Activiteit

Weet wat je eet-spel

Vooraf

Zet een tafel en stoelen klaar in een ‘quiz-opstelling’. Zet aan weerszijden van de tafel een aantal stoelen. Zo kan er aan twee kanten van de quizmaster (de persoon achter de tafel) een team van kinderen zitten. Bedenk van te voren vragen voor het spel. Schrijf de vragen op kleine kaartjes. Je kunt eventueel ook de antwoorden erbij schrijven. Mogelijke vragen zijn: Noem drie voorbeelden van zuivelproducten (boter, kaas, yoghurt, vla); noem vijf soorten groenten (prei, broccoli, sperziebonen, groene kool, spinazie); noem drie oranje groentes of fruitsoorten (wortel, sinaasappel, pompoen); wat is gezonder en waarom? kip of een frikadel? (kip), aardappel of patat (aardappel), ketchup of mayonaise (ketchup); wat zijn ‘biologische eieren’? (eieren van kippen die biologisch voer krijgen, met meer ruimte en licht in de stal en ze mogen overdag naar buiten); noem vijf toetjes (vlaflip, ijsje, aardbeien met slagroom, danoontje, appeltjes uit de oven), et cetera. Bedenk zelf nog meer vragen; op internet kun je allerlei interessante en grappige ‘eet-weetjes’ vinden. Leg de kaartjes en de zandloper klaar op de tafel.

Deze activiteit duurt ongeveer 30 minuten.

Speluitleg

Vertel dat de kinderen een spel gaan spelen: het Weet wat je eet-spel. Het is een quiz over eten. Verdeel de kinderen in twee teams. Beide teams mogen aan een kant van jou op de stoelen gaan zitten. Vertel dat jij de leider van de quiz bent. Je gaat de teams om de beurt vragen stellen. De kinderen mogen met elkaar overleggen: ze geven samen, als team, een antwoord (begeleiden van interacties tussen kinderen). Als een team de vraag goed heeft, krijgt het team een punt. Vertel dat jij de punten bijhoudt (bijvoorbeeld op een vel papier, of op een klein schoolbordje). Als een team de vraag fout heeft, mag het andere team een antwoord geven. Heeft dit team het wél goed, dan krijgt dit team een punt. De teams moeten binnen de tijd antwoord geven: de zandloper geeft aan wanneer de tijd op is. Als alle vragen op zijn, tel je de punten op. Welk team wint de quiz? (praten en uitleggen). Zorg ervoor dat de kinderen je uitleg goed kunnen verstaan. Begrijpen ze wat de bedoeling is (structureren en grenzen stellen)? Laat dan het spel beginnen!

Spelbegeleiding

Stel om de beurt een vraag aan de twee teams. Houd de punten bij. Complimenteer de kinderen met hun goede antwoorden: ‘Goed zo Berit, wat knap dat jij vijf verschillende soorten vlees wist!’. Troost de kinderen ook als ze het antwoord niet weten: ‘Jammer, maar een kiwi is toch echt geen groente…. De volgende vraag gaat vast beter!’ (sensitieve responsiviteit).Je kunt af en toe ook de tussenstand geven: ‘Ok, jongens, ik heb nog 2 vragen. Jullie kunnen allebei nog winnen! Team A heeft 8 punten, en team B heeft er 9. Zet ‘m op!’ (structureren en grenzen stellen).  

Afsluiting

Geef op tijd aan dat je vragen (bijna) op zijn. Dan weten de kinderen waar ze aan toe zijn (structureren en grenzen stellen). Is de quiz afgelopen? Je kunt eventueel een prijs aan de winnaars uitreiken. Bijvoorbeeld een mandarijntje voor de winnaars (en ook eentje voor de verliezers). Laat de kinderen tot slot de stoelen opruimen.Bespreek samen met de kinderen het spel na. Vonden de kinderen het een leuke quiz? Vonden ze de vragen moeilijk of juist gemakkelijk? Complimenteer de kinderen met hun inzet. ‘Jullie hebben allemaal heel goed gespeeld. En wat weten jullie veel van eten af!’ (sensitieve responsiviteit, praten en uitleggen). Houd de nabespreking kort (structureren en grenzen stellen), maar zorg wel dat de kinderen kwijt kunnen wat ze kwijt willen (sensitieve responsiviteit).

