deze activiteit doen; zorg alleen voor de randvoorwaarden (respect voor autonomie). Zij kunnen bijvoorbeeld ook de uitbreidingsvarianten doen (zie de Spelvariatie).

Achtergrondinformatie

Bron: Deze activiteit is gebaseerd op de activiteit ‘Aardappelhoofden’, pagina 51 uit Handenarbeid met kinderen van 6-9 jaar door Ineke Hoekstra (Baarn: Cantecleer, 2000).

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Creatieve ontwikkeling

Spelgebied: Natuur

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 10 - 30 kinderen

Leeftijd: 7 - 9 jaar

Door: SamenspelopdeBSO