Activiteit

Je ideale stad bouwen

Vooraf

Verzamel bouwmateriaal om een stad mee te bouwen, zoals lege melkpakken, wc-rollen of kartonnen dozen. Leg dit materiaal samen met het overige materiaal klaar.  Je kunt deze activiteit heel goed als ‘vrije activiteit’ laten doen. Leg uit wat de bedoeling is; daarna kan het kind (op verschillende momenten) zelfstandig verder werken aan zijn ideale stad.

Deze activiteit duurt ongeveer 60 minuten, of zolang als de kinderen het leuk vinden.

Speluitleg

Leg de activiteit uit. Vraag het kind hoe zijn ideale stad eruit zou zien. Zouden er veel flats in staan? Of juist allemaal kleine huisjes? Of misschien wel tenten? Bespreek kort dat in verschillende landen de steden er verschillend uitzien. In New York zijn er bijvoorbeeld veel wolkenkrabbers. In Amsterdam zijn er grachten met oude grachtenpanden. En Barcelona heeft een strand en zee (praten en uitleggen). In wat voor stad zou het kind graag willen wonen? Zeg dat het kind zijn ideale stad zelf mag bouwen (respect voor autonomie). Laat de materialen zien die hij daarbij kan gebruiken.

Het kind kan huizen maken van halve literpakken melk en flats van literpakken melk. Een appartementencomplex kan hij van anderhalf literpakken melk maken. Het kind kan de huizen eerst beschilderen of beplakken met (inpak)papier. De ramen en deuren kan hij uitprikken met een prikpen. Van lapjes stof kan hij gordijnen maken. Het kind kan mensen uitknippen uit de oude tijdschriften; dat worden de bewoners van de huizen. En een (rood) puntdak is zo gemaakt van karton. Verder kan hij een zebrapad maken (van wit en zwart papier), een grasveld of een meertje (van groen of blauw karton) en bomen (van een takje met groen papier eraan). Tot slot kan het kind ook bruggen en klimrekken maken van klei, van watten maakt hij rook uit de schoorsteen en ga zo maar door! Bedenk eventueel kort samen met het kind hoe zijn stad eruit komt te zien, en hoe hij de materialen gaat gebruiken. Heeft hij nog meer materiaal nodig? Verzamel dit materiaal zonodig samen. Zorg ervoor dat het kind je uitleg goed kan verstaan. Begrijpt hij wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen)?

Spelbegeleiding

Laat het kind zoveel mogelijk zelfstandig aan de slag gaan (respect voor autonomie). Help alleen als het kind daarom vraagt. Je kunt ook vragen of een ander kind wil helpen (begeleiden van interacties tussen kinderen). Is het kind lekker aan het knutselen? Loop af en toe een langs om te kijken of het lukt. Complimenteer het kind en stimuleer hem om verder te gaan (sensitieve responsiviteit). Is de stad klaar? Complimenteer het kind met het resultaat (sensitieve responsiviteit). Wat is het een mooie stad geworden!

Afsluiting

Vertel op tijd wanneer het kind op moet houden met knutselen. Spreek eventueel af wanneer het kind weer verder kan werken aan zijn stad (structureren en grenzen stellen). Bespreek de activiteit na met het kind. Vond hij het leuk om zijn ideale stad te bouwen? Waarom ziet de stad eruit zoals hij eruit ziet? Wat is heel erg goed gelukt aan de stad? (sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, praten en uitleggen). Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat het kind kwijt kan wat hij kwijt wil (sensitieve responsiviteit). kapot gaan doordat een ander kind er per ongeluk tegenaan loopt!

Aanwijzingen voor het gebruik van de ruimte

De kinderen kunnen deze activiteit binnen doen, aan een tafel.Je kunt ook een gedeelte van de ruimte op de BSO inrichten als knutselhoek. De knutselspullen kunnen dan blijven staan, en het kind kan op verschillende momenten verder gaan met zijn stad.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Lege melkpakken, lege wc-rollen, kartonnen dozen.
  • Gekleurd (inpak)papier en karton.
  • Plakkaatverf en een kwast.
  • Schaar en lijm.
  • Prikpen.
  • Lapjes stof.
  • Watten.
  • Oude tijdschriften.
  • Takjes.
  • Klei.

Omgang met risico’s

Zorg dat het kind op een rustige plek kan knutselen aan de stad. Het is natuurlijk niet leuk als er gebouwen

Ontwikkeling

Tijdens deze activiteit voeren de kinderen zelfstandig een taak uit. Ze bedenken zelf hoe hun ideale stad eruit ziet (Cognitieve ontwikkeling). Ze knutselen die stad zelf in elkaar. Daarbij gebruiken ze verschillende materialen en technieken (creatieve ontwikkeling). Ze ontwikkelen hierbij ook hun motoriek (motorische ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Het is ook leuk om deze activiteit met een groepje kinderen te doen. Ze kunnen elkaar op ideeën brengen, en elkaar helpen bij de uitvoering. De kinderen kunnen samen een stad maken, of ieder een eigen wijk van de stad.

Materiaalgebruik:

Je kunt allerlei bouwmateriaal bij deze activiteit gebruiken. Luciferdoosjes, satéprikkers, kistjes of bakjes. Alles kan een plekje krijgen in de stad.

Spelvariatie:

- Je kunt het kind eerst informatie op laten zoeken over zijn ideale stad. Maakt hij een Egyptische stad (Caïro), dan kan hij bijvoorbeeld ook een piramide bij zijn stad zetten, of een sfinx.

- Het kind kan ook een fantasiestad bedenken. Bijvoorbeeld een stad onder water, een stad vol aliens of een stad waar alles op zijn kop staat!

- Is de stad klaar? Maak er een mooie foto van! Leuk voor op de website.

Leeftijd:

Je kunt deze activiteit ook met oudere kinderen doen (10-12 jaar). Deze kinderen kun je ook een bepaalde stad na laten bouwen. Bijvoorbeeld Parijs, of Hong Kong. Ze kunnen hiervoor eerst informatie over de stad opzoeken. Daarna kunnen ze de stad zo realistisch mogelijk nabouwen.

Achtergrondinformatie

Bron: Deze activiteit is gebaseerd op de activiteit ‘Een huis of flatgebouw’ en ‘Een stad’, pagina 40-41 van Het Groter Groeien Slecht Weer Boek door Olga Leever (Hoofddorp: Sanoma Uitgevers, 2002).

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Creatieve ontwikkeling

Spelgebied: Cultuur en maatschappij

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 1 - 1 kinderen

Leeftijd: 7 - 9 jaar

Door: SamenspelopdeBSO