Aanwijzingen voor het gebruik van de ruimte

Je kunt dit spel zowel binnen als buiten spelen.

Aanwijzingen voor materiaalgebruik

Benodigd materiaal:

  • Kaartjes om de vragen op te schrijven.
  • Een zandloper of stopwatch om de tijd bij te houden.
  • Een tafel en voor elk kind een stoel.
  • Pen en papier of krijt en een schoolbordje om de stand op bij te houden.

Omgang met risico’s

Het enige gevaar van dit spel is dat sommige kinderen misschien niet tegen hun verlies kunnen. Probeer dit met een grapje op te lossen. Is verliezen moeilijk voor de kinderen, leg dan zo min mogelijk nadruk op de puntentelling. Het gaat om het spel!

Ontwikkeling

De kinderen doen een quiz over eten. Ze denken na over de antwoorden, en leren van de antwoorden die andere kinderen geven (cognitieve ontwikkeling). De kinderen spelen het spel in een team, ze moeten samen een antwoord geven. Hiervoor moeten ze overleggen met elkaar (sociale ontwikkeling). Tot slot is het een spel waarbij je kunt verliezen: de kinderen moeten dus tegen hun verlies kunnen (emotionele ontwikkeling).

Variatiemogelijkheden

Groepsgrootte:

Je kunt deze activiteit ook in een grotere groep doen.

Materiaalgebruik:

- Je kunt de kaartjes eventueel lamineren, dan kun je ze vaker gebruiken.

- Je kunt voor prijzen voor het winnende team zorgen: je kunt bijvoorbeeld zelf een beker of een medaille maken voor de kinderen.

Spelvariatie:

- Je kunt de teamleden ook om de beurt een antwoord laten geven. Als een team vijf groentes moet noemen, mag elk kind bijvoorbeeld een groentesoort opnoemen.

- Je kunt ook grappige eetweetjes opnemen tussen de vragen. Bijvoorbeeld: welke groente is beter voor je geheugen, broccoli of worteltjes? (broccoli).

- Je kunt ook doe-vragen opnemen in de quiz. Neem bijvoorbeeld verschillende uitheemse vruchten mee (avocado, lychee, sharonfuit) en vraag de kinderen hoe ze heten.

- Je kunt de kinderen ook zelf (een aantal) vragen laten bedenken, bijvoorbeeld voor het andere team. Zorg er wel voor dat de vragen van beide teams ongeveer even moeilijk zijn!

Leeftijd:

Je kunt deze activiteit ook met jongere of met oudere kinderen doen:

- 4-6 jaar: Stel gemakkelijke vragen over eten die de kinderen kunnen beantwoorden. Vraag de kinderen bijvoorbeeld drie fruitsoorten te noemen, of drie groentesoorten. Of vraag wat volgens hen gezonder is, een banaan of een ijsje? (ontwikkelingsstimulering).

- 10-12 jaar: Kinderen van deze leeftijd kunnen moeilijkere vragen beantwoorden. Ze kunnen ook zelf vragen bedenken voor het andere team. Je kunt ze hiervoor eerst een half uur de tijd geven, waarbij ze op internet dingen op mogen zoeken (ontwikkelingsstimulering).

Achtergrondinformatie

-

Reageer

Je moet ingelogd zijn om reacties te kunnen plaatsen.

Gebruikerswaardering:

Ontwikkelingsgebied: Cognitieve ontwikkeling

Spelgebied: Koken

Locatie: Binnen

Groepsgrootte: 2 - 10 kinderen

Leeftijd: 7 - 9 jaar

Door: SamenspelopdeBSO